donderdag 7 april 2011

Eerste controle op de Buunderkamp, Wolfheze

Vanmorgen naar de Buunderkamp gefietst voor de eerste ronde langs de kasten die ik daar voor het NIOO volg. De bezetting van de nestkasten bleek hier vergelijkbaar met de Hoge Veluwe, maar hier trof ik in tegenstelling tot daar vandaag WEL eieren aan in de kasten. Het waren er niet vee, slechts 1 legsel van een boomklever, maar toch is het de drempel naar de volgende fase in het broedseizoen.
Ik trof vandaag precies aan de rand van het terrein ook een slaapboom van een boommarter aan. Ik zetten nietsvermoedend mijn fiets tegen die boom om naar een nestkast te lopen, en zag toen dat ik midden door een latrine met keutels liep. deze plek was meer dan een meter in doorsnede en er lagen wel zeker 100 keutels. Naast de keutels ook resten van honingraten. Ik weet niet of die ook worden gevreten door boommarters, het kan evengoed ook zo zijn dat de marter deze uit de holte heeft verwijderd om in de holte ruimte voor zichzelf te maken.

Foto: latrine met keutels boommarter en honingraten.

Na mijn vondst heb ik meteen maar even met m'n collega gebeld om te adviseren om op de werkplaats meteen maar marterwerende korfjes te laten maken. Het is echter nog even afwachten of deze marter net als op de Hoge Veluwe de nestkasten zal gaan bezoeken want dat hoeft lang altijd niet per definitie te gebeuren. We zullen zien wat er gebeurt. Verder is het natuurlijk ook afwachten of de slaapboom ook een nestboom zal blijken te zijn.

woensdag 6 april 2011

Zijn de sijzen weg?

Vandaag was alweer het laatste deel van het nestkastengebied op de Hoge Veluwe aan de beurt om gecontroleerd te worden. In dit gebied hadden we de laatste 2 seizoenen de vroegste legsels, dus de verwachting vandaag dan toch de eerste eieren aan te treffen waren groot. Het is afgelopen nacht kennelijk goed vertrekweer geweest want van alle sijzen en vinken die ik afgelopen dagen in het park zag was hoegenaamd niks meer aanwezig; vooral de afwezigheid van de sijzen viel op, ik heb er niet één meer gezien of gehoord. Precies in de hoek van het bos waar ik gisteren 2 bonte vliegenvangers hoorde zat vandaag een bonte vliegenvanger die in ieder geval een ander kleed had dan de vogel die ik gisteren bij een naburige nestkast zag. En dit was de eerste vogel die ik heb horen zingen! Vermoedelijk gaat het hier om dezelfde vogel die gisteren een eindje verderop zat te roepen maar die ik niet kon terugvinden toen ik ging kijken. Deze verwachting wordt vooral gestaafd vanwege het feit dat bonte vliegenvangers vrijwel nooit beginnen met zingen op de eerste dag dat zij in een gebied aanwezig zijn. Wat vandaag enorm opviel was dat hier de komende tijd (volgend winter?) nog meer bomen gekapt gaan worden dan in de overige bosvakken. Het gehele nestkastenterrein is aan de beurt om gedund te worden en wellicht zelfs de gehele zuidelijke rand van het park. Een duidelijke doelstelling zie ik er vooralsnog niet in want er is van alles gemarkeerd, van dun tot dikke bomen en van dode bomen tot misvormde bomen. En nu al zijn er op meerdere plaatsen krentenboompjes afgezet, maar dat heeft vooral te maken met het feit dat er hier voor gekozen wordt om goed doorzicht in het bos te hebben. Persoonlijk betreur ik dit zeer want samen met de meidoorn en vlier behoort de krent tot mijn favoriete bomen/struiken. Het gaat dus in ieder geval niet alleen om houtproductie. In de meeste vakken gaat er ongeveer een kwart tot een derde van de bomen uit, maar er zijn ook vakken waar zeker de helft geveld gaat worden. Dat is ingrijpend en het kan niet anders dan merkbare invloed op de toekomstige vogelstand hebben...

Foto: voor kap gemarkeerde bomen.

Foto: landingsbaan? Nee, geklepeld voormalig broedhabitat fluiter en boompieper.

Op maar liefst 8 verschillende plekken hoorde ik zwarte mezen zingen, maar net als gisteren trof ik niet één kast aan waar overduidelijk een nest van zwarte mees zat. Ze zijn dus zeker weer later dit jaar. En dat geldt vooralsnog ook voor de andere soorten want ook vandaag trof ik uiteindelijk nog geen eieren aan. Wel nesten die al volledig af waren maar de vogels lijken nog te hebben gewacht op het juiste moment. Dat kan echter met het huidige weer vast niet lang meer duren. De bezetting van de kasten kwam vandaag met 59 van de 140 kasten uit op 41%. Daarbij 2 nesten van boomklevers, en van zowel koolmees als pimpel 4 nesten die al geheel klaar waren. Bij één nest van laatstgenoemde soort waren de vogels zo fel in het bewaken van het nest dat ik van zowel de man als de vrouw de kleurring-combinatie heb kunnen aflezen. In maar liefst 39 kasten lag slechts een klein beetje of veel materiaal, maar was er nog geen sprake van een half nest.
Ik heb het sperwerbosje in dit deel van het terrein ook nog bezocht. Het aantal poepspetters onder de bomen was hoopgevend voor een bezet territorium, maar ook dit bosje ontkomt niet aan stevige dunning. Het is dus maar de vraag of er hier volgend jaar nog sperwers broeden, gedragscode zorgvuldig bosbeheer of niet.... Ook voor dit jaar is het afachten of het tot een broedgeval zal komen want ik trof een plukplek waar een adulte sperwerman was geslagen en opgevreten door een havik. Afwachten dus of de vrouw die er kennelijk nog zit nog een nieuwe partner zal hebben kunnen vinden.

Foto: gepredeerde adulte sperwer-man.

dinsdag 5 april 2011

Meer bonte vliegenvangers

Vandaag het gebied gecontroleerd waar ieder jaar de hoogste dichtheden bonte vliegenvangers zitten. Daar kun je na de aankomst van de eerste exemplaren gedurende de voorgaande dagen dan wel wat verwachten. En dat gebeurde want ik was nog niet in het betreffende gebied aangekomen of ik zag er al één op de deksel van één van de nestkasten zitten. Ditmaal was het een heel bruine vogel, Drostscore 6 op de schaal van 7. Terwijl ik naar de vogel stond te kijken hoorde ik een eindje terug een ander exemplaar gelijktijdig roepen. Nadat ik een paar nestkasten had gecontroleerd trof ik de eerder waargenomen bonte vliegenvanger opnieuw, maar nu bij een andere nestkast. Daar ging hij aan het vechten met 2 vinkenmannen die onderling ook al aan het vechten waren. Dat toont maar weer mooi aan dat de mannen van de bonte vliegenvangers al heel snel na aankomst territoriaal worden en een in hun ogen geschikt habitat gaan verdedigen. Net voor mijn waarneming trof ik mijn Spaanse collega Ivan de la Hera die samen met zijn assistentes net vandaag aan zijn eerste ronde voor het scoren van de aankomst was begonnen. Hij had de hele ochtend door het gebied gelopen en tot deze vogel nog niks aangetroffen, ook niet op de plekken waar ik gisteren de eerste 2 vogels zag. Het was er vandaag echter ook niet echt een goede dag voor want het leek wel winter. Gure harde wind, zware bewolking en af en toe enkele spetters regen waren ons deel en dat weer maakt de vogels ook veel stiller. Na 7 weken Ghana kan ik er over meepraten hoe groot de overgang ook voor de bonte vliegenvangers moet zijn... In het bos zitten nog opmerkelijk hoge aantallen sijzen nadat Maart in Nederland al een maand schijnt te zijn geweest met hoge aantallen. Zeker hier op de Hoge Veluwe is het niet normaal om in ieder bosvak waar je komt sijzen te horen en/of te zien. Verder zitten er nog mooie groepen vinken en enkele kepen te foerageren op de bosbodem en op één van de vers ingezaaide akkers waar ook maar liefst 25 holenduiven rondliepen. Ook zag ik nog 6 kauwtjes in een rechte lijn pal zuid over het bos vliegen. Even opmerkelijk want kauwtjes zie je hier nooit; zeer waarschijnlijk trek dus.
De bezetting van de nestkasten was in dit deel van het onderzoeksgebied vandaag een stuk hoger dan gisteren. Ik controleerde 92 kasten en daarvan was in 54 kasten nestbouw gaande. Dat is maar liefst al 59%. In veruit de meeste gevallen betrof het slechts het begin van nest bouw, maar er waren ook 3 compleet afgewerkte nesten van koolmezen waar maar zo morgen het eerste ei in kan liggen. Ik hoorde in het terrein net als voorgaande dagen best wel weer een aantal zwarte mezen, maar ook vandaag trof ik nog geen nesten die overtuigend op nesten van zwarte mezen leken. Het wordt zeer waarschijnlijk weer een seizoen waarin de boomklevers vroeger zijn dan de zwarte mezen, een fenomeen dat we in het verleden nooit meemaakten.

maandag 4 april 2011

De eerste nestkastenronde op de Hoge Veluwe.

Eergisteren hebben we de caravan naar de camping gebracht en vervolgens zijn we gisteren begonnen met de eerste controle van de nestkasten van het NIOO in het park de Hoge Veluwe. We hebben 143 kasten gecontroleerd en daarvan waren er al 55 actief in gebruik. Daarbij 7 complete koolmeesnesten, 4 complete boomklevernesten en 4 complete pimpelnesten. De bezetting in dat deel van het park was dus 38% in gebruik.
Vandaag vervolgens het tweede deel van het terrein gecontroleerd. Daarbij op 73 kasten slechts 22 kasten actief waarbij slechts 1 compleet nest van een koolmees; in dit terreindeel dus een bezetting van 16%. Vandaag zag ik tevens de eerste bonte vliegenvangers in het terrein dat we gisteren gecontroleerd hebben. Tijdens het voorbijfietsen hoorde ik een kort roepje dat mijn gedachten meteen weer terugbracht naar Ghana en op het moment dat ik stopte zag ik meteen een bonte vliegenvanger die aan het rollebollen was met een koolmees, vlakbij de nestkast waar ik 2 jaar geleden ook de eerste bonte vliegenvanger zag. Het was een behoorlijk donker gekleurde man maar ik heb niet kunnen zien of hij geringd danwel gekleurringd was want hij was toch nog behoorlijk schuw en liet zich niet goed genoeg bekijken. Een half uurtje later zag ik er nog één in het terrein dat ik vandaag moest controleren. In Drenthe bleken in de onderzoeksterreinen van de RUG gisteren al de eerste bonte vliegenvangers te zijn gezien en meldde Christiaan Both vandaag dat er daar al zeker 10 zaten. Deze waarnemingen zijn weliswaar 5 dagen later dan vorig jaar, maar het blijven vroege waarnemingen. We zullen zien hoe lang het duurt voordat de volgende golf zich aandient... Verder vandaag nog een fanatiek zingende veldleeuwerik boven het Aalderinksveld, een kekkerende havikvrouw en diverse zingende fitissen op de inmiddels flink dichtgroeiende kapvlaktes waar nu opslag staat van ongeveer 7 jaar oud; daar houden ze van.

zondag 3 april 2011

VERSLAG BONTE VLIEGENVANGER-EXPEDITIE GHANA 2011 ; 7e WEEK.

Onze laatste week en dus het laatste verslag van deze expeditie.

Woensdag 23 Maart 2011; Accra.Na een bloedhete nacht (de stroom viel gisteravond uit en de ventilator dus ook) ontwaakten we vanochtend met het gezang dat iedere ochtend van de moskeeën over de steden en dorpen wordt uitgestrooid. Nu was het opmerkelijk genoeg een vrouwenstem en de vrijwel ononderbroken zang hield zeker 30 minuten aan, voor ons onverstaanbaar maar indrukwekkend. Later merkten we dat op ongeveer 200 meter van de guesthouse de grootste moskee van Accra staat. Omdat de temperatuur vandaag weer tot extreme hoogten opliep hebben we het erg rustig aan gedaan en dat was maar goed ook na de toch wel vermoeiende reis van gisteren. ’s Middags zijn we een eindje op pad gegaan om de stad in de omgeving van de guesthouse te verkennen.
Na het drinken van een pilsje bij een restaurantje was het leuk om te zien hoe ze zich hier met de inrichting zo grootsteeds en modern mogelijk wilden profileren, maar waar om de hoek het eten nog gewoon op een traditioneel houtvuurtje werd bereid en werd uitgeserveerd op de zwart aardewerken schalen die je op het platteland overal verkocht ziet worden. En op de tafels natuurlijk weer de afwasteiltjes met het knijpflesje afwasmiddel voor je handjes… We zagen vandaag heel wat boerenzwaluwen over de stad vliegen en aan het eind van de middag zag ik midden in de stad zelfs een koekoek voorbij komen. Accra ligt pal aan de kust en dus midden in de route van gestuwd passerende trekvogels die de kustlijn volgen naar het westen om later naar het noorden bij te buigen. We hebben vanavond afscheid genomen van de Ghanese keuken middels een heuse splurge in een prima restaurant met een heerlijk bord fried rice met een zeer waarschijnlijk uit Holland afkomstige uitgebeende en gepaneerde kip met een heerlijke salade voor mij en voor Peter tevens fried rice maar dan met een in z’n geheel gebakken vis waarvoor je bij ons in een aquariumwinkel al snel 100 euro neertelt….. Echt genieten van vers bereid voedsel zoals we alleen een paar maal tijdens de laatste periode in Kintampo hebben mogen ervaren.
Bij het begin van de avondschemer hebben we bij de guesthouse nog enorm kunnen genieten van de honderdduizenden fruitbats die vanaf de slaapplaats bij één van de ziekenhuizen in de stad iedere avond naar de heuvels buiten de stad vliegen. Het is één van de grootste vleermuizensoort van Ghana. Geruisloos als uilen vlogen ze gestaag in dezelfde richting. Het spectaculaire zat hem dan ook vooral in de massaliteit van deze trek en dan helemaal het feit dat je ze zag vliegen over zo’n breed front dat je het eind er in alle richtingen niet van kon zien. Een mooie afsluiter van deze 7 weken durende expeditie waar ik met wisselende, maar vooral toch wel positieve gevoelens op kan terugkijken. Ik ben zeer benieuwd hoeveel vogels de rest van de deelnemers (die achterblijven en doorgaan tot het moment dat er geen bonte vliegenvangers meer worden waargenomen) de komende weken nog kunnen vangen en/of aflezen.

Dinsdag 22 Maart 2011: van Kintampo naar Accra.
Nadat George eerst Janne en Japheth naar het onderzoeksplot heeft gebracht (Niels en Mariel zijn afgelopen nacht aan het overgeven gekomen en liggen nu lijkbleek op bed) hebben we afscheid genomen van Kwame, onze aardige gastheer op het Prince of Peace guesthouse en zijn we met George naar het busstation vertrokken. Daar aangekomen was er nog totaal geen activiteit te bemerken en waren de marktvrouwen nog druk bezig hun handelswaar op de kraampjes uit te stallen. We installeerden ons met de bagage op de bankjes bij het kantoortje van de busonderneming en wachtten op wat komen ging. Met het verstrijken van de tijd begonnen zich meer mensen te melden, waaronder een jongetje die een oude dame in mooie traditionele kleding aan de arm begeleidde. De dame bleek blind te zijn en aanvankelijk dachten we dat ze ook met de bus mee zou moeten. Maar nee, de reden dat zij ook in het wachthokje ging zitten was van een andere aard. Op het moment dat de eerste intercity-bus toeterend aan kwam rijden werd ze weer aan de arm meegenomen en plaatste het jongetje haar met een metalen schaaltje in de hand naast de ingang van de bus. Ze bleek blind te zijn en de gelegenheid van de wisselende busreizigers aan te grijpen om te bedelen.
Ruim een uur later dan ons voorgespiegeld was (het blijft GMT, Ghanian maybe time) kwam als tweede de bus aanrijden die ons naar Accra moest gaan brengen. Van alle kanten kwamen de vrouwen met hun bakken met brood, bananen en eieren aangesneld om hun handelswaar te slijten. George loodst me het kantoortje in en na veel moeilijk en onduidelijk heen en weer gepraat over het niet verstrekken van een betaalbevestiging, laat staan wisselgeld, kunnen we onze bagage naar de bus brengen en instappen. Op de bussen zitten altijd 2 chauffeurs waarvan er één je plaats aanwijst. En natuurlijk krijgen we, nadat Hanneke al de tip had gegeven om niet helemaal achterin te gaan zitten, een plaats aangewezen op, juist ja, de achterbank…. In ongeveer 10 minuten tijd (waar komen al die mensen dan ineens vandaan…) zit de bus vol en kunnen we precies om 10 uur vertrekken. Het is een prima bus die nog zo goed als nieuw is, van airco is voorzien en 2 televisieschermen heeft waarop onderweg speelfilms van de indrukwekkende Ghanese pulpfilm-kwaliteit worden vertoond.
Maar ja, dan kan die bus wel zo prima van kwaliteit zijn, als de chauffeur bij herhaling de verkeersdrempels en potholes over het hoofd ziet, komen de klappen net zo hard aan als bij een oude aftandse bus zonder schokbrekers… Diverse malen gaat het zo hard dat ik zo goed als rechtop sta en met een smak weer in m’n stoel beland.
Het is echter toch wel een leuke manier van reizen, want het hele Ghanese landschap en de samenleving met een aaneenrijging van dorpen trekt aan je voorbij en onderweg kom je ogen tekort bij het zien van alle voor ons ondenkbare situaties, zoals stapels auto’s, auto-onderdelen, koelkasten, tv-toestellen en computermonitoren die gewoon in het zand en stof staan. Om nog maar te zwijgen over de kraampjes waar een koe of geit wordt geslacht en uitgebeend teneinde tegen de avond op een grill te belanden. Maar natuurlijk ook weer kindertjes die in modderplassen zitten te spelen, op een vuilstort naar bruikbaar spul zitten te zoeken of op het dorre, stoffige schoolplein aan het voetballen zijn.
Daarnaast onderweg ook mooie stukken met nog grotendeels authentiek bos met torenhoge bomen, maar ook stukken waar je de tranen haast bij in de ogen springen als je ziet hoe het bos onttakeld wordt door massale houtkap voor houtskool of landbouw of brandstichting. De grootste sluipmoordenaar voor de bossen is hier toch wel de amper opvallende maar gestaag doorgaande dunning van bossen voor het sprokkelen van takken en productie van houtskool omdat iedereen hier nog dagelijks kookt op houtvuur of houtskool en dan heb je het over de dagelijkse behoefte voor 24 miljoen mensen. De bevolking is, nadat vorig jaar een volkstelling werd gehouden, in 10 jaar tijd toegenomen van 20 naar 24 miljoen; en daar komt nu in het westen ook nog eens een vluchtelingenstroom vanuit Ivoorkust bij waar al één miljoen mensen op de vlucht zijn geslagen vanwege onrust doordat een weggestemde president zijn zetel niet wil inleveren. Vogels zien we niet veel, maar Peter heeft toch nog wel een bateleur gezien en verder zijn het hoofdzakelijk pied crows en black kites. We maken onderweg 2 tussenstops van een kwartier waarin we de benen kunnen strekken en even snel een gegrilde kippenpoot met frieten van yam naar binnen kunnen werken. De bus neemt in het heuvelachtige gebied ten noorden van Accra duidelijk een andere route dan we op de heenweg hadden want we rijden gedurende meer dan een uur over een stuk maanlandschap waar de weg door Chinese wegenbouwers is weggebroken om een nieuwe weg aan te leggen. We passeren daarbij ook een viaduct dat dwars door een dorp aangelegd wordt en waarbij de eerste mensen al hutjes aan het bouwen zijn onder de eerste pijlers die geplaatst zijn. Langs het hele tracé zijn tientallen hutjes gemarkeerd met het opschrift remove, en dat is niet de naam van het huis…. Na een reis van 9 uur komen we in het donker aan op het centrale busstation van Accra, alwaar zich meteen een legertje taxichauffeurs gretig op de passagiers stort om klanten te werven. We hoeven er dan ook niets voor te doen om een ritje te krijgen en de bagage ingeladen te krijgen. Een kwartier later staan we al bij de poort van Mary’s immaculate home, het guesthouse waar we op de heenweg ook een nacht naar tevredenheid hebben doorgebracht.

Maandag 21 Maart 2011: Kintampo, een dagje vrijaf.
Voor Peter en mij zit het actieve deel van deze expeditie er op. We hebben vandaag ter voorbereiding op het naderende vertrek richting Accra vrijaf genomen van het veldwerk en zijn met George de omgeving maar wat ingetrokken want we willen na het bezoek aan de watervallen vorige week nog even iets meer gezien hebben dan alleen het stuk dat we heen en weer rijden tussen het onderzoeksplot en Kintampo. Janne vertelde dat er een klein stuk voorbij het plot nog een bosreservaatje langs de weg moest liggen.
Rob Bijlsma en Christiaan Both hadden daar in 2009 ook gekeken naar geschiktheid voor onderzoek. We zijn ter plaatse geweest en kwamen alleen maar terecht op eindeloze stukken teakplantage. Op één plaats hebben we de hoofdweg verlaten en zijn een klein zijpad ingereden om te kijken of we misschien niet achter zo’n plantage moesten zijn. Maar na een kilometer rijden en ook nog een stuk lopen gaven we die hoop op. We troffen zelfs al weer plekken in de teakplantage aan waar de teak al illegaal werd gekapt om er houtskool van te stoken. We troffen zo’n smeulend vuur aan en iets verderop een plek waar de zakken werden gevuld. De werkers waren er kennelijk snel vandoor gegaan op het moment dat ze ons hoorden want hun kleren hingen nog over de takken. Weer iets verderop lag één van de laatste woudreuzen die gekapt zijn voor de aanleg van de plantage dwars over het pad. En weer was van de hele boom slechts een stuk van amper 5 meter lengte gebruikt voor plankhout. De rest van de majestueuze boom lag weg te rotten. Op weer een nadere plek was men tussen de teakbomen begonnen met het kweken van yams en cassave en werden daar ook gewoon de teakbomen doodgebrand.
Voor ons was hier duidelijk niets te beleven want teakplantages blinken uit in stilte op gebied van vogels. De bomen zijn exoten en er zijn nog geen soorten die zich aangepast hebben om iets met deze boomsoort te kunnen doen.
Na dit bosbezoek zijn we teruggereden naar Kintampo en hebben onszelf getrakteerd op een sandwich-ontbijt met een lekkere kop oploskoffie in het hospital-eethuisje. Dat is nog eens iets anders dan 7 weken lang biscuitjes en water in de bush… het voelt als totaal zwelgen in luxe. Daarna zijn we tot voorbij de Kintampo waterfalls gereden en hebben daar een paadje opgezocht om te kijken of daar het riviertje terug te vinden zou zijn. Dat was het inderdaad. Het bleek best een leuk valleitje te zijn met echter ook hier wel weer de volop in bedrijf zijnde eindfase van de onttakeling van het bos. Ook hier aanleg van yam- en cassaveveldjes, tot op de oever van de rivier. Hier toch nog wel in totaal ongeschikt lijkend habitat 2 roepende bonte vliegenvangers weten te traceren en in beide gevallen kunnen vaststellen dat het om ongeringde vogels ging. Verder een paartje blue-bellied rollers gezien en een roofvogel die van een kaal stuk rots omhoog kwam waar hij/zij een prooi had weten te bemachtigen. De vogel ging een meter of 20 voor mij in een boom zitten en toen bleek dat het om een Gabar goshawk te gaan. Toch mooi op het eind nog een waarneming van een nieuwe soort voor deze reis. Bij het riviertje, waar precies op het punt waar de oever voor ons bereikbaar was een stroomversnelling zat, zagen we op de kale rotsen meerdere soorten vlinders die flink actief waren om te foerageren op de resten van enkele papaya’s die mensen hier hadden zitten eten. Er zaten een paar prachtige soorten bij die ik hier nog niet eerder heb gezien, maar die veel te druk en actief waren om er een fatsoenlijke foto van te maken, laat staan de soort proberen te herkennen. Vervolgens zijn we nog even op het marktplein van de yammarkt geweest. Nee, geen markt waar ze potten jam verkopen maar waar vrachtwagens volgeladen worden met de grote aardappelachtige wortels om vervolgens op transport naar allerlei uithoeken van het land getransporteerd te worden.
Tijdens het maken van een paar foto’s werd aan Peter gevraagd of hij soms ook uit Libië kwam. In het licht van de actualiteit is dat een land dat kennelijk voor een eerste ingeving zorgt bij het zien van iemand die niet blank, noch zwart is.
Als afsluiter zijn we naar het eethuis geweest en hebben daar, terwijl de temperatuur alweer richting de 40 graden ging, genoten van een heerlijke fles ijskoud bier.
’s Middags hebben we de spullen uitgezocht, wat kan blijven en wat moet mee, de laatste ringgegevens en habitatfoto’s zijn op stick gezet voor Janne en gezamenlijk hebben we van een afsluitend etentje genoten in het hospital-eethuisje.

Zondag 20 Maart 2011: Kintampo, samenvoeging.
Vanmorgen zijn we extra vroeg vertrokken omdat we al wisten dat we ook vroeger zouden moeten stoppen. George moet vandaag immers de andere ploeg ophalen uit Damongo.
Janne, Mariel en Niels komen ons vergezellen op onze laatste 2 dagen voordat Peter en ik naar Accra vertrekken. De ploeg is dus vanaf vanmiddag nog even compleet.
We hebben vanochtend weer gevangen in het eerste van de onderzoeksplots bij Kintampo.
En dan in het weelderigst begroeide deel waar je nog een beetje het gevoel krijgt hoe het regenwoud er moet hebben uitgezien. Als ik aan Japheth vraag waarom er in dit stuk bos veel minder is en wordt gekapt komt het antwoord dat dit stuk bos niet eens onder het bosreservaat valt maar nog van een oude dorps-chief is die zuinig is op het bos. Het toont maar weer eens aan dat de invloed en macht van zo’n chief nog altijd veel groter is dan die van een overheidsorgaan dat op afstand regeert en nooit eens een persoon het veld instuurt om te gaan handhaven. Gek hè, het is hetzelfde proces overal op de wereld, hoe arm een land ook is, er worden kapitalen in bijvoorbeeld handhaving van verkeersveiligheid gestoken maar onze groene longen laten we onder onze ogen slopen zoals een zware roker z'n eigen lijf.

Het is weer een stille ochtend, ondanks het feit dat we toch 4 netten op plaatsen hebben kunnen zetten waar we vogels hoorden. Tijdens het plaatsen van één van deze netten hoorden we op erg korte afstand nog een tijdje een nachtzwaluw ratelen. Deze moet ergens in de dikke strooisellaag onder één van de hol gegroeide lianenstruiken hebben gezeten. Van al die soorten die er zijn blijven alle nachtzwaluwgeluiden toch wel erg tot de verbeelding spreken moet ik zeggen….
We vangen vanochtend weer geen bonte vliegenvangers, hoewel we wel Mr. Blue-alu-blue voor de zoveelste keer kunnen aflezen en ik vlak bij deze erg honkvaste man nog een ongeringde man weet te traceren die hoog in een Afrikaanse berk zit te roepen en daarbij gedurende 10 minuten niet één keer van z’n plek komt, laat staan wingflap-bewegingen maakt. Vlak voor één van de rondjes langs de netten maak ik nog een terloopse opmerking dat het al heel wat dagen geleden is dat we een nieuwe soort hebben gevangen, en wat gebeurt er vervolgens: precies, we vangen er één. Het is het vrouwtje van de green-headed sunbird, één van de weinige sunbird-soorten waarvan de vrouw ook erg kleurrijk is en ook de parelmoerglans heeft, zij het natuurlijk in mindere mate dan het mannetje want verschil moet er blijven….
Ik loop nog een eind door het bos rond en merk een scherpe scheiding waaruit je mag concluderen dat hier het bosstuk van de chief eindigt want abrupt sta je op een opengehakt en platgebrand stuk bos dat inmiddels in een yam-veld is veranderd. Onder een mangoboom tref ik een vuurplaats met oude potten en pannen aan waarnaast een stapel pootgoed ligt. Ik neem een yam mee om eens te kijken of we die thuis aan de gang kunnen krijgen zoals 2 jaar geleden zo goed slaagde met de pit van een avocado, daarvan staat thuis nu een boom van bijna 2 meter hoog in de huiskamer.
Als laatste vangen we vlak voor het opruimen nog een nieuwe soort, een green hylia, een vogeltje dat veel doet denken aan de noord-amerikaanse roodoogvireo. Japheth weet te vertellen dat deze soort hier bij vogelstropers de reputatie van een nar heeft. Hij zou bij een val gaan zitten alarmeren alsof er een vogel in de val zit, daarmee de stroper lokkend om te gaan kijken, die dan vervolgens een lege val aantreft….
Om half twaalf zijn we terug op het guesthouse waarnaast de kerk inmiddels meer dan volgelopen is voor de eerste van vele Zondagsdiensten. De achterdeur van het kerkgebouw staat open en buiten zitten nog 3 rijen mensen keurig in het gelid de dienst te volgen omdat het binnen mudjevol zit. Daar kunnen kerkgenootschappen in Nederland alleen nog maar van dromen.
Bij het uittrekken van de wederom drijfnatte schoenen blijk ik in één van m’n sokken weer eens een teek te hebben zitten; slechts één van de vele steekbeesten waar je hier door wordt lastig gevallen, maar teken komen hier duidelijk bij lange na niet zoveel voor dan bij ons in Nederland. Het is voor mij pas de derde die ik deze expeditie op mij aantref.
Ik gebruik de middag om de laatste resterende biometrische gegevens van de geringde vogels in te voeren en file van de meest recente waypoints van de netlocaties bij te werken. We hebben inmiddels op 243 plaatsen een netopstelling gehad. Dat heeft tot nu toe geresulteerd in 43 nieuw geringde vogels en 5 terugvangsten waarvan 1 vogel uit 2009.
’s Avonds eten we weer gezamenlijk in het eethuisje in het centrum van Kintampo.
Japheth is inmiddels weer in een opperbeste stemming en heeft nadat ook hij een paar dagen aan het kwakkelen is geweest, vooral met een verkoudheid, zijn schaterlach weer terug.
Ik zal zijn oprechtheid, hartelijkheid en rechtvaardigheidsgevoel gaan missen, we hadden geen betere begeleider kunnen treffen.

Zaterdag 19 Maart 2011: Kintampo.
Vanmorgen voor het eerst weer mee geweest met het ochtendvangen. Het was nog zwaar bewolkt na de regen van gisteravond, maar de vegetatie was inmiddels al weer helemaal droog. Op het moment dat we het pad opliepen dat naar de vanglocatie leidt stonden er al sporen van een tractor in het zand. Later op de ochtend zou blijken dat die tractor met een grote kar volgeladen met illegaal gestookt houtskool terugreed.
We hebben onze netten op 4 vangplekken kunnen opzetten, 2 locaties waar eerder vogels gezien waren door Japheth tijdens zijn resightings-ronde, de locatie waar gisteren een vogel tijdens het meten ontsnapte en een locatie waar we eerder 2 mannen zagen vechten. Het is wederom een stille ochtend met weinig activiteit in het veld. Ik hoor vandaag maar twee maal een fitis zingen en dat is wel tekenend voor de verandering die de afgelopen twee weken bij de fitissen is opgetreden. Een aanzienlijk deel zal al wel vertrokken zijn want van het uitgebreide zangkoor dat we twee weken geleden nog hoorden is niets meer over en de zichtwaarnemingen zijn ook al flink afgenomen.
In de eerste ronde die we langs de netten maken vangen we meteen een bonte vliegenvanger, een terugvangst van een vogel die op 8 februari was geringd. Het gewichtsverschil was slechts 0,2 gram t.o.v. de ringdatum dus die heeft echt nog geen korte termijnplannen, al was de rui inmiddels al vergevorderd. In tegenstelling tot het oordeel op de ringdatum bleek het een mannetje te zijn waarbij nu duidelijk de aanzet tot een voorhoofdsvlek te zien was en waarbij op de bovenstaart-dekveren ook 1 zwarte veer was uitgegroeid; 2 determinatiekenmerken die toen nog niet zichtbaar waren…
Later op de ochtend vangen we nog een tweede bonte vliegenvanger, ditmaal een ongeringde vogel.
Ook bij deze vogel is de rui inmiddels vergevorderd en zal over ongeveer een week het opvetten wel kunnen beginnen. Het feit dat we zoveel donkere mannen zien en vangen en het gegeven dat de rui nog niet afgerond is geven meer en meer voeding aan de vermoedens dat we hier aan een populatie van de noordelijke dan wel oostelijke origine zitten te meten.
Verder vangen we nog slechts 1 andere vogel, een blue-spotted wood dove. Als we na het opruimen van de netten teruglopen naar de auto zien we midden op het pad een zak met houtskool liggen; bij het terugrijden van de tractor zag ik al wel dat de achterkant van de lading al helemaal aan het onderuitzakken was. De laatste paar 100 meter naar de auto zijn voor mij met m’n huidige conditie nog wel een strijd; de pijp is weer volledig leeg.
Als we op het guesthouse terugkomen neem ik een flinke verkoelende Afrikaanse douche en duik na het eten meteen het bed in om in een slaap te vallen waar ik om 17:15 uur pas weer uitkom.
’s Avonds kopen we in het centrum even een paar avocado’s voor bij het eten en zien voor onze ogen een stel marktkoopvrouwen die het stevig met elkaar aan de stok krijgen. Het gaat er verbaal stevig aan toe, al hebben we natuurlijk geen idee waar het allemaal om te doen is. Na tussenkomst van een paar potige vrouwen van een andere kraam druipt de vrouw waar het kennelijk allemaal om te doen was onder luid verbaal protest af, worden de over de straat gerolde vruchten weer opgestapeld en keert de rust weer.
In het eethuis heb ik vanavond dezelfde mazzel die we eerder met Celine meemaakten in Damongo; ik heb voor de jubileumwedstrijd een prijs in de dop van de fles zitten, en wel een gratis extra fles bier. En ja hoor, in de dop van die fles zit wederom een zelfde prijs. Soms zit het je mee….

vrijdag 18 maart 2011: Kintampo, ziekenhuisbezoek en de waterfalls.
Vanmorgen hebben George en Peter Japheth in de bush afgezet om resightings te gaan doen en daarna hebben ze mij opgehaald om gezamenlijk naar het ziekenhuis te gaan.
Dat werd natuurlijk een verhaal op zich want ook een Afrikaans ziekenhuis is bepaald niet te vergelijken met de situatie bij ons, maar als men ergens behoefte heeft aan de faciliteiten die wij hebben….. Maar goed, eerst moest ik mij inschrijven bij een loket met zoals hier gebruikelijk kleine, lage openingen met enkele tralies ervoor. Allereerst was er al veel gegiechel bij de vier dames in het hokje op het moment dat bleek dat er een witman aan het loket stond, maar toen bij het invullen van het formulier gevraagd werd hoe oud ik was en daarna de vraag of ik married of single was en ik het antwoord single gaf…. kwamen er ineens 4 vrouwen voorover gebukt nieuwsgierig door de tralies kijken. ‘How can that be possible’ klonk het in koor en er werd meteen van opwinding een dansje ingezet. Maar toen ik net als een paar weken geleden in het restaurant antwoordde ‘but I am happilly occupied’ sloeg de stemming finaal om en ging men snel weer over tot de orde van de dag. Mensen hebben hier echt veel meer gevoel voor humor dan we eerder in Zambia troffen…
Enfin, na het in ontvangst nemen van een officieel pasje van het ministerie voor volksgezondheid na de donatie van 5 cedi’s mochten we beginnen aan de tocht door wandelgangen met links en rechts zittende, liggende en soms op een paar stompjes kruipende mensen. Ziekenhuizen zijn hier ook altijd voller omdat je niet eerder naar huis mag dan wanneer je de rekeningen hebt betaald en tja, dat zal hier nogal eens gebeuren...
Ik kwam een kamertje binnen waar kennelijk de bloeddruk gemeten moest worden, een verpleegster zat er al helemaal klaar voor, maar zij adviseerde me vervolgens om maar door te lopen naar emergency. O.k. , dus wij weer lopen. Komen we in een kamertje waar 9 personeelsleden samengepakt zitten te wachten op wat komen gaat, compleet met weer een tetterende tv op de kamer. Tussen het bonte gezelschap bevinden zich 2 blanken en een Aziaat en op die laatste stap ik meteen af want dat is de enige in ziekenhuiskleding.
Tuurlijk, fout Henri, je moet die man in casual kleding hebben… Het blijkt een Amerikaan en hij gaat mij behandelen. Nou ja, eerst dan toch de bloeddrukmeting, hartslag, lichaamstemperatuur met hi-tech materiaal, en verder moet ik m’n eigen verhaal natuurlijk afsteken… daarna naar een kamer met aftandse brancards waarop je op de onderlegger nog geronnen bloedresten ziet zitten.. daar wordt ik nog weer met de stethoscoop beluisterd waarna het eindoordeel volgt dat ik aanhoudende reizigersdiarree tengevolge van een bacteriële infectie zal hebben. Goh…..
Ik krijg weer antibiotica (ciprofloxarin) voorgeschreven en we kunnen weer naar de andere kant van het ziekenhuis. Daar weer bij een druk loket waar we (schaam schaam) weer voorrang krijgen op alle andere wachtende locals die dat gelaten aanzien.. en daar krijg ik een plastic zakje met 8 wel erg veel op Viagra lijkende tabletten overhandigd. Ze zullen me toch wel goed hebben begrepen??? En ik blijk er niet eens voor te hoeven betalen…
Maar goed, om een lang verhaal kort te maken, ik ben er meteen vandaag maar (zij het met tegenzin, want antibiotica) meteen mee begonnen, al moest ik Hanneke maar wel even vragen om op te zoeken hoe de dosering nou moest want er stond alleen op het briefje dat ik moest beginnen met 2 tabletten tegelijk. Een bijsluiter zat er ook al helemaal niet bij…..

Na de middag hebben we eerst weer even lekker gegeten in het hospitalrestaurant en zijn daarna doorgereden naar de Kintampo waterfalls voor even een toeristische onderbreking na alle stress van de afgelopen dagen. Peter en ik waren er natuurlijk al wel goed op voorbereid dat dit na het bezoek aan de Victoria-watervallen van vorig jaar alleen maar zou kunnen tegenvallen, maar ook deze watervallen hadden met hun hoogte van 22 meter wel zo hun eigen charme. Vooral de ligging met op de hellingen nog mooie oude loeihoge bomen en een weelderig bladerdak gaven je echt een beetje een Tarzangevoel, je zag Johnny Weismuller zo aan de lianen voorbij komen zeilen met Jane onder z’n armen. Maar dat we naar een waterval moesten lopen via een trap met 152 treden hadden ze er niet bijgezegd… naar beneden viel wel mee, maar daarna weer naar boven met deze temperaturen, luchtvochtigheid en mijn conditie na de afgelopen dagen….. als een dweil kwam ik boven op het moment dat Peter en Japheth al lang en breed weer in de auto zaten.
Er stroomde natuurlijk niet echt veel water over de watervallen, het regenseizoen is immers nog echt niet volledig losgebarsten, maar als we goed en wel terug zijn op het guesthouse breekt er een flinke bui los die in korte tijd weer voor 6,5 mm regen in de regenmeter en heel wat water op de straten zorgt…
Tegen de avond was het al weer wat opgeknapt en zijn we vertrokken naar het onderzoeksplot Kintampo 1. Daar hebben we voor wat experimentele bijvangsten wat extra netten neergezet met geluid van uilen en nachtzwaluwen erbij. We zijn dan ook bewust tot ver in het donker doorgegaan en dat hebben we geweten. In plaats van uilen en nachtzwaluwen hadden we heel andere vangsten…. We vingen maar liefst 17 vleermuizen verdeeld over 4 soorten ! Dat werd een heel karwei om die er uit te peuteren en het idee dat wij ze met de handen durfden aan te pakken dreven Japheth zo ongeveer tot absolute extase vanwege het feit dat wij die dieren zo maar durfden aan te pakken… die biologiestudenten hier zijn ook niets gewend… verder hebben we er natuurlijk nog een paar mestkevers in diverse maten bij en weet ik er nog 2 bidsprinkhanen met succes uit te peuteren.
Daarna wachten we nog 1 ronde af en vinden het welletjes. Geen uilen vandaag, al zag Japheth wel een paar ogen oplichten naast 1 van de netten….

zondag 20 maart 2011

VERSLAG 6E WEEK BONTE VLIEGENVANGER-EXPEDITIE GHANA 2011.

Donderdag 17 maart 2011 : Kintampo, herhaling van herhaling van zetten.
Zoals gezegd, ik moest het bezuren. Ik heb steeds met tussenpozen van ongeveer een half uur kunnen slapen tussen wakker worden met buikkrampen en toiletbezoek. In die tussentijd van hooguit REM-slaap traden er ook nog de meest vreselijke nachtmerries op waarvan ik de details zal besparen, maar die in ieder geval allemaal te maken hadden met de tegenvallers die ik de afgelopen weken voor m’n kiezen kreeg. Op rij verschenen de 900 nestkasten van de vogelwerkgroep Goor die letterlijk aan een zijden draadje aan de kasteeltoren van het landgoed hingen, verscheen m’n werkgever die me maar bleef vertellen dat ik m’n werk voor een jaar in 5 maanden moest blijven doen en liepen de beide doodzieke honden van m’n broer en z’n vriendin rond in m’n kamer. Al die zaken hebben me merkbaar mentaal zwaar aangegrepen. En tot op dit moment blijf ik erbij dat ik zeker een donkere persoon naast m’n bed heb zien staan ….. Zou het dan toch een bijwerking van de Lariam zijn of is het een combinatie van het ziek zijn en alle stress van deze emotioneel loodzware weken?
Dit alles heeft mij vandaag er toe doen besluiten om toch maar een afspraak op het hospital aan het eind van de straat te maken. Ik moet immers die aanhoudende en met intervallen terugkerende diarree en totale verzwakking inmiddels echt serieus gaan nemen en volgende week moet er ook nog eens een lange reis vanuit het binnenland naar Accra aan de kust gemaakt worden alvorens we naar Holland terugvliegen. En dan wil je toch ook wel weten hoe je er voor staat.
Ondertussen zijn Peter en Japheth vanochtend weer met de netten in de weer geweest en hebben zij weer een bonte vliegenvanger weten te vangen. De laatste dagen zitten we ineens weer op een gemiddelde hoger dan 1 bonte vliegenvanger per dag. En zo kruipt de expeditie langzaam naar de 50e vogel.
Peter had aan het eind van de middag nog weer opnieuw op pad willen gaan om tot in het donker een poging te wagen om op uilen en nachtzwaluwen te vangen, maar in de loop van de middag ontstaan er dreigende wolken, zien we het in de verte al weerlichten en valt inmiddels ook al meermalen de electriciteit uit. Geen goede vooruitzichten en dus wordt deze vangactie afgeblazen. Uiteindelijk blijft het in Kintampo gewoon droog, zul je net weer zien….
’s Avonds staan Peter en ik in de voortuin van het guesthouse te mijmeren over de gezondheidszorg en de lage levensverwachting voor de Ghanezen. De levensverwachting ligt hier op slechts 38 jaar en het is dus ook niet verwonderlijk dat je hier zoals in veel Afrikaanse landen overwegend jonge mensen het straatbeeld ziet bepalen. Peter vertelt daarbij dat hij vanmiddag bij het bezoek aan het marktje een oploop van mensen zag en dat er tussen de winkeltjes een man op de grond lag waarvan hij dacht dat deze dood was. Als je hier maar lang genoeg rondloopt krijg je ook met die beelden te maken. Ook had hij peuters zien spelen in één van de modderplassen langs de weg waar werkelijk de meest gore zooi in terechtkomt en die een kweekvijver voor allerlei infecties zijn. Tja, ze zijn al blij dat er überhaupt water is. Als je uit het raam van je kamer kijkt is het eerste dat je ziet ook een open riool in het midden van het pad tussen de krotten; we zitten per slot van rekening wel in de slums.
De kleine muggen die je hier teisteren als je ’s avonds even te lang buiten blijft moeten ook wel uit die open riolen komen want van die prachtige heldere regenplassen die bij ons zulke goede kweekvijvers zijn zie je hier nergens…
En zo eindig ik m’n verslag van deze alweer 6e week van de expeditie, wel een verhaal in mineur, maar als oprecht realist wil ik dat ook niet onder stoelen of banken steken, noch wil ik de zaken rooskleuriger weergeven dan ze zijn.

Woensdag 16 maart 2011: Kintampo, herhaling van zetten.
Het ging vandaag wat beter, maar de verstopping waarin de diarree inmiddels is overgegaan zorgt voor hernieuwde aanvallen van maag- en darmkrampen. De enigste vogels die ik vandaag gezien heb zijn de ons trouw met z’n zang wakker makende african white wagtail (afric witte kwikstaart), de northern grey headed sparrows (grijskopmussen) aan de overkant van de straat en de pied crows (afric. bonte kraaien) die continu overal rondschooien waar mensen leven en er dus een bende van maken.
Vanavond voor het eerst weer met de mannen naar het eethuisje geweest waar ik heerlijk heb kunnen genieten van een bord sweet and sour vegetables met echte verse ananas paprika en tomaat erin. Later op de avond moet ik die uitspatting (splurge zou Rob Bijlsma hebben gezegd) echter wel weer bezuren…

Dinsdag 15 Maart 2011: Kintampo, verjaardag in bed.
Ik moet zeggen dat één ding zeker is: zoals ik mijn verjaardag vandaag heb gevierd heb ik dat nog nooit eerder gedaan, de hele dag zwervend tussen bed, stoel en toilet. Om 05:30 uur klopt Peter op de kamerdeur en komt met cadeautjes. Een halve liters fles bier en een pakje. Nou, op zo’n fles bier zit ik in mijn huidige conditie te wachten… maar goed, een heel aardige geste van Peter. Het pakje is van Hanneke en dat heeft Peter dus al 6 weken in z’n bagage dor Ghana meegesleept. Het is het vorig jaar verschenen boekje van Dick Woets over zijn natuurbelevenissen in met name de Weerribben. Dat komt wel zeer gelegen want al die kaartspellen op de laptop heb ik ook wel weer even gehad. Ik begin meteen aan één van de laatste verhalen over Bert Haanstra. Dat spreekt mij zeker aan want niet alleen was ik altijd sterk bewonderaar van Bert Haanstra, hij was ook nog eens,weliswaar niet geboren maar wel getogen,in mijn eigen woonplaats Goor. Verder kan ik het over deze dag kort houden want die bracht ik dus in bed door. Peter en Japheth hebben vanmorgen weer gevangen en hadden 2 bonte vliegenvangers. Nadat George hen even na 6 uur had afgezet heeft hij de rest van de ploeg opgehaald en heeft ze doorgebracht naar Damongo om het vangen op 2 plaatsen tegelijk te kunnen continueren.

Maandag 14 maart 2011 : Kintampo.
Om iets voor 6 uur klopt Peter op de deur van m’n kamer om te informeren hoe het met me is.
Dat antwoord is snel te geven: maagkrampen, amper geslapen, moe, zwak en aan de schijterij.
Het is dus duidelijk dat de ploeg zonder mij op stap gaat. Om 9 uur klopt de beheerder op de deur om te informeren hoe het met me gaat. Daarna druk ik even de televisie aan om te kijken hoe het met de berichtgeving rondom de aardbeving en tsunami in Japan staat. Ik val echter precies in een scheikundig programma waarin uitgelegd wordt dat pus bestaat uit afgestorven witte bloedcellen…. Nou euh… nu maar even niet. ’s Middags zet ik de tv weer even opnieuw aan en ja hoor: een spotje waarin opgeroepen wordt om gevallen van de guineaworm door te geven. Zie je bij iemand een zwart wordende blaar waar ineens een dunne lange witte worm uit komt kruipen, dan krijg je een premie van honderd cedi. Getverd…. Weer uit die tv en maar weer even het bed opgezocht. Als ik goed en wel even lig begint er op straat een flink lawaai te naderen met zang en muziek. Het blijkt een optocht te zijn met weer twee vrachtwagens vol met dansende mensen. De optocht wordt gehouden ter ere van de gezondheid…. Nou, dat was nou ook weer niet nodig geweest.

Zondag 13 Maart 2011: Kintampo.
Vanmorgen zijn we op het plot Kintampo 1 gaan vangen en dan bewust op plekken waar eerder al een bonte vliegenvanger is gevangen en gekleurringd want Janne wil heel graag weten of deze er nog zijn en ze wil bij de vroegst gevangen vogels alsnog een datalogger aanbrengen. Als eerste lopen we naar de vangplek van blauw alu-blauw, want deze vogel is aldaar ook al meermalen teruggezien en heeft nog geen logger. Als we bij de plek aankomen zie ik hem meteen zitten. Dus staat het net al snel en kunnen we zoeken naar andere vogels.
Het is echter weer zo’n ochtend waarop het opmerkelijk stil is wat roepjes betreft. Vrijwel geen vogel laat zich horen. Maar na lang zoeken hebben we er toch nog weer een paar kunnen zetten. De laatste 2 netten worden uiteindelijk gezet op eerdere vangplaatsen in de omgeving, ook al hebben we er nu nog geen vogel gezien of gehoord. Uiteindelijk hebben we dus maar liefst zes netten staan. Dat moet wat opleveren denken we…. En inderdaad, de hele ochtend lopen we rond voor de vangst van een grey-backed Camaroptera, en twee terugvangsten, een little greenbul en een vrouwtje African red-bellied paradise flycatcher.
Dat was het dan wel weer. Peter heeft nog wel een bonte vliegenvanger met kleurringen bij één van de netten zien zitten maar heeft de kleurcombinatie daar niet van kunnen aflezen. Ik besluit om er maar eens heen te lopen en een poging te wagen. Jammer dan…. na een half uur posten zie ik de vogel niet meer terug.
De grote aronskelken die op deze plek massaal in het bos staan zijn inmiddels aan het uitgebloeid raken. Het geinige is dat bij deze plant het blad pas ontstaat nadat de bloem is uitgebloeid. Ook in dit deel van de bush zijn sommige plekken al haast onherkenbaar geworden doordat het blad aan de bomen en struiken al zo enorm ontwikkeld is.
Al meteen na het opzetten van de netten merk ik dat ik enorm moe ben geworden, en ’s middags melden zich de eerste maagkrampen alweer. Nee hè, niet weer…. Toch wel, ’s avonds haak ik af om mee te gaan eten in het centrum van Kintampo. Ik moet er op dat momnet niet aan denken om al die geuren daar in m’n neus te krijgen. Ik vraag Peter of hij niet een bakje met eten kan meenemen en dat eet ik (voor het grootste deel) op m’n kamer op. Daarna heb ik het letterlijk wel gehad en duik ik m’n bed in. Een half uur later wordt ik echter al weer wakker van slaande deuren en klapperende golfplaten. Er is ineens weer een tropische storm komen opzetten en die raast met rukwinden, donder en bliksem over Kintampo.

zaterdag 12 maart 2011: Kintampo.
Vanmorgen om 06 uur vertrokken naar vanglocatie Kintampo 2. Daar aangekomen zijn Peter en ik met de netten naar het laagstgelegen terreindeel gelopen waar Rob vorige week goede vangsten deed. De rest van de groep gaat vandaag bezig met habitatopnames. We staan versteld van de verandering die er in het terrein heeft plaatsgevonden; het is zo groen geworden dat we amper nog herkennen waar we de vorige keren de netten hadden staan. De bonte vliegenvangers helpen ons vanmorgen echter want voordat we ook maar 1 roepje horen ziet Peter er al 1 zitten op een tiental meters voor hem. We zetten snel een net op en maken dat we wegkomen. Op dat moment horen we al 2 vogels reageren.
Voor een tweede vangplek hoeven we niet ver van deze plek verwijderd te zijn want een meter of 50 verderop zit er al weer een stille vogel voor ons in de struiken. Het valt ons dan al wel op dat ze allemaal laag aan het foerageren lijken te zijn.
Vervolgens lopen we via het zandweggetje naar het deel met het Yamveld en horen ook daar een inmiddels stevig roepende bonte vliegenvanger. Ook daar staat het net snel en hunnen we dus een plek voor onze eerste ‘no-koffie-break’ zoeken. Maar daar komt het nog niet van want Peter ziet alweer een bonte vliegenvanger die zelfs aan het vechten is met een ander exemplaar. Omdat we geen netten meer bij ons hebben besluit Peter om terug te lopen naar de auto om een setje op te halen. In de tussentijd kan ik het eerste net gaan controleren. Daar blijkt dan al een bonte vliegenvanger in het net te hangen en hoor ik dat er in de struiken naast het net nog een vogel zit. Dus haal ik de gevangen vogel uit het net en maak dat ik weg kom. De vangst blijkt een gekleurringde vogel te zijn van voor het moment dat we met de transponders begonnen aan te leggen. Dat is dus waardevol voor het vaststellen van de site fidelity. Ondertussen is Peter teleurgesteld teruggekeerd want de auto bleek te zijn verdwenen; George bleek om onduidelijke redenen naar het dorp te zijn teruggereden. Tja, zul je net weer zien; normaal gesproken blijft ie altijd hier en nu is ie weg als je hem nodig hebt.
Wat de bonte vliegenvangers betreft: ze verbazen ons weer eens totaal. Zoveel activiteit en fel reagerende vogels en dan toch maar 1 vangst. Verder vangen we in de tussentijd nog meer 1 extra vogel, een klein duifje, een blue spotted wood dove. Daarna valt het weer stil tot we beginnen met opruimen want dan hangen er in hetzelfde net waar we de bonte vlieg vingen ineens 4 vogels: een pygmy kingfisher, een tawny-flanked prinia en twee grey-backed Camaroptera’s. We zagen in dit terreindeel ook nog een nieuwe Europese soort, een paapje.
Aan het eind van de middag maakt de rest van de ploeg de habitatopnames af en blijven Peter en ik op het guesthouse waar ik zelf er even een paar uurtjes voor ga zitten om het invoeren van de ringgegevens van de afgelopen dagen eens weer bij te werken.

Vrijdag 11 maart 2011: van Damongo naar Kintampo.
We hebben weer eens kunnen uitslapen. Nou ja, echt uitslapen zit er hier niet in want je ligt al vroeg in de ochtend te baden in het zweet. Bovendien werd ik na de vangactie van gisteravond getrakteerd op een been dat vannacht enorm jeukte op de plekken waar de bloedzuigers zich vast hadden gezet. Op de plekken van de beten zit een kransje kleine rode plekjes waarvan de jeuk te vergelijken is met een kwallenbeet.
Omdat we vanmorgen moeten wachten op George die ons vanuit Kintampo komt ophalen komen we op het idee om eens iets uit te proberen. Peter is in de vroege ochtend al begonnen met een eerste experiment en heeft zijn ball-chattri aan de achterzijde van het gebouw neergezet en deze voorzien van broodkorsten. Daar blijken later ineens 2 senegal coucals op te zitten waarvan er één vast genoeg zit om gevangen te worden. Het is een 2e kalenderjaarvogel want hij heeft nog enkele gestippelde veren van het jeugdkleed. Ook die coucals blijken weer van die gekke vogels die in het veld veel groter lijken dan ze zijn en in de hand lijken het net koekoeken, vooral een grote bos veren.
Er zitten al een paar dagen groeiende aantallen zwaluwen rond het stenige terrein van het guesthouse; vooral house swifts en red chested swallows (de Afrikaanse verwant van de boerenzwaluw), maar ook de geinige kleine lesser striped swallows met hun hagelslagpatroon op de borst en een cappuccinokleurig rond kopje.
We besluiten om een netje strak tegen de ingang van de galerij voor onze kamers te zetten en dan geluid af te draaien in de galerij. Wellicht duiken de vogels dan de galerij in en gaan er om de hoek weer uit waar dan het net staat. Met wat improvisatie lukt het om het net op z’n plek te krijgen en te houden. We gooien vervolgens het geluid aan en binnen een paar seconden hangt het op het pleintje al vol met opgewonden zwaluwen en een paar minuten later schieten er al 2 vogels het net in. Daar blijft het echter bij want de vogels blijken het trucje heel snel door te hebben en scheren rakelings voor het net langs om onverwijld het roer om te gooien en er weer vandoor te gaan. Het is dan ook een ander verhaal dan bij ons waar ze de drang hebben om naar de nesten met jongen terug te willen gaan.
Net na de middag gaan we in Damongo nog eerst even wat eten en moet er voor Peter nog even een document voor z’n terugreis uitgeprint worden in een klein kantoortje waar het dan al broeierig warm is.
We beginnen aan de rit die ons op het warmste moment van de dag in Kintampo moet brengen. Onderweg op de dirtroad stoppen we nog even omdat Peter foto’s wil maken bij één van de traditionele huttendorpjes. Dat leidt al snel tot de situatie dat er zich een man meldt die zegt dat er toestemming van de lokale chief nodig is en dat hij de spokesman voor hem is. Daar trapt Japheth niet in maar het duurt nog lang voordat de man bakzeil haalt en uiteindelijk net zo goed meeposeert bij dit tafereeltje dat ik toch altijd nogal beschamend vindt omdat het door veel mensen toch wordt gezien als een vorm van neo-kolonialisme waarbij ook nog eens slechts een klein deel van het dorp profiteert van de habbekrats die het ze oplevert. Om nog maar te zwijgen van de volken of religies die betaald worden voor fotografie zien als een vorm van prostitutie.
We stoppen ook nog even bij de brug over de zwarte Voltarivier en maken daar foto’s van de ondergelopen met bomen en struiken begroeide oeverlanden die ook nog wel een beetje doen denken aan onze vroegere ooibossen in de rivierenlandschappen.
George heeft om ons niet duidelijke redenen nogal wat haast vandaag en dat leidt er toe dat hij op de dirtroad met 150 km/u op een haar na over een grasshopper buzzard heenrijdt die niet eens de tijd heeft om zich te realiseren dat ie maar beter kan opvliegen en dat dan ook niet eens doet. Later op de asfaltweg hebben we tot twee keer toe bijna een aanrijding met één of meer geiten. Ik sluit in beide gevallen mijn ogen maar snel en wacht op de doffe dreun die uiteindelijk gelukkig toch niet volgt. We passeren weer de vele dorpjes van het armste deel van Ghana waar je de meest schrijnende maar vaak ook geinige situaties tegenkomt zoals een hoge vuilstorthoop waarop 3 ezels staan te grazen tussen de vele plasticzooi, een geit die op z’n kop staat in de grote vijzel waarmee de vrouwen voor hun hut of huisje de cassave en maïs fijnstampen. Verder passeren we weer een uitgebrande auto die er vorige week nog niet stond en die inmiddels ook al helemaal gestript is. En natuurlijk weer tientallen vrachtauto’s die met panne langs de weg staan en waarbij soms het gehele motorblok in een grote plas olie op het asfalt ligt.
Tegen 3 uur in de middag komen we aan in Kintampo en checken weer in in het ons welbekende prince of peace guesthouse waar we weer hartelijk verwelkomd worden door de beheerder Mkwame. Janne, Mariel en Niels zitten buiten insectenmonsters uit te zoeken en zijn in de afgelopen week zichtbaar bruiner geworden. Onderweg hadden we ook al wel gezien dat het in de afgelopen periode in het landschap al weer een stuk groener is geworden.
Het Kintampo-team heeft afgelopen dagen een nieuw eethuisje ontdekt dat eigenlijk bijna de naam restaurant mag hebben. Het is het hospitaalrestaurant dat zich, hoe raadt u het, bij het hospitaalterrein bevindt en ook die naam draagt. Het restaurant bevindt zich aan het einde van de straat waar het guesthouse ook zit en we besluiten om er dan ook maar heen te lopen. Peter blijft wachten op George die echter spoorloos is. Na enige tijd van wachten besluit Peter om dan zelf maar in de auto te stappen want hij heeft de sleutel al wel. Als hij eenmaal op pad is weet hij echter niet waar hij moet zijn… Hoe hij het uiteindelijk voor elkaar heeft gekregen weet ik niet, maar hij komt samen met George bij het eethuis aan en bestelt zijn gebruikelijke biertje. Daarna krijgt hij van Japheth een stevige reprimande over het feit dat hij met de auto is gaan rijden want daar hebben de mannen strikte orders voor ontvangen van hun meerdere. Zij zijn onze begeleiders en zij rijden dus en zijn ook verantwoordelijk voor ons. Dat is iets dat wij Nederlanders niet meer kennen, wij leven in een land waar we een houding hebben van: alles moet kunnen, ook als de regels anders zijn.
We zitten in het eethuisje in een kleine ruimte met een paar tafels en stoelen en zelfs tafelkleedjes op de tafels, en kijken met de vleermuizen aan de dakbalken boven ons hoofd zo de keuken in waar het eten nu eens een keer vers na je bestelling verwerkt wordt en waar eindelijk, eindelijk, verse groente verwerkt wordt. Het is vertederend om te zien dat er een jonge moeder staat te koken met een baby in een wikkeldoek op de rug, maar als je even later een merkwaardige geur in je neus krijgt en ziet dat in de keuken de baby even op de keukentafel verschoond wordt dan denk je daar toch wel even wat genuanceerder over…
Na afloop van de overheerlijke maaltijd, gebakken rijst met een groentecurry met kip en een glas vers geperst sinaasappelsap met een klontje ijs erin, gaan we in het centrum nog even water en ander eten inslaan en kijken toch nog maar weer even bij de bank. Verrek, de pinautomaat werkt weer, en zowaar wordt deze keer ook mijn pas geaccepteerd. Toch weer een zorg minder.

vrijdag 11 maart 2011

BONTE VLIEGENVANGER-EXPEDITIE GHANA 2011 : VERSLAG WEEK 5.

Donderdag 10 maart 2011; Damongo, derde poging boerenzwaluwen.

Ons minitaxietje stond om 06 uur weer keurig voor de deur om ons op te halen.
We zijn vanochtend naar een vangplek geweest waar we deze week nog niet eerder geweest waren.We stapten nog geen 20 meter de bush in of de eerste bonte vliegenvanger liet zich al horen. Het was echter dat roepje dat een beetje voorzichtig, kort en zachter klinkt zoals je bij ons in het broedseizoen ook hoort als ze ’s morgens bij het eerste licht de nestkast verlaten. Zelf heb ik de indruk dat je daar niet direct op moet reageren door op die plek meteen een net te zetten, zeker omdat ze hier vaak uit een lianenbosje van hun slaapplaats lijken te vertrekken om in de omgeving in geschikte bomen te foerageren. We negeren dit geval dus en wachten geduldig tot een eindje verderop een andere vogel feller en langer aanhoudend roept.
Ik zie door m’n verrekijker dat het een ongeringd exemplaar betreft en dat de vogel aan het voedsel zoeken is. Dus zetten we hier juist wel een net op de dichtstbijzijnde geschikt lijkende plek. Dat ziet er hoopvol uit want tijdens het opzetten blijft de vogel stevig roepen en als we klaar zijn en weglopen zit de vogel al boven het net.
Op naar de volgende plek en die laat niet lang op zich wachten. Een 50 meter verderop horen we zelfs 2 exemplaren en het net staat dan ook snel. De derde locatie laat echt langer op zich wachten want gedurende ruim een half uur is het totaal stil in het bos. Als uiteindelijk ook dit net staat zoeken we een schaduwrijke plek op en beginnen we weer met het inmiddels gebruikelijke ochtendritueel waarin we bij het drinken van water en knabbelen van de futloze chinese koekjes mijmeren over heerlijke koppen koffie en appelgebak met slagroom. Peter’s favoriet blijft echter toch wel de gehaktbal met satésaus, maar op dit tijdstip…..
Mijn theorie wordt gedurende deze ochtend flink onder druk gezet, om niet te zeggen onderuit gehaald want we vangen in de gehele ochtend maar slechts 1 vogel ! Maar dan ook wel een heel mooie en een nieuwe soort voor deze expeditie. Er hangt namelijk een mooie adulte man African golden oriole in het laatst opgezette net. Mooie vogels met nog meer geel dan onze wielewaal, maar iets kleiner.
We zien deze ochtend ook niet zo heel veel andere leuke soorten, al blijft het waarnemen van een paartje bearded barbets en een grasshopper buzzard die een prooi op de grond weet te slaan toch zeker vermeldenswaard.
Aan het eind van de middag worden we weer vanaf het guesthouse opgepikt en zien we bij vertrek dat er een voetbalwedstrijd zal worden gehoudens op het stoffige veld van het schoolcomplex aan de overkant van de weg. Er hebben zich al hele hordes mensen verzameld, en in het dorp stuiten we op een carnavalesk uitgedoste groep supporters die verkleed en uitbundig traditioneel dansend over straat gaan en op weg zijn naar het voetbalveld.
Peter grijpt meteen naar zijn fototoestel maar Japheth kan nog net op tijd roepen dat hij hier vooral geen foto’s van moet maken want dan zullen ze met zekerheid de auto te lijf gaan…. En dan niet uit puur hooliganisme maar vanwege het feit dat net als met het carnaval bij ons deze gelegenheid door meerdere mannen wordt aangegrepen om eens even lekker legitiem de travestiet uit te hangen. Er lopen dan ook jongemannen tussen het gezelschap die zich in wel heel strakke bikini’s hebben gehesen of gewoon in traditionele dameskleding lopen te hossen. Een duidelijke illustratie dat dit gedrag weliswaar op straat door veel omstanders enthousiast verwelkomd wordt, vele omstanders voegen zich ook bij het gezelschap, maar dat het op de gevoelige plaat vastleggen van dit ritueel toch net te ver gaat; er bestaan hier nog veel taboes waar wij als open Nederlanders geen weet van hebben. Natuurlijk gaat de gehele optocht weer vergezeld van een enorme bak met herrie uit grote luidsprekers die op een kleine truck meerijdt.
Japheth vertelt later ook nog dat ieder groot voetbaltoernooi hier telkens gepaard gaat met meerdere doden, simpelweg door de uitbundigheid van het vieren van slechts het spelen van een match, los van een overwinning of nederlaag. Het is de gewoonte om op die momenten met 40 tot 50 man op een vrachtwagen te kruipen waarvan de chauffeur met grote snelheid slalomrijdend en remmend door de straten trekt. Tja, dan verlies je nog wel eens wat lading…



Om iets na vijven staan de netten weer klaar op de oever van het meer en kan ik weer beginnen met het lospeuteren van meerdere bloedzuigers op m’n benen. Als we goed en wel een kwartiertje hebben staan wachten zien we ineens een African giant kingfisher voorbij komen vliegen om vervolgens in de dode boom te gaan zitten waar we een net pal naast hebben neergezet omdat die boom zo vol met vogelpoep zat. Laat ik op de MP-3-speler die daar ligt nou net juist het geluid van de pied kingfisher hebben gezet…. Als de giant even later weer wegvliegt snel ik toch naar het net toe om even van track te wisselen. We wachten af wat komen gaat, maar de giant zal zich niet meer laten zien.
Wel zien we weer prachtige slaaptrek van de vele koereigers en ditmaal ook een drietal purperreigers die in de boomtoppen op het eilandje in het meer neerstrijken.
Verder natuurlijk ook weer Jacana’s, black crake’s, kwakken, woudaapjes en green backed herons.
Langzaam maar zeker beginnen er ook boerenzwaluwen te arriveren en dat blijken er al snel meer te zijn dan de vorige twee avonden. Uiteindelijk schatten we dat er zeker 40 rondvliegen.
We zien ze in de verre schemer prachtig laag rondscheren en uiteindelijk gaan ze op diverse plekken rond het geluid in het lage olifantsgras of op boomtakken zitten.
Als we bij de netten komen blijkt het eerste net vooral weer vol te hangen met ongeveer 40 quelea’s, maar verderop hangen er toch nog wel zwaluwen. Dat blijken er 9 te zijn en er zitten ook nog 3 oeverzwaluwen bij. De slaapplaats is dus duidelijk aan het groeien, maar het aantal gevangen vogels hadden we gezien de vorige percentages van aanwezige vogels hoger ingeschat.
We besluiten om de taxichauffeur voor zijn bewezen diensten te bedanken door hem uit te nodigen om een drankje met ons te delen in het eethuis. Hij heeft vandaag immers zijn laatste rit voor ons gemaakt want morgen vertrekken we voor onze laatste periode van deze expeditie naar Kintampo. Ook Celine is weer aanwezig in het eethuis en schuift samen met haar vrienden bij ons aan. Peter heeft z’n laptop meegenomen en kan daarop zijn gemaakte foto’s van de vorige vangavond en vangochtenden laten zien. En zo wordt het een gezellige laatste avond in Damongo.

Woensdag 9 Maart 2011: Damongo, kleurringen aflezen.

Peter en Japheth zijn vanmorgen gewoon weer gaan vangen en ik ben gewapend met de GPS vertrokken om in het bos te proberen de inmiddels gekleurringde bonte vliegenvangers terug te vinden en af te lezen. Dat leverde vooral waarnemingen van ongeringde vogels op. Logischerwijs hebben we met de lage aantallen vogels die we in de netten weten te krijgen nog lang niet alle aanwezige vogels te pakken gehad en deze methode om alles wat je aan bonte vliegenvangers ziet, ook de ongeringden, een waypoint in de GPS te geven zal uiteindelijk ook zinvolle informatie opleveren over de dichtheden in het onderzoeksplot.
Na heel wat gestruin door de bush heb ik op het moment dat het roepen (zoals dagelijks rond 09 uur) stopt een stuk of 10 waarnemingen kunnen registreren.
Opvallend is overigens wel het feit dat je de bonte vliegenvangers heel vaak samen ziet met fitissen. Die zitten inmiddels echt structureel en uit volle borst te zingen; de audities voor het broedgebied zijn in volle gang. Na het zoeken en registreren van losse waarnemingen begin ik aan het lopen op de coördinaten van de plekken waar al bonte vliegen zijn geringd, om te kijken of deze daar nog aanwezig zijn. Omdat ik met een andere GPS werk dan het apparaat waarin de meeste locaties zijn opgeslagen, moet ik op de op- en aflopende coördinaten lopen en dat valt niet mee. Het betreft nl een verouderd apparaat waarbij de signaalfrequentie in het contact met de satelliet niet zo hoog is en dus worden de coördinaten zo traag aangepast dat ik als een dronkeman zigzaggend door de bush loop. De paar locals die inmiddels hun illegale akkertjes in het bos aan het bewerken zijn moeten me wel helemaal voor gek versleten hebben…. Als rustpauze en voor verfrissing in de inmiddels opstekende wind klim ik even het escarpment op en laat me heerlijk alle zweet van het lijf afblazen. De warmte loopt al snel op en het zicht is dan ook al beperkt tot naar schatting een tiental kilometers. Als ik sta uit te waaien komt er een prachtige adulte Lannervalk laag en nieuwsgierig over me heen vliegen. Ik zie tot ver op de rotsen dat de hagedissen en agames zich snel voor de vogel uit de voeten maken. Op de weg terug vind ik op drie plaatsen afgeworpen slangenhuidjes.

Ik zie in de resterende uren weliswaar nog een prachtverzameling aan vogels van diverse pluimage, o.a. een koekoek die nagezeten wordt door ene african golden oriole, een paartje bearded barbets, een grey-backed cuckooshrike, een mooie witte morph african paradise flycatcher en meerdere violet turaco’s, maar in het beeld van de waarnemingen aan bonte vliegenvangers komt maar weinig verandering. Ik weet slechts 1 vogel af te lezen en op de paar andere plekken waar ik heen ben gelopen waren vrijwel zeker geen individuen meer aanwezig. Om iets voor half twaalf kom ik struikelend, 2 liter water in m’n rugzak lichter en met geronnen bloed op m’n armen van de doornstruiken in de bush, uit op het tweede vertrekpunt van het plot, en loop over de dirtroad naar het andere punt waar de taxichauffeur ons zal oppikken. Ik kom nog weer een paar altijd vriendelijk groetende Ghanezen tegen die met bergen hout achterop de fiets zich een weg banen door het stoffige zand van de weg.
Als ze een standaard op de fiets zouden hebben waren ze vast en zeker ook nog afgestapt om even de handen te schudden……….
Om precies half twaalf komt de taxi in een grote stofwolk aangescheurd en komen Peter en Japheth even later ook de bush uitgelopen. Ze hebben de gehele ochtend slechts 2 paradise flycatchers gevangen, ook voor hen werkten de bonte vliegen weer eens niet mee.

De middag wordt meer nog dan anders doorgebracht met douchen, slapen en het pogen de voeten te ontspannen in een emmer met water. Aan het eind van de middag wordt er niet nog eens gevangen want de ervaring heeft ons inmiddels wel geleerd dat het zeker op een dag zonder ochtendvangsten niet zinvol is.
Ondertussen krijg ik een SMS-je van het thuisfront binnen waarin Hanneke meldt dat lezers van de verslagen op m’n weblog zich zorgen maken over mijn gezondheid. Zo denkt Leo Oudejans dat ik wellicht Giardia zou kunnen hebben want volgens hem lijken de symptomen er wel erg op. Zowel Japheth als ik hebben nooit van die ziekte gehoord, maar zeker in mijn geval zegt dat niets. Gelukkig voel ik mij inmiddels weer kiplekker en dat probeer ik vooral zo te houden gedurende de resterende 2 weken.

Dinsdag 8 Maart 2011; Damongo. Tweede poging boerenzwaluwen ringen.

Keurig op de afgesproken tijd rijdt de nieuwe taxichauffeur in een nog kleiner autootje de binnenplaats van het guesthouse op. Het is even de vraag hoe we dat gaan oplossen met de netstokken die toch ook mee moeten en in zo’n autootje zelfs niet in de lengte tussen de passagiers zullen passen. Maar ja, problemen bestaan hier op het gebied van vervoer niet, louter oplossingen. En dus wordt het achterste zijraampje half opengedraaid en worden de stokken rechtopstaand door het raam gestoken. Opgelost. We rijden weg en constateren al snel dat deze auto helemaal niet eens trilt… nou ja zeg, het kan verkeren.
We hebben besloten om vandaag te gaan vangen op de dichtst bij het dorp liggende plek, waar we de allereerste vangochtenden van Damongo ook hebben gehouden. Het is inmiddels voor Ghanese begrippen fris geworden na het noodweer van gisteravond en vannacht en de vogels lijken daarop te reageren door vooralsnog de snavels lang op elkaar te houden. Peter besluit tot een andere strategie, gewoon een net opzetten en wachten wat komen gaat. Ik heb nog een half uur langer nodig voordat ik letterlijk tegen de rotsen van het escarpment aan een bonte vliegenvanger heel stilletjes en slechts af en toe hoor roepen. Ik heb het net echter amper staan en ben op een afstandje gaan zitten, of er komt een groepje geiten aan. Dus maar snel richting net gelopen om ze op afstand te houden. Ze willen persé op deze plek de hoogte in om op de hellingen van het escarpment het meest malse van de vegetatie te vreten. Alles loopt goed af, maar ik besluit om wel op zichtafstand van het net te blijven. Daar wordt ik nog wel druk mee zal later blijken want gedurende de gehele ochtend moet ik regelmatig de geitendrijver uithangen. Ik ontdek een paar holtes in de rotsen en zie daar veel poepspetters bij. Als ik er zo dicht mogelijk bij klim merk ik aan geruide veren dat het hier om holtes gaat die door kerkuilen worden gebruikt. Op de rotsen weet ik een stuk of 10 braakballen te verzamelen waarbij in één van de ballen al een schedel van een ratachtige zichtbaar is.
In de tussentijd is Japheth mij op komen zoeken met een gevangen bonte vliegenvanger en heb ik zelf nog slechts een fitis weten weg te ringen.
Net nadat ik de vliegenvanger heb losgelaten komt hij samen met Peter terug met een wel heel prachtige vogel die Peter hoog op zijn wenslijst had staan, een African paradise flycatcher in de witte morph en dan nog wel een mannetje met een inmiddels volledig uitgegroeide staart van maar liefst 314 mm lang. Wat een prachtvogel, en het is pas helemaal mooi als je hem met die wapperende staart ziet wegvliegen.
Verder heeft Japheth nog 2 andere vogels gevangen, 2 northern crombec’s de boomkleverachtige kleine vogeltjes die zo’n kort staartje hebben dat de vleugels er voorbij steken en ze staartloos lijken te zijn. Later volgt nog een tweede bonte vliegenvanger die Japheth in hetzelfde net heeft gevangen waar ook de eerste van deze ochtend hing. Als Peter en ik al aan de weg staan om door de taxi weer opgepikt te worden laat Japheth nog even op zich wachten. Later blijkt dat hij op het moment van opruimen ineens 20 vogels in 1 net had hangen dat tot dat moment de hele ochtend nog niets had gevangen. Dan wordt je wel even druk ja. Hij heeft alle vogels ongeringd moeten laten gaan, het waren dan ook geen projectvogels, en voornamelijk red cheeked cordon bleu’s en sunbirds. Ook mooi meetbare vogels, maar als je haast hebt…..

Aan het eind van de middag zijn we weer naar het meer vertrokken om een tweede poging te doen tot het ringen van boerenzwaluwen op het mini-slaapplaatsje dat we daar ontdekt hebben. In een half uur hebben we de vier netten staan en kunnen we een rustig plekje aan de oever van het prachtig gelegen meer opzoeken om af te wachten wat de avond zal gaan brengen.
Omdat ze nog nooit van het ringen van vogels had gehoord en door onze verhalen wel erg nieuwsgierig was geworden had Celine bij Peter ook al aangekondigd dat ze wel graag zou willen komen kijken. Ze belde nogmaals met de vraag of het goed was dat ze een groepje kinderen uit het weeshuis meenam. Na enig zoekwerk kon ik de groep van de weg ophalen en waren ze nog net op tijd aanwezig om 2 inmiddels gevangen Malachite-ijsvogels te kunnen bekijken en los te laten. Daarna bleef het nog een tijdje rustig, maar kwamen er toch nog een paar zwaluwen opduiken. Peter en Japheth hadden er 9 geteld en uiteindelijk hingen er 7 in de netten en hing er ook nog weer een oeverzwaluw bij. Dat mag verhoudingsgewijs een goede vangst genoemd worden ! er hing ook nog even een Jacana in het net maar deze trapte zich met z’n grote poten al snel weer uit het net voordat Peter hem kon grijpen. Bij het opzetten van dit net zag ik overigens nog een african crake wegspurten en even later hing er even een yellow-billed kite nieuwsgierig boven het net te kijken. Japheth ontpopte zich meteen als een goede excursieleider en vertelde de kinderen over het nut van vogels en het onderzoek daaraan. De zwaluwen hadden zonder uitzondering weer allemaal trekvet en hadden op de oeverzwaluw na de rui volledig voltooid. Klaar voor vertrek dus. Tijdens het ringen vertel ik de kinderen ook nog het één en ander over de zwaluwen en vinden ze het prachtig dat ze de vogels één voor één mogen loslaten.
Ondertussen zijn Peter en Japheth teruggegaan naar de netten om ze op te ruimen. Dat hadden we beter direct kunnen doen bij het uithalen van de laatste vogels want er hingen nu inmiddels maar liefst 5 grote vleermuizen in en die hadden al een flinke gatenkaas van de (nieuwe) netten gemaakt. We hebben dus weer iets geleerd….

Maandag 7 Maart 2011: Damongo, gedonder in de lucht.

Om 6 uur precies staat netjes volgens afspraak de taxi voor het guesthouse.
Maar op het moment dat wij de spullen in de auto willen laden moet de chauffeur eerst nog even een wiel verwisselen. Maar goed, een kwartiertje later rijden we….
Naar het tankstation om de hoek bij het guesthouse… er moet per se eerst getankt worden.
Ja hoor, gebeurt ons weer… het tanken gaat op z’n elfendertigst en de tijd tikt door want de vogels wachten niet met roepen als wij er nog niet zijn…
Weer een kwartier later rijden we echt het dorp uit. Eenmaal op de wasbordweg weten we niet hoe we het hebben want de auto veranderd in een dusdanig vibrerend vehikel dat de laatste vetrolletjes er nu lekker snel aftrillen. Met 4 man in zo’n auto kun je dan met recht spreken van een echte ballenbak. Vanaf de achterbank schreeuwt Peter: ‘moet jij ze ook zo goed vasthouden?’
Er zitten gewoon helemaal geen schokbrekers op deze auto, of rijdt ie inmiddels op lege banden? Ruim een half uur te laat komen we op de vangplek aan en gaan snel de bush in om nog enigszins op tijd te zijn voor het roepen van de vogels.
We belanden al lopend in de omgeving van het escarpment en kunnen pas daar de netten één voor één plaatsen. Vangsten van bonte vliegenvangers blijven echter weer uit. Wel vangen we een mooi getekende man scarlet chested sunbird, gevolgd door een common bulbul.
We zijn voor het ringen van de vogels gaan zitten in een uitloper van één van de regengully’s die het water van het escarpment afvoeren. Er stroomt onderin zelfs nog een beetje water en ik ontdek dat er op het randje van dat water stevig wordt ingenomen door bijen en zweefvliegen.
Later op de ochtend hebben we nog een netje vol hangen met sunbirds. Wederom allemaal scarlet chested sunbirds en wel in verschillende generaties. We hebben 2 adulte mannen, 1 vrouw en een vijftal jonge mannetjes van het vorig broedseizoen en dus in het sub-adulte overgangskleed. Daarmee eindigt de vangochtend dan weer.

We zijn mooi op tijd terug aan de weg, maar de taxichauffeur is er nog niet.
Dat kan gebeuren natuurlijk, het blijft Afrika. Maar het duurt toch zeker wel een half uur voordat hij er uiteindelijk staat. En daar wordt je toch niet vrolijk van bij een temperatuur die inmiddels al rond de 40 graden zit. We trillen en schudden weer terug naar het dorp in het autootje dat door touwtjes en ijzerdraadjes bijeen gehouden wordt.
We springen snel onder de douche die weer lekker bruin water geeft. Het stuk zeep dat je dan gebruikt wordt ruwer door al het zand dat zich er op verzameld.
Aan het eind van de siësta is het buiten voor de kamer in de zon maar liefst 49 graden Celsius; dat hebben we deze periode nog niet meegemaakt. De meeste dagen zit het er zo ongeveer 5 tot 10 graden daaronder.
We hadden met de taxichauffeur afgesproken dat hij ons om 18:30 uur weer zou komen ophalen, maar hij komt uiteindelijk helemaal niet opdagen….
Dat wordt dan toch maar lopen naar het centrum van Damongo. Later blijkt dat Japheth hem al betaald had voor de rit in de ochtend, en dat vanwege het feit dat Janne hem opdracht had gegeven de ritten die alleen voor het vangen waren uit de pot van de expeditie te betalen. Voor ritten naar het dorp was er ander geld. Maar goed, de chauffeur heeft hierdoor gedacht van : ik heb m’n geld voor vandaag en ga mooi een andere rit maken die me meer op kan leveren.
Als we later in het eethuis zitten raken we daarover in een pittig onderling meningsverschil. Onze stemverheffing blijft niet ongemerkt en ineens hebben we in het donker iemand naast onze tafel staan met de opmerking: ‘zijn jullie Nederlanders?’.
Het blijkt een vrijwilligster, Celine, die hier in Damongo werkt op het weeshuis net buiten het dorp. Er volgt een geanimeerd gesprek nadat ze bij aan tafel schuift om haar eten bij ons verder te nuttigen. Daarbij komt ook ons probleem met de taxichauffeur ter sprake en zonder al te lang na te denken komt ze met het idee dat zij wel een paar vrienden kent die wellicht wat voor ons kunnen betekenen voor de komende dagen. Dat resulteert in het even later één voor één bij ons aan tafel verschijnende mannen die weer anderen kennen. Uiteindelijk kan er een afspraak voor een vaste prijs voor de komende drie dagen gemaakt worden met een andere taxichauffeur. In de tussenliggende tijd staat zo ineens ook de andere taxichauffeur bij ons aan tafel om met vele bewoordingen en uitvluchtjes uit te leggen waarom hij er niet was.
Japheth is zo verstandig om de man te dumpen want hij heeft gewoon een andere rit gemaakt ondanks de afspraak. Toch is de discussie over de verdeling van het geld uit de pot nog niet opgehelderd en voor we het weten ontstaat daar weer een meningsverschil over dat er in resulteert dat we met kwade koppen het eethuis uitlopen. Als we op straat verschijnen steekt er ineens een enorme wind op. Ik had tijdens het eten al wel gezien dat het in de verte weerlichtte dus geheel onverwacht kwam dit ook niet. In enkele seconden tijd verandert het straatbeeld in een inferno van stuivend zand, rondwaaiende troep, afscheurende boomtakken en hoor ik in de nabijheid al golfplaten losgerukt raken van de provisorische huisjes.
Dit is het weer dat hier nogal eens veel slachtoffers met grote snijwonden maakt door rondvliegende golfplaten met vlijmscherpe randen. Overal langs de straat is men in de weer om zo snel mogelijk de winkeltjes in de kleine keetjes te sluiten en het wordt zaak om zo snel mogelijk nog een zak met water te kunnen kopen.

Na een paar vergeefse pogingen loopt Japheth door en zie ik Peter al nergens meer.
Ik duik nog een winkeltje in en de jongen daar heeft nog net 11 kleine knijpzakjes met water liggen waarvan ik er dan maar 10 koop. Als ik daarna weer op straat verschijn zie ik ook Japheth nergens meer en zie überhaupt niks meer want de aanhoudende zandstorm met inmiddels ook de eerste regen heeft niet alleen m’n bril veranderd in matglas maar ook m’n ogen en mond zitten vol met zand. Ik zie werkelijk geen hand meer voor ogen maar probeer maar zo snel mogelijk door te lopen richting guesthouse. Ondertussen is de elektriciteit al een paar keer kortstondig onderbroken geweest en moet je ook nog in complete duisternis tegen de felle koplampen van snel naar huis razende auto’s inkijken. Als links en rechts naast mij de bliksem ook recht naar beneden begint in te slaan zoek ik maar zo snel mogelijk een plekje om de rest van de bui af te wachten. Dat kan in de galerij van één van de vele kerkgebouwtjes hier, maar ook daar draait de wind zo rond dat ik gehurkt zit te wachten met m’n T-shirt voor m’n neus en mond. In die omstandigheden krijg ik een telefoontje van Janne die inmiddels een nogal in paniek geraakte Japheth aan de lijn heeft gehad die ons kwijt is geraakt. Ze heeft Peter ook al gebeld maar kreeg geen contact. Ik kan haar amper verstaan maar weet de situatie waarin we verkeren wel uit te leggen.

Na ongeveer een half uur is het ergste van het noodweer voorbijgeraasd en vervolg ik mijn weg. Ik ben echter nog niet goed en wel aan het lopen of de stroom valt definitief uit.
Nu zit ik echt in het stikdonker en voordat ik de tijd heb om stil te gaan staan sodemieter ik in de betonnen ditch van een meter diep die hier overal langs de straat loopt. Met meer geluk dan wijsheid krabbel ik er zonder noemenswaardige kleerscheuren weer uit. Ook op het guesthouse is het vanzelfsprekend stikdonker; het eerste dat ik doe is de opwindbare zaklantaarn opladen en in het schijnsel van dat licht een douche nemen om het zand kwijt te raken. Daarna plof ik achterover op bed om alleen nog even tussendoor wakker te worden om oordopjes in te doen tegen de oorverdovende regen die inmiddels weer op het golfplaten dak klettert. Wat een dag….

Zondag 6 Maart 2011: Damongo, independence day !

Ghana viert feest want het is de 54e verjaardag van de onafhankelijkheid van het land en dat wordt uitbundig gevierd. Als we in de vroege ochtenduren het bos inlopen komen er al vrachtwagens vol leerlingen van de scholen uit de omgeving langsrijden want onderdeel van de viering zijn heuse parades van militairen, politie, scholieren en reinigingsmedewerkers (het is in het land niet te zien dat die laatstgenoemden hier bestaan…). Vanzelfsprekend gaat het allemaal weer gepaard met veel gejuich en harde muziek.
We vangen vanmorgen weer niet veel, maar volkomen onverwacht toch 3 bonte vliegenvangers!!!! Janne heeft er 2 en Peter en ik hebben er nota bene 1 hangen in een extra bijgeplaatst netje dat nog van gisteravond op de stokken zat.
We stoppen vanmorgen een uurtje eerder want er moet door een deel van ons gezelschap opgeruimd worden want vanaf vandaag splitst de groep zich in tweeën om op twee onderzoeksgebieden tegelijk te vangen en het vertrek te gaan monitoren.
Peter, Japheth en ik blijven de komende 5 dagen in Damongo en de rest gaat met de auto naar Kintampo.
Daar vertrekt Rob overmorgen huiswaarts en voegt Niels Bot zich vers bij het gezelschap. Omdat we nu geen auto meer ter beschikking hebben, gaan we in Damongo naar de vangplekken per taxi waarmee Janne afspraken heeft kunnen maken voor het brengen en halen. We zijn benieuwd hoe dat zal gaan…
’s Avonds gaan we lopend naar het centrum van Damongo en daar staat tijdens het eten, in het eethuisje dat we afgelopen week naar tevredenheid hadden ontdekt, zo ineens één van de jongens van bij de moskee naast ons tafeltje om zijn ‘friends’ de hand te schudden. Hij is ons nagereisd, en driemaal raden wat hij de komende dagen zal proberen te doen….

Zaterdag 5 Maart 2011: Damongo, boerenzwaluwen vangen !

Over de ochtendvangst kan ik kort zijn, nul komma nul. Er kwam zelfs niet één andere vogel in de drie netopstellingen die we weer in de strijd hadden gegooid op plekken waar we roepende bonte vliegenvangers hadden gehoord. Het was weer zo’n ochtend waarop het opmerkelijk rustig was met vogelactiviteiten van welke soort dan ook. Het is voor ons tot op heden niet te verklaren wat dat gedrag veroorzaakt. We hadden uiteindelijk zeker wel weer bonte vliegenvangers bij de netten, maar ze bleven keurig op afstand en gingen niet dichter bij het geluid dan een paar meter.
Het werd weer een uitgesproken hete dag met in de middag een temperatuur die voor de kamer op het guesthouse was opgelopen tot 48 graden in de zon. Als je daar in rondloopt hangt er een stoomwolkje boven je lichaam. Bij de locals kun je op dit soort dagen witte zoutkristalletjes op hun armen zien. Bij ons resulteert het in stroompjes van water die zich de kortste weg over je lichaam zoeken waarbij vanzelfsprekend je ruggengraat en je bilnaad kleine rivierdalen vormen.
Om 16 uur zijn we met George naar het buiten het dorp gelegen meer gereden om ons geluk eens te wagen op een heel andere soort, de boerenzwaluw. Tijdens ons eerste verblijf in Damongo hadden we daar een paar boerenzwaluwtjes zien vliegen en dat gaf ons meteen hoop op betere vangmogelijkheden qua aantallen dan in het bos. We snakken er inmiddels naar om toch ook eens echt wat anders te doen te hebben dan wachten, wachten, wachten op vangsten die niet of amper volgen. We weten het, nul is ook een waarde, maar het ringersbloed kruipt…
Aangekomen bij het meer blijkt dat de eerste koereigers die we tegen de schemer altijd over het bos zien vliegen al in de bomen zitten. Uit de nadere richting komt net een groep van ongeveer 40 white faced whistling ducks aangevlogen. In een dode boom in het water zien we zowel een malachite kingfisher als een pied kingfisher. In de bomen op het eilandje enkele exemplaren van de green backed heron, 2 maal een squacco heron en 4 exemplaren van de reed cormorant.
We zoeken het stukje olifantsgras op en beginnen met de machetes een baantje te snoeien in het stukje dat toch kleiner en veel lager begroeid blijkt dan we aanvankelijk dachten. Maar we zijn vol goede moed en proberen het toch. We stappen het water in en merken dat het nog warmer is dan de buitenlucht. Voor ons uit springen kikkers die dusdanig sterke poten hebben dat ze zeker 5 meter kunnen springen. Enkele black crakes maken zich uit de voeten tussen het dichte olifantsgras.
Na een uurtje hakwerk en passen en meten hebben we 2 secties van 2 netten staan en plaatsen we het formidabele geluidskoffertje dat Rudolf in Friesland voor Peter heeft gemaakt en dat na gebruik bij de bonte vliegenvangers zijn waarde nu helemaal kan gaan waar maken want bij het vangen van boerenzwaluwen is flink volume van belang en dat kan dit kleine setje met een gewone MP-3 spelertje en 2 tweetertjes met een miniversterkertje prima bereiken.
Ondertussen gaat George voor ons richting dorp om gekoeld bier te halen. We hadden het gezegd voor de grap, maar de mannen van het centre for African wetlands nemen hun werk voor ons serieus en hij gaat… wat een verwennerij onder deze bloedhete omstandigheden.
Nadat het geluid een kwartiertje heeft gedraaid arriveren enkele boerenzwaluwen. Tijdens het wachten maak ik van de gelegenheid gebruik om even met het thuisfront te bellen en mijn vader met zijn verjaardag te feliciteren want het bereik blijkt hier aan de oever van het meer perfect te zijn. Als het gesprek goed en wel gaande is scheren er enkele groepjes weverachtigen laag over onze hoofden richting netten en zien we daarna de spanlijnen al vrolijk op en neer dansen. Het lijkt er altijd wel op dat wevers gewoon hun uiterste best doen om in mistnetten te belanden… kon dat maar van overwinterende bonte vliegenvangers gezegd worden….
We lopen snel naar de netten om met uithalen te beginnen. Het blijken allemaal (een stuk of 40) quelea’s te zijn die stuk voor stuk nog in hun non-breeding plumage verkeren en dus niet exact op naam te brengen zijn. Daarom mogen ze dan ook allemaal stuk voor stuk ongeringd het luchtruim weer kiezen. In de tweede sectie hangt slechts 1 vogel, maar dat blijkt wel meteen een geringd exemplaar te zijn ! Het is een orpheusspotvogel die door de Denen van de DOF hier vorig jaar geringd is. Als ie ook nog eens een transmitter op de rug had gehad dan was het een dit jaar geringde vogel geweest. Toch leuk want de vogel zit toch wel een eindje van z’n oorspronkelijke ringplek af.
Doordat we toch net iets te lang met het uithalen van quelea’s en vooral het krabben, knijpen en doodslaan van hele hordes mieren bezig zijn (die zitten al bij je kruis en oksels voordat de eerste begint te bijten…) zijn we net te laat weg op het moment dat de zwaluwen willen gaan zitten. Tevens is er in de tussentijd een visser met een staand want het water ingetrokken en hij zwemt vlak achter onze netten langs…. Maar goed, uiteindelijk hebben we tussen de quelea’s ook nog 3 boerenzwaluwen en 1 oeverzwaluw zitten. Alle exemplaren blijken helemaal klaar met de rui te zijn en hebben al trekvet aangelegd en zitten dus kennelijk vlak voor hun vertrek naar het Noorden. De oeverzwaluw heeft de buitenste handpen echter nog net in het eindstadium van rui zitten, maar heeft toch ook wel vetgraad 2. Interessante constateringen ondanks het feit dat we er maar een paar hebben. Het was toch niet voor niets.

Vrijdag 4 Maart 2011: Damongo, naar nationaal park Mole.
Peter en ik hebben onszelf vandaag een dagje vrijaf gegeven en zijn vanmorgen met George op pad gegaan richting het grootste nationlae park van Ghana, Mole. De dirtroad was na de hevige regenval van eergisteren nog best goed berijdbaar dus dat viel alleszins mee. Bij de toegangspoort aangekomen straalde ons al een grote plaquette tegemoet met de mededeling dat de Nederlandse regering van 2001-2008 geld in het park heeft gepompt. We vullen het uitgebreide inschrijfformulier in (nee, we hebben geen wapens bij ons, we zijn geen jagers….), betalen na lang wachten op het invullen van de rekening 29 cedi’s voor de auto en 3 personen en kunnen rijden. George rijdt meteen door naar het hotel alwaar we op het terras met zwembad kunnen uitkijken over een vallei met een mooi meer. Meteen zien we bij het water al meerdere soorten zoals een parend stel giant Kingfishers, een pied kingfisher en meerdere blue chested Kingfishers,



in de struiken langs het water 3 kwakken, een green backed heron en een black heron die in het water zijn onmiskenbare paraplu-act staat op te voeren. In het water zwemmen meerdere krokodillen, al laten die niet veel van zich zien. Het is voor hier een frisse ochtend en op de rand van het plateau staat een frisse bries recht in ons gezicht. We vangen hem op als een lekkere douche in ons gezicht, wat een verademing na al die dagen van meer dan 40 graden zonder een zuchtje wind.
Tussen de struiken zien we ook al meerdere antilopes, vooral hartebeesten, en ook enkele wrattenzwijnen. Nadat we een half uurtje hebben zitten genieten besluiten we om maar te gaan rondrijden in het park. George draait de auto echter richting het informatiecentrum en daar krijgen we te horen dat het verplicht is om een gids te nemen als je het park verder in wilt. Er staat een forse boete op als je zonder gids wordt aangetroffen en George is er niet de persoon naar/is niet in de positie dat hij dat risico zo maar kan lopen want zijn verantwoordelijkheid loopt verder door richting zijn werkgever dan de onze… Afijn, we krijgen dus voor 2 uurtjes (3 cedi per persoon per uur, dus waar praten we eigenlijk over…) een gids vergezeld van een geweer die echter wel per sé voorin wil zitten want dan kan hij het wild voor ons beter spotten… Na de eerste afslag wordt er halt gehouden bij een compound waar de familie van het parkpersoneel woont. Er lopen wat verveelde bavianen rond en een paar wrattenzwijnen scharrelen in de vuilnis die door een gat in de muur naar buiten wordt gegooid. ‘Do you want to take pictures?’ is de vraag meteen. Nou euhh nee, niet echt een leuke setting en we hebben niet echt de indruk dat die dieren nou zo wild zijn….
We rijden ruim een kwartier verder voordat we voor ons op de weg een jonge antilope zien, een bushbok deze keer. In de bush ontwaren we tussen de bomen nog 2 exemplaren. De adulte dieren zullen nog wel iets verderop in de struiken staan, buiten het gezichtsveld. Dit zou de gehele verdere rit zo gaan, en bij het infocentrum zag ik op de prijslijst al wel waarom. Jagers kunnen ook gewoon het park in en voor 10 cedi per kilo geschoten vlees hun gang gaan met natuurlijk wel een maximum quotum, maar gewoon schietend vanuit de auto. Tja, dan krijg je wel wild dat snel wegspringt zodra een auto iets halt houdt. We concluderen al snel dat we wederom verwend zijn geraakt in Zambia waar dit effect niet optrad in het jachtvrije park dat we daar bezochten. Wat een fotografeer- en gewoon kijkgenot was het daar…
Hier rijden we na dat eerste groepje antilopes ruim 3 kwartier zonder ook maar iets van wild te zien. Zelf zien we regelmatig mooie vogels, maar die ontgaan de gids al helemaal. Hij heeft er duidelijk geen kaas van gegeten en geeft dat na navraag ook toe. We komen bij een grote poel en zien daar enkele hamerkoppen, een drietal hadada-ibissen enkele wire tailed swallows en de onvermijdelijke pied kingfisher.
Regelmatig zien we ook bijeneters, die iets kleinere red throated bee-eater en ook een drietal square tailed drongo’s en een paar heuse echte afrikaanse halsbandparkieten. En de gids wijst ons op de zoveelste plek aar olifantenpoep of buffelpoep op de weg ligt. Tja, ik moet zeggen dat ik de afgelopen dagen al wel genoeg van die materie heb gezien…. ‘Maybe we can see elephants around the corner’ . Tja joh, tuurlijk, die kennen we… om de hoek zien we inderdaad olifanten, maar die zitten in de vorm van 4 behoorlijk gezette luid giechelende jonge meiden op het dak van een terreinwagen. O.k. rijdt voorlopig maar lekker door, want we zullen eerst wel even niet wat te zien krijgen. En zo geschiedde…
We maken een draai en rijden door een soort grote stroomgeul waar rechts naast de auto een diepe ditch onder de bomen loopt. Maar die staat ook droog en is nu ook oninteressant voor het wild. Wel zitten er vliegen, veeeeel, veeeeel, blinde dazen. Als de gids de auto even uit moet om over het pad hangende bomen weg te hakken blijft de deur net even iets te lang open en stroomt de auto vol. We hebben weer even wat te doen…
Aan het eind van dit stuk komen we weer in miombo-bos, een habitat dat door olifanten wordt begraasd en waar ze af en toe wat bomen omdrukken. Hier zien we een mooie adulte bateleur afzeilen over de vegetatie. Verder een drietal double spurred francolins.
Op nog een drie of vier plekken zien we een paar bushboks, hartebeesten en waterbok en rent er nog een familiegroepje van een stuk of tien mongooses voor ons uit, en daarna hebben we de rondrit gehad, twee uur zijn voorbij. ‘Are you coming back tonight to see a lot’ is de logische vervolgvraag. Nou, nee, toch maar niet want om daar nog 8 uur op te wachten….
We besluiten om maar terug te gaan naar Damongo om ons daar verdienstelijk te maken.

Buiten het park komen we door een dorpje waar de oudste moskee van Ghana staat. We besluiten om daar eens even naar te gaan kijken en draaien een zijstraat in. Voor we het weten schaart er zich een groepje van die jongens in mooie nieuwe footbalshirts om de auto om de driver er op te wijzen dat hij daar niet verder mag rijden. Uitstappen dus, en meteen heb je vrienden en sta je handen te schudden. Ze werpen zich op als gids en willen graag wat over de moskee vertellen voor een kleine bijdrage natuurlijk. Als ik het verhaal van de kennelijke leider van the pack aanhoor zie ik Peter al schielijk op de achtergrond teruglopen naar de auto nadat hij wat foto’s heeft geschoten. En toegegeven, de jongen vertelt een uitgebreid verhaal over de geschiedenis van de moskee die als eerste in Ghana werd gebouwd in 1421. Na afloop geef ik de jongens wat geld voor de uitleg en loop terug richting de auto nadat ik meermalen heb afgewimpeld dat ik niet ook nog eens een keer een guided tour door het dorp hoef te hebben waarbij ik een echte lemen hut mag bekijken…..
Bij de auto staan ze meteen al klaar om Peter op te wachten want ze hadden natuurlijk wel gezien dat hij foto’s stond te maken en dat betekende dus dokken. Daar was Peter niet van gediend en hij stapte onverwijld in de auto waarna de commotie snel opliep en het taalgebruik snel minder vriendelijk werd. George bemoeide zich er inmiddels ook mee en vroeg aan de jongens of ze wel een betaalbewijs wilden uitschrijven voor het door mij betaalde geld. Dat wordt hier toch wel gezien als iets dat originaliteit en betrouwbaarheid uitstraalt en we moesten na enig aandringen maar achter de jongens aanrijden want dat bonnenboekje lag natuurlijk ergens anders. Zo gezegd zo gedaan, en even later kwamen ze met een slonzig en verkreukeld bonnenboekje van een restaurant aanzetten. George ontstak in woede en schreeuwde dat iedereen wel zo’n boekje kon invullen. Ondertussen had 1 knaap zich afgezondigd en begon weer een tirade tegen Peter. George vloog de auto uit en stapte op een stel dorpsoudsten af en schreeuwde in onverstaanbaar maar heel goed begrijpelijk Ewe dat het een schande was dat zij dit soort jongens hun dorp lieten bezoedelen. Daar was de kous mee afgedaan en reden we het dorp een ervaring rijker weer uit.

Aangekomen in Damongo zat een maaltijd in het eethuis er weer niet in, ze hadden werkelijk weer niets in huis. Dan maar een lekker fris biertje op het terras van het guesthouse…
Vervolgens ben ik toch maar even het dorp ingelopen om een bezoekje te brengen aan een arts. Ik voel mij inmiddels weliswaar een stukje beter maar het feit dat ik mijn spijsverteringsprobleem nu al 2 maal heb meegemaakt maakt mij toch wat onzeker.
Er zit een artsenpost bij één van de kerkgenootschappen en ik vervoeg me in het wachtzaaltje. Bij het aanschouwen van een massa mensen met blèrende kinderen bereid ik mij op een lange middag voor, maar wat schetst mijn verbazing: als de arts mij ziet zitten mag ik als eerste naar binnen. Ik schaam mij dood voor al die locals die nog moeten wachten en zeg nog tegen hem dat ik best wel kan wachten, maar hij dringt aan dat ik meteen kom. Later blijkt dat hij er gewoon van uit kan gaan dat als een blanke zelfstandig naar een kliniek kan komen dat hij gewoon aan de schijterij is en zo weer weg is… en zo geschiedde.. hij constateert aanhoudende reizigersdiarree en met een blister antibiotica op zak kan ik weer gaan lopen.
Aan het eind van de middag trekken we het bos weer in voor avondvangst van bonte vliegenvangers. Die laten ons weer behoorlijk het nakijken, maar we zien wel een heel leuke hunting party van diverse vogels die vanuit een boomtop jagen op vliegende mieren of termieten. De eerste vogel die we dat zien doen is nota bene een bonte vliegenvanger, maar daarna volgen er diverse zoals fork tailed drongo’s, piapacs, green wood hoopoes, palmswifts, twee afrikaanse of europese koekoeken, grey hornbills, african thrush, african orioles en vervolgens ook een snel op al die vogels jagende shikra. En we zagen ook nog een voor ons nieuwe soort bij deze hunting party, een Narina’s trogon.
Een grey hornbill was op een gegeven moment het jagen wel een beetje beu en hij kreeg door dat je ook gewoon op een goede plek kon gaan zitten en dan gewoon af en toe met je grote snavel open een paar insecten kon vangen.
Onze vangst bleef deze avond beperkt tot slechts 1 african thrush en onder begeleiding van twee roepende kerkuilen hebben we de netten weer opgeruimd.