zondag 20 maart 2011

VERSLAG 6E WEEK BONTE VLIEGENVANGER-EXPEDITIE GHANA 2011.

Donderdag 17 maart 2011 : Kintampo, herhaling van herhaling van zetten.
Zoals gezegd, ik moest het bezuren. Ik heb steeds met tussenpozen van ongeveer een half uur kunnen slapen tussen wakker worden met buikkrampen en toiletbezoek. In die tussentijd van hooguit REM-slaap traden er ook nog de meest vreselijke nachtmerries op waarvan ik de details zal besparen, maar die in ieder geval allemaal te maken hadden met de tegenvallers die ik de afgelopen weken voor m’n kiezen kreeg. Op rij verschenen de 900 nestkasten van de vogelwerkgroep Goor die letterlijk aan een zijden draadje aan de kasteeltoren van het landgoed hingen, verscheen m’n werkgever die me maar bleef vertellen dat ik m’n werk voor een jaar in 5 maanden moest blijven doen en liepen de beide doodzieke honden van m’n broer en z’n vriendin rond in m’n kamer. Al die zaken hebben me merkbaar mentaal zwaar aangegrepen. En tot op dit moment blijf ik erbij dat ik zeker een donkere persoon naast m’n bed heb zien staan ….. Zou het dan toch een bijwerking van de Lariam zijn of is het een combinatie van het ziek zijn en alle stress van deze emotioneel loodzware weken?
Dit alles heeft mij vandaag er toe doen besluiten om toch maar een afspraak op het hospital aan het eind van de straat te maken. Ik moet immers die aanhoudende en met intervallen terugkerende diarree en totale verzwakking inmiddels echt serieus gaan nemen en volgende week moet er ook nog eens een lange reis vanuit het binnenland naar Accra aan de kust gemaakt worden alvorens we naar Holland terugvliegen. En dan wil je toch ook wel weten hoe je er voor staat.
Ondertussen zijn Peter en Japheth vanochtend weer met de netten in de weer geweest en hebben zij weer een bonte vliegenvanger weten te vangen. De laatste dagen zitten we ineens weer op een gemiddelde hoger dan 1 bonte vliegenvanger per dag. En zo kruipt de expeditie langzaam naar de 50e vogel.
Peter had aan het eind van de middag nog weer opnieuw op pad willen gaan om tot in het donker een poging te wagen om op uilen en nachtzwaluwen te vangen, maar in de loop van de middag ontstaan er dreigende wolken, zien we het in de verte al weerlichten en valt inmiddels ook al meermalen de electriciteit uit. Geen goede vooruitzichten en dus wordt deze vangactie afgeblazen. Uiteindelijk blijft het in Kintampo gewoon droog, zul je net weer zien….
’s Avonds staan Peter en ik in de voortuin van het guesthouse te mijmeren over de gezondheidszorg en de lage levensverwachting voor de Ghanezen. De levensverwachting ligt hier op slechts 38 jaar en het is dus ook niet verwonderlijk dat je hier zoals in veel Afrikaanse landen overwegend jonge mensen het straatbeeld ziet bepalen. Peter vertelt daarbij dat hij vanmiddag bij het bezoek aan het marktje een oploop van mensen zag en dat er tussen de winkeltjes een man op de grond lag waarvan hij dacht dat deze dood was. Als je hier maar lang genoeg rondloopt krijg je ook met die beelden te maken. Ook had hij peuters zien spelen in één van de modderplassen langs de weg waar werkelijk de meest gore zooi in terechtkomt en die een kweekvijver voor allerlei infecties zijn. Tja, ze zijn al blij dat er überhaupt water is. Als je uit het raam van je kamer kijkt is het eerste dat je ziet ook een open riool in het midden van het pad tussen de krotten; we zitten per slot van rekening wel in de slums.
De kleine muggen die je hier teisteren als je ’s avonds even te lang buiten blijft moeten ook wel uit die open riolen komen want van die prachtige heldere regenplassen die bij ons zulke goede kweekvijvers zijn zie je hier nergens…
En zo eindig ik m’n verslag van deze alweer 6e week van de expeditie, wel een verhaal in mineur, maar als oprecht realist wil ik dat ook niet onder stoelen of banken steken, noch wil ik de zaken rooskleuriger weergeven dan ze zijn.

Woensdag 16 maart 2011: Kintampo, herhaling van zetten.
Het ging vandaag wat beter, maar de verstopping waarin de diarree inmiddels is overgegaan zorgt voor hernieuwde aanvallen van maag- en darmkrampen. De enigste vogels die ik vandaag gezien heb zijn de ons trouw met z’n zang wakker makende african white wagtail (afric witte kwikstaart), de northern grey headed sparrows (grijskopmussen) aan de overkant van de straat en de pied crows (afric. bonte kraaien) die continu overal rondschooien waar mensen leven en er dus een bende van maken.
Vanavond voor het eerst weer met de mannen naar het eethuisje geweest waar ik heerlijk heb kunnen genieten van een bord sweet and sour vegetables met echte verse ananas paprika en tomaat erin. Later op de avond moet ik die uitspatting (splurge zou Rob Bijlsma hebben gezegd) echter wel weer bezuren…

Dinsdag 15 Maart 2011: Kintampo, verjaardag in bed.
Ik moet zeggen dat één ding zeker is: zoals ik mijn verjaardag vandaag heb gevierd heb ik dat nog nooit eerder gedaan, de hele dag zwervend tussen bed, stoel en toilet. Om 05:30 uur klopt Peter op de kamerdeur en komt met cadeautjes. Een halve liters fles bier en een pakje. Nou, op zo’n fles bier zit ik in mijn huidige conditie te wachten… maar goed, een heel aardige geste van Peter. Het pakje is van Hanneke en dat heeft Peter dus al 6 weken in z’n bagage dor Ghana meegesleept. Het is het vorig jaar verschenen boekje van Dick Woets over zijn natuurbelevenissen in met name de Weerribben. Dat komt wel zeer gelegen want al die kaartspellen op de laptop heb ik ook wel weer even gehad. Ik begin meteen aan één van de laatste verhalen over Bert Haanstra. Dat spreekt mij zeker aan want niet alleen was ik altijd sterk bewonderaar van Bert Haanstra, hij was ook nog eens,weliswaar niet geboren maar wel getogen,in mijn eigen woonplaats Goor. Verder kan ik het over deze dag kort houden want die bracht ik dus in bed door. Peter en Japheth hebben vanmorgen weer gevangen en hadden 2 bonte vliegenvangers. Nadat George hen even na 6 uur had afgezet heeft hij de rest van de ploeg opgehaald en heeft ze doorgebracht naar Damongo om het vangen op 2 plaatsen tegelijk te kunnen continueren.

Maandag 14 maart 2011 : Kintampo.
Om iets voor 6 uur klopt Peter op de deur van m’n kamer om te informeren hoe het met me is.
Dat antwoord is snel te geven: maagkrampen, amper geslapen, moe, zwak en aan de schijterij.
Het is dus duidelijk dat de ploeg zonder mij op stap gaat. Om 9 uur klopt de beheerder op de deur om te informeren hoe het met me gaat. Daarna druk ik even de televisie aan om te kijken hoe het met de berichtgeving rondom de aardbeving en tsunami in Japan staat. Ik val echter precies in een scheikundig programma waarin uitgelegd wordt dat pus bestaat uit afgestorven witte bloedcellen…. Nou euh… nu maar even niet. ’s Middags zet ik de tv weer even opnieuw aan en ja hoor: een spotje waarin opgeroepen wordt om gevallen van de guineaworm door te geven. Zie je bij iemand een zwart wordende blaar waar ineens een dunne lange witte worm uit komt kruipen, dan krijg je een premie van honderd cedi. Getverd…. Weer uit die tv en maar weer even het bed opgezocht. Als ik goed en wel even lig begint er op straat een flink lawaai te naderen met zang en muziek. Het blijkt een optocht te zijn met weer twee vrachtwagens vol met dansende mensen. De optocht wordt gehouden ter ere van de gezondheid…. Nou, dat was nou ook weer niet nodig geweest.

Zondag 13 Maart 2011: Kintampo.
Vanmorgen zijn we op het plot Kintampo 1 gaan vangen en dan bewust op plekken waar eerder al een bonte vliegenvanger is gevangen en gekleurringd want Janne wil heel graag weten of deze er nog zijn en ze wil bij de vroegst gevangen vogels alsnog een datalogger aanbrengen. Als eerste lopen we naar de vangplek van blauw alu-blauw, want deze vogel is aldaar ook al meermalen teruggezien en heeft nog geen logger. Als we bij de plek aankomen zie ik hem meteen zitten. Dus staat het net al snel en kunnen we zoeken naar andere vogels.
Het is echter weer zo’n ochtend waarop het opmerkelijk stil is wat roepjes betreft. Vrijwel geen vogel laat zich horen. Maar na lang zoeken hebben we er toch nog weer een paar kunnen zetten. De laatste 2 netten worden uiteindelijk gezet op eerdere vangplaatsen in de omgeving, ook al hebben we er nu nog geen vogel gezien of gehoord. Uiteindelijk hebben we dus maar liefst zes netten staan. Dat moet wat opleveren denken we…. En inderdaad, de hele ochtend lopen we rond voor de vangst van een grey-backed Camaroptera, en twee terugvangsten, een little greenbul en een vrouwtje African red-bellied paradise flycatcher.
Dat was het dan wel weer. Peter heeft nog wel een bonte vliegenvanger met kleurringen bij één van de netten zien zitten maar heeft de kleurcombinatie daar niet van kunnen aflezen. Ik besluit om er maar eens heen te lopen en een poging te wagen. Jammer dan…. na een half uur posten zie ik de vogel niet meer terug.
De grote aronskelken die op deze plek massaal in het bos staan zijn inmiddels aan het uitgebloeid raken. Het geinige is dat bij deze plant het blad pas ontstaat nadat de bloem is uitgebloeid. Ook in dit deel van de bush zijn sommige plekken al haast onherkenbaar geworden doordat het blad aan de bomen en struiken al zo enorm ontwikkeld is.
Al meteen na het opzetten van de netten merk ik dat ik enorm moe ben geworden, en ’s middags melden zich de eerste maagkrampen alweer. Nee hè, niet weer…. Toch wel, ’s avonds haak ik af om mee te gaan eten in het centrum van Kintampo. Ik moet er op dat momnet niet aan denken om al die geuren daar in m’n neus te krijgen. Ik vraag Peter of hij niet een bakje met eten kan meenemen en dat eet ik (voor het grootste deel) op m’n kamer op. Daarna heb ik het letterlijk wel gehad en duik ik m’n bed in. Een half uur later wordt ik echter al weer wakker van slaande deuren en klapperende golfplaten. Er is ineens weer een tropische storm komen opzetten en die raast met rukwinden, donder en bliksem over Kintampo.

zaterdag 12 maart 2011: Kintampo.
Vanmorgen om 06 uur vertrokken naar vanglocatie Kintampo 2. Daar aangekomen zijn Peter en ik met de netten naar het laagstgelegen terreindeel gelopen waar Rob vorige week goede vangsten deed. De rest van de groep gaat vandaag bezig met habitatopnames. We staan versteld van de verandering die er in het terrein heeft plaatsgevonden; het is zo groen geworden dat we amper nog herkennen waar we de vorige keren de netten hadden staan. De bonte vliegenvangers helpen ons vanmorgen echter want voordat we ook maar 1 roepje horen ziet Peter er al 1 zitten op een tiental meters voor hem. We zetten snel een net op en maken dat we wegkomen. Op dat moment horen we al 2 vogels reageren.
Voor een tweede vangplek hoeven we niet ver van deze plek verwijderd te zijn want een meter of 50 verderop zit er al weer een stille vogel voor ons in de struiken. Het valt ons dan al wel op dat ze allemaal laag aan het foerageren lijken te zijn.
Vervolgens lopen we via het zandweggetje naar het deel met het Yamveld en horen ook daar een inmiddels stevig roepende bonte vliegenvanger. Ook daar staat het net snel en hunnen we dus een plek voor onze eerste ‘no-koffie-break’ zoeken. Maar daar komt het nog niet van want Peter ziet alweer een bonte vliegenvanger die zelfs aan het vechten is met een ander exemplaar. Omdat we geen netten meer bij ons hebben besluit Peter om terug te lopen naar de auto om een setje op te halen. In de tussentijd kan ik het eerste net gaan controleren. Daar blijkt dan al een bonte vliegenvanger in het net te hangen en hoor ik dat er in de struiken naast het net nog een vogel zit. Dus haal ik de gevangen vogel uit het net en maak dat ik weg kom. De vangst blijkt een gekleurringde vogel te zijn van voor het moment dat we met de transponders begonnen aan te leggen. Dat is dus waardevol voor het vaststellen van de site fidelity. Ondertussen is Peter teleurgesteld teruggekeerd want de auto bleek te zijn verdwenen; George bleek om onduidelijke redenen naar het dorp te zijn teruggereden. Tja, zul je net weer zien; normaal gesproken blijft ie altijd hier en nu is ie weg als je hem nodig hebt.
Wat de bonte vliegenvangers betreft: ze verbazen ons weer eens totaal. Zoveel activiteit en fel reagerende vogels en dan toch maar 1 vangst. Verder vangen we in de tussentijd nog meer 1 extra vogel, een klein duifje, een blue spotted wood dove. Daarna valt het weer stil tot we beginnen met opruimen want dan hangen er in hetzelfde net waar we de bonte vlieg vingen ineens 4 vogels: een pygmy kingfisher, een tawny-flanked prinia en twee grey-backed Camaroptera’s. We zagen in dit terreindeel ook nog een nieuwe Europese soort, een paapje.
Aan het eind van de middag maakt de rest van de ploeg de habitatopnames af en blijven Peter en ik op het guesthouse waar ik zelf er even een paar uurtjes voor ga zitten om het invoeren van de ringgegevens van de afgelopen dagen eens weer bij te werken.

Vrijdag 11 maart 2011: van Damongo naar Kintampo.
We hebben weer eens kunnen uitslapen. Nou ja, echt uitslapen zit er hier niet in want je ligt al vroeg in de ochtend te baden in het zweet. Bovendien werd ik na de vangactie van gisteravond getrakteerd op een been dat vannacht enorm jeukte op de plekken waar de bloedzuigers zich vast hadden gezet. Op de plekken van de beten zit een kransje kleine rode plekjes waarvan de jeuk te vergelijken is met een kwallenbeet.
Omdat we vanmorgen moeten wachten op George die ons vanuit Kintampo komt ophalen komen we op het idee om eens iets uit te proberen. Peter is in de vroege ochtend al begonnen met een eerste experiment en heeft zijn ball-chattri aan de achterzijde van het gebouw neergezet en deze voorzien van broodkorsten. Daar blijken later ineens 2 senegal coucals op te zitten waarvan er één vast genoeg zit om gevangen te worden. Het is een 2e kalenderjaarvogel want hij heeft nog enkele gestippelde veren van het jeugdkleed. Ook die coucals blijken weer van die gekke vogels die in het veld veel groter lijken dan ze zijn en in de hand lijken het net koekoeken, vooral een grote bos veren.
Er zitten al een paar dagen groeiende aantallen zwaluwen rond het stenige terrein van het guesthouse; vooral house swifts en red chested swallows (de Afrikaanse verwant van de boerenzwaluw), maar ook de geinige kleine lesser striped swallows met hun hagelslagpatroon op de borst en een cappuccinokleurig rond kopje.
We besluiten om een netje strak tegen de ingang van de galerij voor onze kamers te zetten en dan geluid af te draaien in de galerij. Wellicht duiken de vogels dan de galerij in en gaan er om de hoek weer uit waar dan het net staat. Met wat improvisatie lukt het om het net op z’n plek te krijgen en te houden. We gooien vervolgens het geluid aan en binnen een paar seconden hangt het op het pleintje al vol met opgewonden zwaluwen en een paar minuten later schieten er al 2 vogels het net in. Daar blijft het echter bij want de vogels blijken het trucje heel snel door te hebben en scheren rakelings voor het net langs om onverwijld het roer om te gooien en er weer vandoor te gaan. Het is dan ook een ander verhaal dan bij ons waar ze de drang hebben om naar de nesten met jongen terug te willen gaan.
Net na de middag gaan we in Damongo nog eerst even wat eten en moet er voor Peter nog even een document voor z’n terugreis uitgeprint worden in een klein kantoortje waar het dan al broeierig warm is.
We beginnen aan de rit die ons op het warmste moment van de dag in Kintampo moet brengen. Onderweg op de dirtroad stoppen we nog even omdat Peter foto’s wil maken bij één van de traditionele huttendorpjes. Dat leidt al snel tot de situatie dat er zich een man meldt die zegt dat er toestemming van de lokale chief nodig is en dat hij de spokesman voor hem is. Daar trapt Japheth niet in maar het duurt nog lang voordat de man bakzeil haalt en uiteindelijk net zo goed meeposeert bij dit tafereeltje dat ik toch altijd nogal beschamend vindt omdat het door veel mensen toch wordt gezien als een vorm van neo-kolonialisme waarbij ook nog eens slechts een klein deel van het dorp profiteert van de habbekrats die het ze oplevert. Om nog maar te zwijgen van de volken of religies die betaald worden voor fotografie zien als een vorm van prostitutie.
We stoppen ook nog even bij de brug over de zwarte Voltarivier en maken daar foto’s van de ondergelopen met bomen en struiken begroeide oeverlanden die ook nog wel een beetje doen denken aan onze vroegere ooibossen in de rivierenlandschappen.
George heeft om ons niet duidelijke redenen nogal wat haast vandaag en dat leidt er toe dat hij op de dirtroad met 150 km/u op een haar na over een grasshopper buzzard heenrijdt die niet eens de tijd heeft om zich te realiseren dat ie maar beter kan opvliegen en dat dan ook niet eens doet. Later op de asfaltweg hebben we tot twee keer toe bijna een aanrijding met één of meer geiten. Ik sluit in beide gevallen mijn ogen maar snel en wacht op de doffe dreun die uiteindelijk gelukkig toch niet volgt. We passeren weer de vele dorpjes van het armste deel van Ghana waar je de meest schrijnende maar vaak ook geinige situaties tegenkomt zoals een hoge vuilstorthoop waarop 3 ezels staan te grazen tussen de vele plasticzooi, een geit die op z’n kop staat in de grote vijzel waarmee de vrouwen voor hun hut of huisje de cassave en maïs fijnstampen. Verder passeren we weer een uitgebrande auto die er vorige week nog niet stond en die inmiddels ook al helemaal gestript is. En natuurlijk weer tientallen vrachtauto’s die met panne langs de weg staan en waarbij soms het gehele motorblok in een grote plas olie op het asfalt ligt.
Tegen 3 uur in de middag komen we aan in Kintampo en checken weer in in het ons welbekende prince of peace guesthouse waar we weer hartelijk verwelkomd worden door de beheerder Mkwame. Janne, Mariel en Niels zitten buiten insectenmonsters uit te zoeken en zijn in de afgelopen week zichtbaar bruiner geworden. Onderweg hadden we ook al wel gezien dat het in de afgelopen periode in het landschap al weer een stuk groener is geworden.
Het Kintampo-team heeft afgelopen dagen een nieuw eethuisje ontdekt dat eigenlijk bijna de naam restaurant mag hebben. Het is het hospitaalrestaurant dat zich, hoe raadt u het, bij het hospitaalterrein bevindt en ook die naam draagt. Het restaurant bevindt zich aan het einde van de straat waar het guesthouse ook zit en we besluiten om er dan ook maar heen te lopen. Peter blijft wachten op George die echter spoorloos is. Na enige tijd van wachten besluit Peter om dan zelf maar in de auto te stappen want hij heeft de sleutel al wel. Als hij eenmaal op pad is weet hij echter niet waar hij moet zijn… Hoe hij het uiteindelijk voor elkaar heeft gekregen weet ik niet, maar hij komt samen met George bij het eethuis aan en bestelt zijn gebruikelijke biertje. Daarna krijgt hij van Japheth een stevige reprimande over het feit dat hij met de auto is gaan rijden want daar hebben de mannen strikte orders voor ontvangen van hun meerdere. Zij zijn onze begeleiders en zij rijden dus en zijn ook verantwoordelijk voor ons. Dat is iets dat wij Nederlanders niet meer kennen, wij leven in een land waar we een houding hebben van: alles moet kunnen, ook als de regels anders zijn.
We zitten in het eethuisje in een kleine ruimte met een paar tafels en stoelen en zelfs tafelkleedjes op de tafels, en kijken met de vleermuizen aan de dakbalken boven ons hoofd zo de keuken in waar het eten nu eens een keer vers na je bestelling verwerkt wordt en waar eindelijk, eindelijk, verse groente verwerkt wordt. Het is vertederend om te zien dat er een jonge moeder staat te koken met een baby in een wikkeldoek op de rug, maar als je even later een merkwaardige geur in je neus krijgt en ziet dat in de keuken de baby even op de keukentafel verschoond wordt dan denk je daar toch wel even wat genuanceerder over…
Na afloop van de overheerlijke maaltijd, gebakken rijst met een groentecurry met kip en een glas vers geperst sinaasappelsap met een klontje ijs erin, gaan we in het centrum nog even water en ander eten inslaan en kijken toch nog maar weer even bij de bank. Verrek, de pinautomaat werkt weer, en zowaar wordt deze keer ook mijn pas geaccepteerd. Toch weer een zorg minder.

vrijdag 11 maart 2011

BONTE VLIEGENVANGER-EXPEDITIE GHANA 2011 : VERSLAG WEEK 5.

Donderdag 10 maart 2011; Damongo, derde poging boerenzwaluwen.

Ons minitaxietje stond om 06 uur weer keurig voor de deur om ons op te halen.
We zijn vanochtend naar een vangplek geweest waar we deze week nog niet eerder geweest waren.We stapten nog geen 20 meter de bush in of de eerste bonte vliegenvanger liet zich al horen. Het was echter dat roepje dat een beetje voorzichtig, kort en zachter klinkt zoals je bij ons in het broedseizoen ook hoort als ze ’s morgens bij het eerste licht de nestkast verlaten. Zelf heb ik de indruk dat je daar niet direct op moet reageren door op die plek meteen een net te zetten, zeker omdat ze hier vaak uit een lianenbosje van hun slaapplaats lijken te vertrekken om in de omgeving in geschikte bomen te foerageren. We negeren dit geval dus en wachten geduldig tot een eindje verderop een andere vogel feller en langer aanhoudend roept.
Ik zie door m’n verrekijker dat het een ongeringd exemplaar betreft en dat de vogel aan het voedsel zoeken is. Dus zetten we hier juist wel een net op de dichtstbijzijnde geschikt lijkende plek. Dat ziet er hoopvol uit want tijdens het opzetten blijft de vogel stevig roepen en als we klaar zijn en weglopen zit de vogel al boven het net.
Op naar de volgende plek en die laat niet lang op zich wachten. Een 50 meter verderop horen we zelfs 2 exemplaren en het net staat dan ook snel. De derde locatie laat echt langer op zich wachten want gedurende ruim een half uur is het totaal stil in het bos. Als uiteindelijk ook dit net staat zoeken we een schaduwrijke plek op en beginnen we weer met het inmiddels gebruikelijke ochtendritueel waarin we bij het drinken van water en knabbelen van de futloze chinese koekjes mijmeren over heerlijke koppen koffie en appelgebak met slagroom. Peter’s favoriet blijft echter toch wel de gehaktbal met satésaus, maar op dit tijdstip…..
Mijn theorie wordt gedurende deze ochtend flink onder druk gezet, om niet te zeggen onderuit gehaald want we vangen in de gehele ochtend maar slechts 1 vogel ! Maar dan ook wel een heel mooie en een nieuwe soort voor deze expeditie. Er hangt namelijk een mooie adulte man African golden oriole in het laatst opgezette net. Mooie vogels met nog meer geel dan onze wielewaal, maar iets kleiner.
We zien deze ochtend ook niet zo heel veel andere leuke soorten, al blijft het waarnemen van een paartje bearded barbets en een grasshopper buzzard die een prooi op de grond weet te slaan toch zeker vermeldenswaard.
Aan het eind van de middag worden we weer vanaf het guesthouse opgepikt en zien we bij vertrek dat er een voetbalwedstrijd zal worden gehoudens op het stoffige veld van het schoolcomplex aan de overkant van de weg. Er hebben zich al hele hordes mensen verzameld, en in het dorp stuiten we op een carnavalesk uitgedoste groep supporters die verkleed en uitbundig traditioneel dansend over straat gaan en op weg zijn naar het voetbalveld.
Peter grijpt meteen naar zijn fototoestel maar Japheth kan nog net op tijd roepen dat hij hier vooral geen foto’s van moet maken want dan zullen ze met zekerheid de auto te lijf gaan…. En dan niet uit puur hooliganisme maar vanwege het feit dat net als met het carnaval bij ons deze gelegenheid door meerdere mannen wordt aangegrepen om eens even lekker legitiem de travestiet uit te hangen. Er lopen dan ook jongemannen tussen het gezelschap die zich in wel heel strakke bikini’s hebben gehesen of gewoon in traditionele dameskleding lopen te hossen. Een duidelijke illustratie dat dit gedrag weliswaar op straat door veel omstanders enthousiast verwelkomd wordt, vele omstanders voegen zich ook bij het gezelschap, maar dat het op de gevoelige plaat vastleggen van dit ritueel toch net te ver gaat; er bestaan hier nog veel taboes waar wij als open Nederlanders geen weet van hebben. Natuurlijk gaat de gehele optocht weer vergezeld van een enorme bak met herrie uit grote luidsprekers die op een kleine truck meerijdt.
Japheth vertelt later ook nog dat ieder groot voetbaltoernooi hier telkens gepaard gaat met meerdere doden, simpelweg door de uitbundigheid van het vieren van slechts het spelen van een match, los van een overwinning of nederlaag. Het is de gewoonte om op die momenten met 40 tot 50 man op een vrachtwagen te kruipen waarvan de chauffeur met grote snelheid slalomrijdend en remmend door de straten trekt. Tja, dan verlies je nog wel eens wat lading…



Om iets na vijven staan de netten weer klaar op de oever van het meer en kan ik weer beginnen met het lospeuteren van meerdere bloedzuigers op m’n benen. Als we goed en wel een kwartiertje hebben staan wachten zien we ineens een African giant kingfisher voorbij komen vliegen om vervolgens in de dode boom te gaan zitten waar we een net pal naast hebben neergezet omdat die boom zo vol met vogelpoep zat. Laat ik op de MP-3-speler die daar ligt nou net juist het geluid van de pied kingfisher hebben gezet…. Als de giant even later weer wegvliegt snel ik toch naar het net toe om even van track te wisselen. We wachten af wat komen gaat, maar de giant zal zich niet meer laten zien.
Wel zien we weer prachtige slaaptrek van de vele koereigers en ditmaal ook een drietal purperreigers die in de boomtoppen op het eilandje in het meer neerstrijken.
Verder natuurlijk ook weer Jacana’s, black crake’s, kwakken, woudaapjes en green backed herons.
Langzaam maar zeker beginnen er ook boerenzwaluwen te arriveren en dat blijken er al snel meer te zijn dan de vorige twee avonden. Uiteindelijk schatten we dat er zeker 40 rondvliegen.
We zien ze in de verre schemer prachtig laag rondscheren en uiteindelijk gaan ze op diverse plekken rond het geluid in het lage olifantsgras of op boomtakken zitten.
Als we bij de netten komen blijkt het eerste net vooral weer vol te hangen met ongeveer 40 quelea’s, maar verderop hangen er toch nog wel zwaluwen. Dat blijken er 9 te zijn en er zitten ook nog 3 oeverzwaluwen bij. De slaapplaats is dus duidelijk aan het groeien, maar het aantal gevangen vogels hadden we gezien de vorige percentages van aanwezige vogels hoger ingeschat.
We besluiten om de taxichauffeur voor zijn bewezen diensten te bedanken door hem uit te nodigen om een drankje met ons te delen in het eethuis. Hij heeft vandaag immers zijn laatste rit voor ons gemaakt want morgen vertrekken we voor onze laatste periode van deze expeditie naar Kintampo. Ook Celine is weer aanwezig in het eethuis en schuift samen met haar vrienden bij ons aan. Peter heeft z’n laptop meegenomen en kan daarop zijn gemaakte foto’s van de vorige vangavond en vangochtenden laten zien. En zo wordt het een gezellige laatste avond in Damongo.

Woensdag 9 Maart 2011: Damongo, kleurringen aflezen.

Peter en Japheth zijn vanmorgen gewoon weer gaan vangen en ik ben gewapend met de GPS vertrokken om in het bos te proberen de inmiddels gekleurringde bonte vliegenvangers terug te vinden en af te lezen. Dat leverde vooral waarnemingen van ongeringde vogels op. Logischerwijs hebben we met de lage aantallen vogels die we in de netten weten te krijgen nog lang niet alle aanwezige vogels te pakken gehad en deze methode om alles wat je aan bonte vliegenvangers ziet, ook de ongeringden, een waypoint in de GPS te geven zal uiteindelijk ook zinvolle informatie opleveren over de dichtheden in het onderzoeksplot.
Na heel wat gestruin door de bush heb ik op het moment dat het roepen (zoals dagelijks rond 09 uur) stopt een stuk of 10 waarnemingen kunnen registreren.
Opvallend is overigens wel het feit dat je de bonte vliegenvangers heel vaak samen ziet met fitissen. Die zitten inmiddels echt structureel en uit volle borst te zingen; de audities voor het broedgebied zijn in volle gang. Na het zoeken en registreren van losse waarnemingen begin ik aan het lopen op de coördinaten van de plekken waar al bonte vliegen zijn geringd, om te kijken of deze daar nog aanwezig zijn. Omdat ik met een andere GPS werk dan het apparaat waarin de meeste locaties zijn opgeslagen, moet ik op de op- en aflopende coördinaten lopen en dat valt niet mee. Het betreft nl een verouderd apparaat waarbij de signaalfrequentie in het contact met de satelliet niet zo hoog is en dus worden de coördinaten zo traag aangepast dat ik als een dronkeman zigzaggend door de bush loop. De paar locals die inmiddels hun illegale akkertjes in het bos aan het bewerken zijn moeten me wel helemaal voor gek versleten hebben…. Als rustpauze en voor verfrissing in de inmiddels opstekende wind klim ik even het escarpment op en laat me heerlijk alle zweet van het lijf afblazen. De warmte loopt al snel op en het zicht is dan ook al beperkt tot naar schatting een tiental kilometers. Als ik sta uit te waaien komt er een prachtige adulte Lannervalk laag en nieuwsgierig over me heen vliegen. Ik zie tot ver op de rotsen dat de hagedissen en agames zich snel voor de vogel uit de voeten maken. Op de weg terug vind ik op drie plaatsen afgeworpen slangenhuidjes.

Ik zie in de resterende uren weliswaar nog een prachtverzameling aan vogels van diverse pluimage, o.a. een koekoek die nagezeten wordt door ene african golden oriole, een paartje bearded barbets, een grey-backed cuckooshrike, een mooie witte morph african paradise flycatcher en meerdere violet turaco’s, maar in het beeld van de waarnemingen aan bonte vliegenvangers komt maar weinig verandering. Ik weet slechts 1 vogel af te lezen en op de paar andere plekken waar ik heen ben gelopen waren vrijwel zeker geen individuen meer aanwezig. Om iets voor half twaalf kom ik struikelend, 2 liter water in m’n rugzak lichter en met geronnen bloed op m’n armen van de doornstruiken in de bush, uit op het tweede vertrekpunt van het plot, en loop over de dirtroad naar het andere punt waar de taxichauffeur ons zal oppikken. Ik kom nog weer een paar altijd vriendelijk groetende Ghanezen tegen die met bergen hout achterop de fiets zich een weg banen door het stoffige zand van de weg.
Als ze een standaard op de fiets zouden hebben waren ze vast en zeker ook nog afgestapt om even de handen te schudden……….
Om precies half twaalf komt de taxi in een grote stofwolk aangescheurd en komen Peter en Japheth even later ook de bush uitgelopen. Ze hebben de gehele ochtend slechts 2 paradise flycatchers gevangen, ook voor hen werkten de bonte vliegen weer eens niet mee.

De middag wordt meer nog dan anders doorgebracht met douchen, slapen en het pogen de voeten te ontspannen in een emmer met water. Aan het eind van de middag wordt er niet nog eens gevangen want de ervaring heeft ons inmiddels wel geleerd dat het zeker op een dag zonder ochtendvangsten niet zinvol is.
Ondertussen krijg ik een SMS-je van het thuisfront binnen waarin Hanneke meldt dat lezers van de verslagen op m’n weblog zich zorgen maken over mijn gezondheid. Zo denkt Leo Oudejans dat ik wellicht Giardia zou kunnen hebben want volgens hem lijken de symptomen er wel erg op. Zowel Japheth als ik hebben nooit van die ziekte gehoord, maar zeker in mijn geval zegt dat niets. Gelukkig voel ik mij inmiddels weer kiplekker en dat probeer ik vooral zo te houden gedurende de resterende 2 weken.

Dinsdag 8 Maart 2011; Damongo. Tweede poging boerenzwaluwen ringen.

Keurig op de afgesproken tijd rijdt de nieuwe taxichauffeur in een nog kleiner autootje de binnenplaats van het guesthouse op. Het is even de vraag hoe we dat gaan oplossen met de netstokken die toch ook mee moeten en in zo’n autootje zelfs niet in de lengte tussen de passagiers zullen passen. Maar ja, problemen bestaan hier op het gebied van vervoer niet, louter oplossingen. En dus wordt het achterste zijraampje half opengedraaid en worden de stokken rechtopstaand door het raam gestoken. Opgelost. We rijden weg en constateren al snel dat deze auto helemaal niet eens trilt… nou ja zeg, het kan verkeren.
We hebben besloten om vandaag te gaan vangen op de dichtst bij het dorp liggende plek, waar we de allereerste vangochtenden van Damongo ook hebben gehouden. Het is inmiddels voor Ghanese begrippen fris geworden na het noodweer van gisteravond en vannacht en de vogels lijken daarop te reageren door vooralsnog de snavels lang op elkaar te houden. Peter besluit tot een andere strategie, gewoon een net opzetten en wachten wat komen gaat. Ik heb nog een half uur langer nodig voordat ik letterlijk tegen de rotsen van het escarpment aan een bonte vliegenvanger heel stilletjes en slechts af en toe hoor roepen. Ik heb het net echter amper staan en ben op een afstandje gaan zitten, of er komt een groepje geiten aan. Dus maar snel richting net gelopen om ze op afstand te houden. Ze willen persé op deze plek de hoogte in om op de hellingen van het escarpment het meest malse van de vegetatie te vreten. Alles loopt goed af, maar ik besluit om wel op zichtafstand van het net te blijven. Daar wordt ik nog wel druk mee zal later blijken want gedurende de gehele ochtend moet ik regelmatig de geitendrijver uithangen. Ik ontdek een paar holtes in de rotsen en zie daar veel poepspetters bij. Als ik er zo dicht mogelijk bij klim merk ik aan geruide veren dat het hier om holtes gaat die door kerkuilen worden gebruikt. Op de rotsen weet ik een stuk of 10 braakballen te verzamelen waarbij in één van de ballen al een schedel van een ratachtige zichtbaar is.
In de tussentijd is Japheth mij op komen zoeken met een gevangen bonte vliegenvanger en heb ik zelf nog slechts een fitis weten weg te ringen.
Net nadat ik de vliegenvanger heb losgelaten komt hij samen met Peter terug met een wel heel prachtige vogel die Peter hoog op zijn wenslijst had staan, een African paradise flycatcher in de witte morph en dan nog wel een mannetje met een inmiddels volledig uitgegroeide staart van maar liefst 314 mm lang. Wat een prachtvogel, en het is pas helemaal mooi als je hem met die wapperende staart ziet wegvliegen.
Verder heeft Japheth nog 2 andere vogels gevangen, 2 northern crombec’s de boomkleverachtige kleine vogeltjes die zo’n kort staartje hebben dat de vleugels er voorbij steken en ze staartloos lijken te zijn. Later volgt nog een tweede bonte vliegenvanger die Japheth in hetzelfde net heeft gevangen waar ook de eerste van deze ochtend hing. Als Peter en ik al aan de weg staan om door de taxi weer opgepikt te worden laat Japheth nog even op zich wachten. Later blijkt dat hij op het moment van opruimen ineens 20 vogels in 1 net had hangen dat tot dat moment de hele ochtend nog niets had gevangen. Dan wordt je wel even druk ja. Hij heeft alle vogels ongeringd moeten laten gaan, het waren dan ook geen projectvogels, en voornamelijk red cheeked cordon bleu’s en sunbirds. Ook mooi meetbare vogels, maar als je haast hebt…..

Aan het eind van de middag zijn we weer naar het meer vertrokken om een tweede poging te doen tot het ringen van boerenzwaluwen op het mini-slaapplaatsje dat we daar ontdekt hebben. In een half uur hebben we de vier netten staan en kunnen we een rustig plekje aan de oever van het prachtig gelegen meer opzoeken om af te wachten wat de avond zal gaan brengen.
Omdat ze nog nooit van het ringen van vogels had gehoord en door onze verhalen wel erg nieuwsgierig was geworden had Celine bij Peter ook al aangekondigd dat ze wel graag zou willen komen kijken. Ze belde nogmaals met de vraag of het goed was dat ze een groepje kinderen uit het weeshuis meenam. Na enig zoekwerk kon ik de groep van de weg ophalen en waren ze nog net op tijd aanwezig om 2 inmiddels gevangen Malachite-ijsvogels te kunnen bekijken en los te laten. Daarna bleef het nog een tijdje rustig, maar kwamen er toch nog een paar zwaluwen opduiken. Peter en Japheth hadden er 9 geteld en uiteindelijk hingen er 7 in de netten en hing er ook nog weer een oeverzwaluw bij. Dat mag verhoudingsgewijs een goede vangst genoemd worden ! er hing ook nog even een Jacana in het net maar deze trapte zich met z’n grote poten al snel weer uit het net voordat Peter hem kon grijpen. Bij het opzetten van dit net zag ik overigens nog een african crake wegspurten en even later hing er even een yellow-billed kite nieuwsgierig boven het net te kijken. Japheth ontpopte zich meteen als een goede excursieleider en vertelde de kinderen over het nut van vogels en het onderzoek daaraan. De zwaluwen hadden zonder uitzondering weer allemaal trekvet en hadden op de oeverzwaluw na de rui volledig voltooid. Klaar voor vertrek dus. Tijdens het ringen vertel ik de kinderen ook nog het één en ander over de zwaluwen en vinden ze het prachtig dat ze de vogels één voor één mogen loslaten.
Ondertussen zijn Peter en Japheth teruggegaan naar de netten om ze op te ruimen. Dat hadden we beter direct kunnen doen bij het uithalen van de laatste vogels want er hingen nu inmiddels maar liefst 5 grote vleermuizen in en die hadden al een flinke gatenkaas van de (nieuwe) netten gemaakt. We hebben dus weer iets geleerd….

Maandag 7 Maart 2011: Damongo, gedonder in de lucht.

Om 6 uur precies staat netjes volgens afspraak de taxi voor het guesthouse.
Maar op het moment dat wij de spullen in de auto willen laden moet de chauffeur eerst nog even een wiel verwisselen. Maar goed, een kwartiertje later rijden we….
Naar het tankstation om de hoek bij het guesthouse… er moet per se eerst getankt worden.
Ja hoor, gebeurt ons weer… het tanken gaat op z’n elfendertigst en de tijd tikt door want de vogels wachten niet met roepen als wij er nog niet zijn…
Weer een kwartier later rijden we echt het dorp uit. Eenmaal op de wasbordweg weten we niet hoe we het hebben want de auto veranderd in een dusdanig vibrerend vehikel dat de laatste vetrolletjes er nu lekker snel aftrillen. Met 4 man in zo’n auto kun je dan met recht spreken van een echte ballenbak. Vanaf de achterbank schreeuwt Peter: ‘moet jij ze ook zo goed vasthouden?’
Er zitten gewoon helemaal geen schokbrekers op deze auto, of rijdt ie inmiddels op lege banden? Ruim een half uur te laat komen we op de vangplek aan en gaan snel de bush in om nog enigszins op tijd te zijn voor het roepen van de vogels.
We belanden al lopend in de omgeving van het escarpment en kunnen pas daar de netten één voor één plaatsen. Vangsten van bonte vliegenvangers blijven echter weer uit. Wel vangen we een mooi getekende man scarlet chested sunbird, gevolgd door een common bulbul.
We zijn voor het ringen van de vogels gaan zitten in een uitloper van één van de regengully’s die het water van het escarpment afvoeren. Er stroomt onderin zelfs nog een beetje water en ik ontdek dat er op het randje van dat water stevig wordt ingenomen door bijen en zweefvliegen.
Later op de ochtend hebben we nog een netje vol hangen met sunbirds. Wederom allemaal scarlet chested sunbirds en wel in verschillende generaties. We hebben 2 adulte mannen, 1 vrouw en een vijftal jonge mannetjes van het vorig broedseizoen en dus in het sub-adulte overgangskleed. Daarmee eindigt de vangochtend dan weer.

We zijn mooi op tijd terug aan de weg, maar de taxichauffeur is er nog niet.
Dat kan gebeuren natuurlijk, het blijft Afrika. Maar het duurt toch zeker wel een half uur voordat hij er uiteindelijk staat. En daar wordt je toch niet vrolijk van bij een temperatuur die inmiddels al rond de 40 graden zit. We trillen en schudden weer terug naar het dorp in het autootje dat door touwtjes en ijzerdraadjes bijeen gehouden wordt.
We springen snel onder de douche die weer lekker bruin water geeft. Het stuk zeep dat je dan gebruikt wordt ruwer door al het zand dat zich er op verzameld.
Aan het eind van de siësta is het buiten voor de kamer in de zon maar liefst 49 graden Celsius; dat hebben we deze periode nog niet meegemaakt. De meeste dagen zit het er zo ongeveer 5 tot 10 graden daaronder.
We hadden met de taxichauffeur afgesproken dat hij ons om 18:30 uur weer zou komen ophalen, maar hij komt uiteindelijk helemaal niet opdagen….
Dat wordt dan toch maar lopen naar het centrum van Damongo. Later blijkt dat Japheth hem al betaald had voor de rit in de ochtend, en dat vanwege het feit dat Janne hem opdracht had gegeven de ritten die alleen voor het vangen waren uit de pot van de expeditie te betalen. Voor ritten naar het dorp was er ander geld. Maar goed, de chauffeur heeft hierdoor gedacht van : ik heb m’n geld voor vandaag en ga mooi een andere rit maken die me meer op kan leveren.
Als we later in het eethuis zitten raken we daarover in een pittig onderling meningsverschil. Onze stemverheffing blijft niet ongemerkt en ineens hebben we in het donker iemand naast onze tafel staan met de opmerking: ‘zijn jullie Nederlanders?’.
Het blijkt een vrijwilligster, Celine, die hier in Damongo werkt op het weeshuis net buiten het dorp. Er volgt een geanimeerd gesprek nadat ze bij aan tafel schuift om haar eten bij ons verder te nuttigen. Daarbij komt ook ons probleem met de taxichauffeur ter sprake en zonder al te lang na te denken komt ze met het idee dat zij wel een paar vrienden kent die wellicht wat voor ons kunnen betekenen voor de komende dagen. Dat resulteert in het even later één voor één bij ons aan tafel verschijnende mannen die weer anderen kennen. Uiteindelijk kan er een afspraak voor een vaste prijs voor de komende drie dagen gemaakt worden met een andere taxichauffeur. In de tussenliggende tijd staat zo ineens ook de andere taxichauffeur bij ons aan tafel om met vele bewoordingen en uitvluchtjes uit te leggen waarom hij er niet was.
Japheth is zo verstandig om de man te dumpen want hij heeft gewoon een andere rit gemaakt ondanks de afspraak. Toch is de discussie over de verdeling van het geld uit de pot nog niet opgehelderd en voor we het weten ontstaat daar weer een meningsverschil over dat er in resulteert dat we met kwade koppen het eethuis uitlopen. Als we op straat verschijnen steekt er ineens een enorme wind op. Ik had tijdens het eten al wel gezien dat het in de verte weerlichtte dus geheel onverwacht kwam dit ook niet. In enkele seconden tijd verandert het straatbeeld in een inferno van stuivend zand, rondwaaiende troep, afscheurende boomtakken en hoor ik in de nabijheid al golfplaten losgerukt raken van de provisorische huisjes.
Dit is het weer dat hier nogal eens veel slachtoffers met grote snijwonden maakt door rondvliegende golfplaten met vlijmscherpe randen. Overal langs de straat is men in de weer om zo snel mogelijk de winkeltjes in de kleine keetjes te sluiten en het wordt zaak om zo snel mogelijk nog een zak met water te kunnen kopen.

Na een paar vergeefse pogingen loopt Japheth door en zie ik Peter al nergens meer.
Ik duik nog een winkeltje in en de jongen daar heeft nog net 11 kleine knijpzakjes met water liggen waarvan ik er dan maar 10 koop. Als ik daarna weer op straat verschijn zie ik ook Japheth nergens meer en zie überhaupt niks meer want de aanhoudende zandstorm met inmiddels ook de eerste regen heeft niet alleen m’n bril veranderd in matglas maar ook m’n ogen en mond zitten vol met zand. Ik zie werkelijk geen hand meer voor ogen maar probeer maar zo snel mogelijk door te lopen richting guesthouse. Ondertussen is de elektriciteit al een paar keer kortstondig onderbroken geweest en moet je ook nog in complete duisternis tegen de felle koplampen van snel naar huis razende auto’s inkijken. Als links en rechts naast mij de bliksem ook recht naar beneden begint in te slaan zoek ik maar zo snel mogelijk een plekje om de rest van de bui af te wachten. Dat kan in de galerij van één van de vele kerkgebouwtjes hier, maar ook daar draait de wind zo rond dat ik gehurkt zit te wachten met m’n T-shirt voor m’n neus en mond. In die omstandigheden krijg ik een telefoontje van Janne die inmiddels een nogal in paniek geraakte Japheth aan de lijn heeft gehad die ons kwijt is geraakt. Ze heeft Peter ook al gebeld maar kreeg geen contact. Ik kan haar amper verstaan maar weet de situatie waarin we verkeren wel uit te leggen.

Na ongeveer een half uur is het ergste van het noodweer voorbijgeraasd en vervolg ik mijn weg. Ik ben echter nog niet goed en wel aan het lopen of de stroom valt definitief uit.
Nu zit ik echt in het stikdonker en voordat ik de tijd heb om stil te gaan staan sodemieter ik in de betonnen ditch van een meter diep die hier overal langs de straat loopt. Met meer geluk dan wijsheid krabbel ik er zonder noemenswaardige kleerscheuren weer uit. Ook op het guesthouse is het vanzelfsprekend stikdonker; het eerste dat ik doe is de opwindbare zaklantaarn opladen en in het schijnsel van dat licht een douche nemen om het zand kwijt te raken. Daarna plof ik achterover op bed om alleen nog even tussendoor wakker te worden om oordopjes in te doen tegen de oorverdovende regen die inmiddels weer op het golfplaten dak klettert. Wat een dag….

Zondag 6 Maart 2011: Damongo, independence day !

Ghana viert feest want het is de 54e verjaardag van de onafhankelijkheid van het land en dat wordt uitbundig gevierd. Als we in de vroege ochtenduren het bos inlopen komen er al vrachtwagens vol leerlingen van de scholen uit de omgeving langsrijden want onderdeel van de viering zijn heuse parades van militairen, politie, scholieren en reinigingsmedewerkers (het is in het land niet te zien dat die laatstgenoemden hier bestaan…). Vanzelfsprekend gaat het allemaal weer gepaard met veel gejuich en harde muziek.
We vangen vanmorgen weer niet veel, maar volkomen onverwacht toch 3 bonte vliegenvangers!!!! Janne heeft er 2 en Peter en ik hebben er nota bene 1 hangen in een extra bijgeplaatst netje dat nog van gisteravond op de stokken zat.
We stoppen vanmorgen een uurtje eerder want er moet door een deel van ons gezelschap opgeruimd worden want vanaf vandaag splitst de groep zich in tweeën om op twee onderzoeksgebieden tegelijk te vangen en het vertrek te gaan monitoren.
Peter, Japheth en ik blijven de komende 5 dagen in Damongo en de rest gaat met de auto naar Kintampo.
Daar vertrekt Rob overmorgen huiswaarts en voegt Niels Bot zich vers bij het gezelschap. Omdat we nu geen auto meer ter beschikking hebben, gaan we in Damongo naar de vangplekken per taxi waarmee Janne afspraken heeft kunnen maken voor het brengen en halen. We zijn benieuwd hoe dat zal gaan…
’s Avonds gaan we lopend naar het centrum van Damongo en daar staat tijdens het eten, in het eethuisje dat we afgelopen week naar tevredenheid hadden ontdekt, zo ineens één van de jongens van bij de moskee naast ons tafeltje om zijn ‘friends’ de hand te schudden. Hij is ons nagereisd, en driemaal raden wat hij de komende dagen zal proberen te doen….

Zaterdag 5 Maart 2011: Damongo, boerenzwaluwen vangen !

Over de ochtendvangst kan ik kort zijn, nul komma nul. Er kwam zelfs niet één andere vogel in de drie netopstellingen die we weer in de strijd hadden gegooid op plekken waar we roepende bonte vliegenvangers hadden gehoord. Het was weer zo’n ochtend waarop het opmerkelijk rustig was met vogelactiviteiten van welke soort dan ook. Het is voor ons tot op heden niet te verklaren wat dat gedrag veroorzaakt. We hadden uiteindelijk zeker wel weer bonte vliegenvangers bij de netten, maar ze bleven keurig op afstand en gingen niet dichter bij het geluid dan een paar meter.
Het werd weer een uitgesproken hete dag met in de middag een temperatuur die voor de kamer op het guesthouse was opgelopen tot 48 graden in de zon. Als je daar in rondloopt hangt er een stoomwolkje boven je lichaam. Bij de locals kun je op dit soort dagen witte zoutkristalletjes op hun armen zien. Bij ons resulteert het in stroompjes van water die zich de kortste weg over je lichaam zoeken waarbij vanzelfsprekend je ruggengraat en je bilnaad kleine rivierdalen vormen.
Om 16 uur zijn we met George naar het buiten het dorp gelegen meer gereden om ons geluk eens te wagen op een heel andere soort, de boerenzwaluw. Tijdens ons eerste verblijf in Damongo hadden we daar een paar boerenzwaluwtjes zien vliegen en dat gaf ons meteen hoop op betere vangmogelijkheden qua aantallen dan in het bos. We snakken er inmiddels naar om toch ook eens echt wat anders te doen te hebben dan wachten, wachten, wachten op vangsten die niet of amper volgen. We weten het, nul is ook een waarde, maar het ringersbloed kruipt…
Aangekomen bij het meer blijkt dat de eerste koereigers die we tegen de schemer altijd over het bos zien vliegen al in de bomen zitten. Uit de nadere richting komt net een groep van ongeveer 40 white faced whistling ducks aangevlogen. In een dode boom in het water zien we zowel een malachite kingfisher als een pied kingfisher. In de bomen op het eilandje enkele exemplaren van de green backed heron, 2 maal een squacco heron en 4 exemplaren van de reed cormorant.
We zoeken het stukje olifantsgras op en beginnen met de machetes een baantje te snoeien in het stukje dat toch kleiner en veel lager begroeid blijkt dan we aanvankelijk dachten. Maar we zijn vol goede moed en proberen het toch. We stappen het water in en merken dat het nog warmer is dan de buitenlucht. Voor ons uit springen kikkers die dusdanig sterke poten hebben dat ze zeker 5 meter kunnen springen. Enkele black crakes maken zich uit de voeten tussen het dichte olifantsgras.
Na een uurtje hakwerk en passen en meten hebben we 2 secties van 2 netten staan en plaatsen we het formidabele geluidskoffertje dat Rudolf in Friesland voor Peter heeft gemaakt en dat na gebruik bij de bonte vliegenvangers zijn waarde nu helemaal kan gaan waar maken want bij het vangen van boerenzwaluwen is flink volume van belang en dat kan dit kleine setje met een gewone MP-3 spelertje en 2 tweetertjes met een miniversterkertje prima bereiken.
Ondertussen gaat George voor ons richting dorp om gekoeld bier te halen. We hadden het gezegd voor de grap, maar de mannen van het centre for African wetlands nemen hun werk voor ons serieus en hij gaat… wat een verwennerij onder deze bloedhete omstandigheden.
Nadat het geluid een kwartiertje heeft gedraaid arriveren enkele boerenzwaluwen. Tijdens het wachten maak ik van de gelegenheid gebruik om even met het thuisfront te bellen en mijn vader met zijn verjaardag te feliciteren want het bereik blijkt hier aan de oever van het meer perfect te zijn. Als het gesprek goed en wel gaande is scheren er enkele groepjes weverachtigen laag over onze hoofden richting netten en zien we daarna de spanlijnen al vrolijk op en neer dansen. Het lijkt er altijd wel op dat wevers gewoon hun uiterste best doen om in mistnetten te belanden… kon dat maar van overwinterende bonte vliegenvangers gezegd worden….
We lopen snel naar de netten om met uithalen te beginnen. Het blijken allemaal (een stuk of 40) quelea’s te zijn die stuk voor stuk nog in hun non-breeding plumage verkeren en dus niet exact op naam te brengen zijn. Daarom mogen ze dan ook allemaal stuk voor stuk ongeringd het luchtruim weer kiezen. In de tweede sectie hangt slechts 1 vogel, maar dat blijkt wel meteen een geringd exemplaar te zijn ! Het is een orpheusspotvogel die door de Denen van de DOF hier vorig jaar geringd is. Als ie ook nog eens een transmitter op de rug had gehad dan was het een dit jaar geringde vogel geweest. Toch leuk want de vogel zit toch wel een eindje van z’n oorspronkelijke ringplek af.
Doordat we toch net iets te lang met het uithalen van quelea’s en vooral het krabben, knijpen en doodslaan van hele hordes mieren bezig zijn (die zitten al bij je kruis en oksels voordat de eerste begint te bijten…) zijn we net te laat weg op het moment dat de zwaluwen willen gaan zitten. Tevens is er in de tussentijd een visser met een staand want het water ingetrokken en hij zwemt vlak achter onze netten langs…. Maar goed, uiteindelijk hebben we tussen de quelea’s ook nog 3 boerenzwaluwen en 1 oeverzwaluw zitten. Alle exemplaren blijken helemaal klaar met de rui te zijn en hebben al trekvet aangelegd en zitten dus kennelijk vlak voor hun vertrek naar het Noorden. De oeverzwaluw heeft de buitenste handpen echter nog net in het eindstadium van rui zitten, maar heeft toch ook wel vetgraad 2. Interessante constateringen ondanks het feit dat we er maar een paar hebben. Het was toch niet voor niets.

Vrijdag 4 Maart 2011: Damongo, naar nationaal park Mole.
Peter en ik hebben onszelf vandaag een dagje vrijaf gegeven en zijn vanmorgen met George op pad gegaan richting het grootste nationlae park van Ghana, Mole. De dirtroad was na de hevige regenval van eergisteren nog best goed berijdbaar dus dat viel alleszins mee. Bij de toegangspoort aangekomen straalde ons al een grote plaquette tegemoet met de mededeling dat de Nederlandse regering van 2001-2008 geld in het park heeft gepompt. We vullen het uitgebreide inschrijfformulier in (nee, we hebben geen wapens bij ons, we zijn geen jagers….), betalen na lang wachten op het invullen van de rekening 29 cedi’s voor de auto en 3 personen en kunnen rijden. George rijdt meteen door naar het hotel alwaar we op het terras met zwembad kunnen uitkijken over een vallei met een mooi meer. Meteen zien we bij het water al meerdere soorten zoals een parend stel giant Kingfishers, een pied kingfisher en meerdere blue chested Kingfishers,



in de struiken langs het water 3 kwakken, een green backed heron en een black heron die in het water zijn onmiskenbare paraplu-act staat op te voeren. In het water zwemmen meerdere krokodillen, al laten die niet veel van zich zien. Het is voor hier een frisse ochtend en op de rand van het plateau staat een frisse bries recht in ons gezicht. We vangen hem op als een lekkere douche in ons gezicht, wat een verademing na al die dagen van meer dan 40 graden zonder een zuchtje wind.
Tussen de struiken zien we ook al meerdere antilopes, vooral hartebeesten, en ook enkele wrattenzwijnen. Nadat we een half uurtje hebben zitten genieten besluiten we om maar te gaan rondrijden in het park. George draait de auto echter richting het informatiecentrum en daar krijgen we te horen dat het verplicht is om een gids te nemen als je het park verder in wilt. Er staat een forse boete op als je zonder gids wordt aangetroffen en George is er niet de persoon naar/is niet in de positie dat hij dat risico zo maar kan lopen want zijn verantwoordelijkheid loopt verder door richting zijn werkgever dan de onze… Afijn, we krijgen dus voor 2 uurtjes (3 cedi per persoon per uur, dus waar praten we eigenlijk over…) een gids vergezeld van een geweer die echter wel per sé voorin wil zitten want dan kan hij het wild voor ons beter spotten… Na de eerste afslag wordt er halt gehouden bij een compound waar de familie van het parkpersoneel woont. Er lopen wat verveelde bavianen rond en een paar wrattenzwijnen scharrelen in de vuilnis die door een gat in de muur naar buiten wordt gegooid. ‘Do you want to take pictures?’ is de vraag meteen. Nou euhh nee, niet echt een leuke setting en we hebben niet echt de indruk dat die dieren nou zo wild zijn….
We rijden ruim een kwartier verder voordat we voor ons op de weg een jonge antilope zien, een bushbok deze keer. In de bush ontwaren we tussen de bomen nog 2 exemplaren. De adulte dieren zullen nog wel iets verderop in de struiken staan, buiten het gezichtsveld. Dit zou de gehele verdere rit zo gaan, en bij het infocentrum zag ik op de prijslijst al wel waarom. Jagers kunnen ook gewoon het park in en voor 10 cedi per kilo geschoten vlees hun gang gaan met natuurlijk wel een maximum quotum, maar gewoon schietend vanuit de auto. Tja, dan krijg je wel wild dat snel wegspringt zodra een auto iets halt houdt. We concluderen al snel dat we wederom verwend zijn geraakt in Zambia waar dit effect niet optrad in het jachtvrije park dat we daar bezochten. Wat een fotografeer- en gewoon kijkgenot was het daar…
Hier rijden we na dat eerste groepje antilopes ruim 3 kwartier zonder ook maar iets van wild te zien. Zelf zien we regelmatig mooie vogels, maar die ontgaan de gids al helemaal. Hij heeft er duidelijk geen kaas van gegeten en geeft dat na navraag ook toe. We komen bij een grote poel en zien daar enkele hamerkoppen, een drietal hadada-ibissen enkele wire tailed swallows en de onvermijdelijke pied kingfisher.
Regelmatig zien we ook bijeneters, die iets kleinere red throated bee-eater en ook een drietal square tailed drongo’s en een paar heuse echte afrikaanse halsbandparkieten. En de gids wijst ons op de zoveelste plek aar olifantenpoep of buffelpoep op de weg ligt. Tja, ik moet zeggen dat ik de afgelopen dagen al wel genoeg van die materie heb gezien…. ‘Maybe we can see elephants around the corner’ . Tja joh, tuurlijk, die kennen we… om de hoek zien we inderdaad olifanten, maar die zitten in de vorm van 4 behoorlijk gezette luid giechelende jonge meiden op het dak van een terreinwagen. O.k. rijdt voorlopig maar lekker door, want we zullen eerst wel even niet wat te zien krijgen. En zo geschiedde…
We maken een draai en rijden door een soort grote stroomgeul waar rechts naast de auto een diepe ditch onder de bomen loopt. Maar die staat ook droog en is nu ook oninteressant voor het wild. Wel zitten er vliegen, veeeeel, veeeeel, blinde dazen. Als de gids de auto even uit moet om over het pad hangende bomen weg te hakken blijft de deur net even iets te lang open en stroomt de auto vol. We hebben weer even wat te doen…
Aan het eind van dit stuk komen we weer in miombo-bos, een habitat dat door olifanten wordt begraasd en waar ze af en toe wat bomen omdrukken. Hier zien we een mooie adulte bateleur afzeilen over de vegetatie. Verder een drietal double spurred francolins.
Op nog een drie of vier plekken zien we een paar bushboks, hartebeesten en waterbok en rent er nog een familiegroepje van een stuk of tien mongooses voor ons uit, en daarna hebben we de rondrit gehad, twee uur zijn voorbij. ‘Are you coming back tonight to see a lot’ is de logische vervolgvraag. Nou, nee, toch maar niet want om daar nog 8 uur op te wachten….
We besluiten om maar terug te gaan naar Damongo om ons daar verdienstelijk te maken.

Buiten het park komen we door een dorpje waar de oudste moskee van Ghana staat. We besluiten om daar eens even naar te gaan kijken en draaien een zijstraat in. Voor we het weten schaart er zich een groepje van die jongens in mooie nieuwe footbalshirts om de auto om de driver er op te wijzen dat hij daar niet verder mag rijden. Uitstappen dus, en meteen heb je vrienden en sta je handen te schudden. Ze werpen zich op als gids en willen graag wat over de moskee vertellen voor een kleine bijdrage natuurlijk. Als ik het verhaal van de kennelijke leider van the pack aanhoor zie ik Peter al schielijk op de achtergrond teruglopen naar de auto nadat hij wat foto’s heeft geschoten. En toegegeven, de jongen vertelt een uitgebreid verhaal over de geschiedenis van de moskee die als eerste in Ghana werd gebouwd in 1421. Na afloop geef ik de jongens wat geld voor de uitleg en loop terug richting de auto nadat ik meermalen heb afgewimpeld dat ik niet ook nog eens een keer een guided tour door het dorp hoef te hebben waarbij ik een echte lemen hut mag bekijken…..
Bij de auto staan ze meteen al klaar om Peter op te wachten want ze hadden natuurlijk wel gezien dat hij foto’s stond te maken en dat betekende dus dokken. Daar was Peter niet van gediend en hij stapte onverwijld in de auto waarna de commotie snel opliep en het taalgebruik snel minder vriendelijk werd. George bemoeide zich er inmiddels ook mee en vroeg aan de jongens of ze wel een betaalbewijs wilden uitschrijven voor het door mij betaalde geld. Dat wordt hier toch wel gezien als iets dat originaliteit en betrouwbaarheid uitstraalt en we moesten na enig aandringen maar achter de jongens aanrijden want dat bonnenboekje lag natuurlijk ergens anders. Zo gezegd zo gedaan, en even later kwamen ze met een slonzig en verkreukeld bonnenboekje van een restaurant aanzetten. George ontstak in woede en schreeuwde dat iedereen wel zo’n boekje kon invullen. Ondertussen had 1 knaap zich afgezondigd en begon weer een tirade tegen Peter. George vloog de auto uit en stapte op een stel dorpsoudsten af en schreeuwde in onverstaanbaar maar heel goed begrijpelijk Ewe dat het een schande was dat zij dit soort jongens hun dorp lieten bezoedelen. Daar was de kous mee afgedaan en reden we het dorp een ervaring rijker weer uit.

Aangekomen in Damongo zat een maaltijd in het eethuis er weer niet in, ze hadden werkelijk weer niets in huis. Dan maar een lekker fris biertje op het terras van het guesthouse…
Vervolgens ben ik toch maar even het dorp ingelopen om een bezoekje te brengen aan een arts. Ik voel mij inmiddels weliswaar een stukje beter maar het feit dat ik mijn spijsverteringsprobleem nu al 2 maal heb meegemaakt maakt mij toch wat onzeker.
Er zit een artsenpost bij één van de kerkgenootschappen en ik vervoeg me in het wachtzaaltje. Bij het aanschouwen van een massa mensen met blèrende kinderen bereid ik mij op een lange middag voor, maar wat schetst mijn verbazing: als de arts mij ziet zitten mag ik als eerste naar binnen. Ik schaam mij dood voor al die locals die nog moeten wachten en zeg nog tegen hem dat ik best wel kan wachten, maar hij dringt aan dat ik meteen kom. Later blijkt dat hij er gewoon van uit kan gaan dat als een blanke zelfstandig naar een kliniek kan komen dat hij gewoon aan de schijterij is en zo weer weg is… en zo geschiedde.. hij constateert aanhoudende reizigersdiarree en met een blister antibiotica op zak kan ik weer gaan lopen.
Aan het eind van de middag trekken we het bos weer in voor avondvangst van bonte vliegenvangers. Die laten ons weer behoorlijk het nakijken, maar we zien wel een heel leuke hunting party van diverse vogels die vanuit een boomtop jagen op vliegende mieren of termieten. De eerste vogel die we dat zien doen is nota bene een bonte vliegenvanger, maar daarna volgen er diverse zoals fork tailed drongo’s, piapacs, green wood hoopoes, palmswifts, twee afrikaanse of europese koekoeken, grey hornbills, african thrush, african orioles en vervolgens ook een snel op al die vogels jagende shikra. En we zagen ook nog een voor ons nieuwe soort bij deze hunting party, een Narina’s trogon.
Een grey hornbill was op een gegeven moment het jagen wel een beetje beu en hij kreeg door dat je ook gewoon op een goede plek kon gaan zitten en dan gewoon af en toe met je grote snavel open een paar insecten kon vangen.
Onze vangst bleef deze avond beperkt tot slechts 1 african thrush en onder begeleiding van twee roepende kerkuilen hebben we de netten weer opgeruimd.

donderdag 3 maart 2011

BONTE VLIEGENVANGER-EXPEDITIE GHANA 2011 : VERSLAG WEEK 4.

Donderdag 3 Maart 2011: Damongo.

Ik moet zeggen dat de slaap beter was dan de nacht daarvoor, maar goed, met ’s nachts nog een temperatuur van 35 graden op de kamer is het niet zo gek dat je ligt te baden in het zweet, los van het feit of je ziek bent of niet.
Ik blijf de hele dag op de kamer en de rest is het veld in gegaan om potvallen te plaatsen. Er is vanochtend dus niet gevangen.
Vanaf m’n bed zie ik dat er steeds een groepje zwaluwen door de galerij van het guesthouse vliegt. Het zullen de red chested swallows wel weer zijn en het lijkt er op dat ze plekjes aan het zoeken zijn om te gaan broeden. Rob heeft bij het groepje ook een wire-tailed swallow gezien. Er vliegen ook groepjes gierzwaluwen, de little swifts. Dat zijn de lokale varianten van onze gierzwaluwen, maar zijn kleiner en hebben een witte stuit zoals de huiszwaluw. Peter heeft al ontdekt dat ze aan de dakrand van een hoger gebouw aan de overkant aan het nestelen zijn.
Tegen half vier in de middag nadert er een behoorlijke onweersbui en valt het avondvangen letterlijk in het water. Dat valt ons dan weliswaar tegen, de lokale bevolking zal er ongetwijfeld erg blij mee zijn want het is hier nog lang niet zo groen geworden dan we in Kintampo zagen. Het zal hier dan ook niet veel hebben geregend in de tijd dat wij hier niet waren. Ik breng de rest van de avond door met mijn eigen lokale onweersbuien….

Woensdag 2 Maart 2011: Damongo, Yes… terugvangst!

Om 3 uur vannacht zijn de mannen veilig en wel met Mariel teruggekeerd op het guesthouse. Het was wel een zware rit, want als ze om 6 uur in de ochtend weer klaarstaan om ons het veld in te brengen staan ze te zwalken op de benen. Janne stuurt Javed maar meteen weer terug naar bed en George mag slaap in gaan halen als hij ons heeft weggebracht.
We gaan met z’n allen weer vangen op de meest ver weg liggende vanglocatie. Dat was vorige periode eigenlijk wel de beste. Peter en ik blijven links van de regenwatergeul die door het terrein loopt en zetten snel het eerste net op als we de eerste bonte vliegenvanger horen roepen. Al snel volgt een tweede locatie, maar de derde laat enige tijd op zich wachten.
Als ook dat net staat hebben we al zo ver gelopen dat we al helemaal achter in het terrein bij de rotsblokken van het escarpment staan. Het wachten op vangsten kan beginnen. We zoeken een schaduwrijk plekje op onder een met lianen overwoekerde boom. Als we zitten merk ik dat ik op dat moment al moe ben alsof ik er al een dag op heb zitten.De zweetbijtjes meldden zich al vroeg en de hoofddoek kan weer omgeknoopt worden en het wuiven en meppen kan weer beginnen. Vangsten blijven helaas weer helemaal uit, na het opzetten horen of zien we geen bonte vliegenvanger meer. Pas bij het opruimen hebben we in het achterste net twee vogels hangen. Het blijken een greater honeyguide en een lesser honeyguide te zijn. Ik moet zeggen dat ik al veel eerder een honeyguide had verwacht want in de holtes van het escarpment zitten immers veel bijennesten.
Tijdens het wachten heb ik het bos al weer behoorlijk van nieuwe meststoffen voorzien en als we terug lopen naar de weg kan ik me nog maar nauwelijks op de benen houden, alle kracht is uit me weggevloeid. Bij de auto blijkt dat Rob een netje heeft opgezet waarin hij al een bonte vliegenvanger had hangen voordat hij het geluid had aangezet. Hij bleek ook nog eens een ring om te hebben en dat zou er later één blijken te zijn van de verkennende expeditie uit 2009. De vogel was toen 70 meter van de huidige plek geringd; een mooi voorbeeld van site fidelity (plaatstrouw aan overwinterings- of broedgebied) dus.
Terug op de lodge laat ik mij achterover op het bed vallen en val in een slaap waar ik 3 uur later pas weer van wakker wordt. Vanaf dat moment speelt mijn dag zich verder nog af tussen bed en toilet…. Pillen en ORS moeten hun werk weer gaan doen maar vooralsnog blijft resultaat uit.

Dinsdag 1 Maart 2011: van Kintampo naar Damongo.

Na een nacht met weinig slaap begint de dag met al vroeg opnieuw burenruzie waarbij de gemoederen weer hoog oplopen. We hebben besloten om eerst verder te gaan met het invoeren van data maar daar heb ik m’n hoofd en m’n buik niet naar staan. Ik probeer te ontbijten met wat droog brood en dat lukt redelijk. De beheerder van het guesthouse heeft een schilder op bezoek die het eetzaaltje gaat schilderen. Hij zit buiten op z’n hurken gewoon met z’n handen de emmers met verf te mengen. Vlak voordat we wegrijden ziet de eetzaal er al heel anders uit, het tafelkleed heeft een nieuw stippenpatroon en de tegelvloer doet daarvoor niet onder…
Tegen 11 uur hebben we de spullen allemaal weer in de auto gestouwd en kunnen we gaan rijden. We kopen eerst nog even weer wat spulletjes in het dorp, tanken benzine en beginnen aan de ruim 3 uur durende reis. Onderweg komen we een volledig op z’n kant liggende passagiersbus tegen. De (alle?) passagiers lopen er omheen te kijken en men is al bezig om spullen te zoeken om hem weer overeind te krijgen.
We vinden even later ook nog een vers doodgereden roofvogel op het asfalt. Het blijkt een grasshopper buzzard en Rob kan van de vogel nog een volledig pakket biometrische gegevens verzamelen. Het is een opmerkelijk rank gebouwde vogel met een gewicht van net onder de 300 gram. Perfect uitgerust om te kunnen overleven in de verzengende hitte van de Soedansavanne waar we op dat moment doorheen rijden. We zien deze soort weer op meerdere plaatsen bij bosbrandjes rondvliegen.
Na de afslag bij Fofulso gaan we de hobbelige dirtroad weer op en ruil ik m’n zitplaats met Peter en mag ik ook eens genieten van een verblijf op de achterbank met 4 personen.
Als we net na 14 uur in Damongo arriveren checken we ons in op het guesthouse en ga ik als de wiedeweerga weer richting toilet. Daarna laat ik mij achterovervallen op het bed en wordt ik pas om 19 uur weer wakker als Peter komt vragen of ik mee ga om een hapje te eten.
Dat wordt een keuze tussen verstand en gevoel, maar ik besluit om toch maar te proberen om wat te eten. Als we goed en wel zitten te wachten in het eethuisje blijkt dat ze alleen nog maar banku hebben. Dat lijkt ons een beetje teveel van het goede voor de zwakke magen in het gezelschap en we taaien onverrichterzake weer af op zoek naar een ander etablissement.
Dat vinden we in een stikdonker steegje met hobbels, kuilen en 2 amper zichtbare betonranden. Het is een soort pleintje waar natuurlijk weer tetterende rapmuziek staat te schallen en waar we onder het schijnsel van de verlichting in het mobieltje van Javed kunnen zien wat we voorgeschoteld hebben gekregen. Ik heb, zoals besteld, wel witte rijst gekregen, maar toch weer met een vette, scherpe saus eroverheen. Toch smaakt het me gelukkig goed.
Terug op het guesthouse merken we dat er een paar zwaluwtjes zijn gaan slapen op de muurtjes in de galerij voor de kamers. Na een kwartiertje bonst Peter op de deur en vraagt of ik er al vast één wil ringen zodat hij nog een andere kan vangen…
Het blijkt de Afrikaanse variant van de boerenzwaluw te zijn, de red chested swallow. De vogel lijkt heel sterk op ‘onze’ boerenzwaluw, maar heeft een tot op de keel doorlopende kastanjebruine halsvlek. Het wit in de staartpunten is groter en loopt door over de gehele breedte van de binnenvlaggen van de staartpennen. Daarmee krijgt hij een witte baan aan de onderkant van de staart. Ook borst en buik zijn witter en de gehele vogel is wat kleiner dan de boerenzwaluw. Toch leuk, weer een soortje er bij.
George en Javed vertrekken om 21 uur terug naar Fofulso om daar onze nieuwe Britse expeditielid, Mariel op te halen die daar rond middernacht met de bus vanuit Accra arriveert. Een rit in volledige duisternis over de wasbordweg die niet geheel zonder risico is, we duimen voor de mannen.

maandag 28 februari 2011: Kintampo, kleurcodes aflezen en de eerste BVV’s gaan op trek….

De laatste Februaridag. Ik ben vanmorgen zelf niet met vangen bezig geweest, maar heb samen met Janne een struintocht door beide onderzoeksgebieden gemaakt om kleurcodes af te lezen. De rest is wel aan het mistnetten geweest. Het was weer een bewolkte ochtend en de vogels waren opvallend inactief. Als we er dan toch één te zien kregen zaten ze weer lang laag op de poten zodat de eventuele ringen amper of niet te zien waren. De meeste vogels die we in het vizier kregen bleken uiteindelijk ongeringd, maar toch zijn er wel een paar kleurcodes afgelezen waaruit we na een paar van deze acties mooi de site fidelity kunnen analyseren. Tijdens het zoeken stuitten we nog op twee pearl spotted owlets die door Janne ontdekt werden in een dode boom. Nu hebben we prachtig kunnen zien hoe ze met het draaien van de kop de nepogen op hun achterhoofd kunnen laten zien. Ook wij zien amper het verschil en als ze een paar keer hebben zitten draaien weet je echt niet meer of ie je nu aankijkt met z’n ogen of met de nek.

Na enige tijd vliegt één van de uilen weg (het lijkt echt niet op een uilenvlucht met die verhoudingsgewijs lange staart) en begint te roepen. Ook dat doet in niets denken aan een uil. Het is een reeks van fluitende tonen die steeds hoger worden zoals de fluitende roep van Gibbons. Indrukwekkende vogeltjes.
Ondertussen heeft de rest van de groep niet stilgezeten. Nou ja, Rob heeft nog wel tijd gehad om te tellen hoeveel mieren er met de eieren van één nest naar het andere aan het sjouwen waren; dat waren er 450. Daarbij viel het hem op dat de bonte vliegenvangers er hun voordeel mee deden en begonnen te jagen op de eitjes die natuurlijk enorm voedzaam voor ze zijn. Hij plaatste een netje in de buurt van de mieren en dat leverde uiteindelijk maar liefst 4 gevangen bonte vliegenvangers op…. Een absoluut record voor deze expeditie!!
Twee van die vogels bleken al trekvet te hebben aangelegd en waren al ver op weg met de rui. Het zal dan ook niet lang meer duren dat de eerste vogels gaan vertrekken. Deze datum met de eerste vogels met vet is een week vroeger dan tijdens de expeditie van 2009 en dat valt prachtig samen met het feit dat de eerste regens van het naderende regenseizoen dit jaar ook een week eerder begonnen.
Javed komt nog twee zakjes met palearcten brengen die hij met Peter in het net hadden; ze hadden een rondje met 7 vogels tegelijkertijd in het net. Uit de zakjes komen weer een bleke fitis en een orpheusspotvogel. Tijdens het ringen van deze vogels moet ik even snel naar het net want er komen weer koeien onze kant op gelopen. Als ik naar het net loop springt er vlak voor mij een Boompieper op en die vliegt precies het net in…. hebbes.

Nadat we weer op het guesthouse terug zijn maken we ons op voor een broodlunch. Ik besluit om eens wat variatie in het eten te brengen en een blikje witte bonen in tomatensaus open te trekken. Dat smaakte voortreffelijk maar ik had het beter niet kunnen doen. Het bleek het perfecte ingrediënt om m’n buik die toch al weer van streek was te veranderen in een borrelende snelkookpan. Voor het eind van de middag begint de frequentie van toiletbezoek weer ongewenst hoog op te lopen en loopt uiteindelijk het gehele ontbijt en lunch het riool in. Ik zie de wereld door maagkrampen en duizeligheid weer voor een doedelzak aan, maar besluit om toch maar mee te gaan naar het eethuis om dan maar droge witte rijst te proberen te eten. Dat wordt in de keuken niet helemaal goed begrepen en er belandt een bord met weliswaar witte rijst voor m’n neus, maar ook een flinke klodder pittige tomatensaus en koolsalade met een dikke klodder ketchup en mayonaise. Ik kan de kokhalsneigingen met moeite onderdrukken en deel de salade maar snel uit aan Peter die het graag in ontvangst neemt. Ondertussen speelt zich maar weer een mooi staaltje af van hoe men naar buiten toe maar blijft doen voorkomen dat Ghana zo’n veilig land is. Er loopt een politieman met over zijn schouder een mitrailleur en de directe reactie van Javed is: ‘roadpolice.. they shoot to kill’. Bij mij roept het in ieder geval nooit een gevoel van veiligheid op als ik iemand met een wapen over z’n schouder zie…
Ik krijg tweederde van de rijst op, maar dan stokt het. Als we dan na afloop weer over het pleintje terug naar de auto lopen begint het weer flink te draaien. De geuren van smeulend plastic, zweet, houtskoolvuurtjes, aanbrandend vlees, ontlasting van uiteenlopende afkomst, stof, uitlaatgassen en oude urine maken het er niet makkelijker op om het eten nog binnen te houden. Als de auto stuiterend naar de guesthouse terugrijdt, kan het me niet snel genoeg gaan en eenmaal aangekomen zoek ik als de wiedeweerga het toilet weer op.

Zondag 27 Februari 2011: Kintampo,en: trekkende zwaluwen!!

We zijn vanmorgen extra vroeg vertrokken om te kijken of het meer vogels oplevert als de netten op tijd open staan. Alles ging prima, maar op het moment dat we de eerste bonte vliegenvangers hoorden roepen bleek dat we allemaal onafhankelijk van elkaar naar dezelfde hoek van het terrein waren gelopen. Tja, dan moeten 2 ploegjes nieuwe plekken zoeken en ben je het tijdsvoordeel al wel weer kwijt. Ondertussen was mijn nieuwsgierigheid net weer te groot bij het oprapen van weer een prachtig gevormde zaaddoos onder één van de bomen.
Pas op het moment dat ik deze zaaddoos stond open te breken merkte ik dat deze op een deel van de buitenkant vol zat met heeeeel kleine stekeltjes zoals bij sommige cactussoorten. Mijn boete werd dus de hele rest van de ochtend krabben en stekels peuteren en totaal gek worden van de jeuk van stekeltjes die afgebroken zijn maar waarvan de puntjes nog wel in je huid zitten.
Peter en ik zijn uiteindelijk naar het hoger gelegen deel van het terrein gelopen waar we al snel de eerste vogels hoorden en de netten snel zijn gaan opzetten. Het was zwaar bewolkt weer en de vegetatie was nog nat van de regen die afgelopen nacht toch nog wel was gevallen. Dat bleken weer goede omstandigheden want we werden best wel druk. Op het moment dat we het tweede net hadden staan hing in het eerste al een bonte vliegenvanger. Dat moet een felle rakker zijn. Als we de eerste vogels uit het net hebben komt Rob ook al vogels brengen en daarna komen we niet meer aan andere zaken toe dan het wegringen en meten van vogels. Zelfs het koekjesontbijt schiet er bij in.




We hebben tussen de vogels onder andere enkele Fitissen zitten waarvan er één een overtuigende acredula was. Verder vangen we een red shouldered cuckoo-shrike, een prachtige kleurrijke snowy crowned Robin chat, een grey headed bristlebill, een northern puffbackshrike, een adult mannetje senegal batis en nog weer 2 palearcten, een Boompieper en een Orpheusspotvogel. Leuk en leerzaam om voor het eerst eens een actief ruiende Boompieper in de handen te hebben Tussen al het kleurrijke Afrikaanse verengeweld door eindigen we deze succesvolle ochtend met ook nog eens een totaal van 3 nieuwe bonte Vlieenvangers. Een echte succesochtend dus.
Onderweg terug naar Kintampo komen we een taxietje tegen dat vastzit in een pothole; die dingen zijn hier in veel gevallen ook zo klein dat ze er haast volledig in passen.
Bij één van de politie-roadblocks (2 houten rekjes aan weerszijden van de weg van waaruit handbediend een lange bamboestok over de weg geschoven kan worden) treffen we de auto van de Deense ploeg die één van de mannen terug brengt naar Accra. We maken een praatje en het blijkt dat ze best wel een goed beeld hebben kunnen krijgen van het lokale foerageergedrag van de gezenderde bonte vliegenvangers. Tijdens het praten is het genieten van alles wat je dan over de weg langs ziet komen. Onder andere een hoog beladen vrachtwagen volgeladen met alleen maar fietsen. Er moeten er naar schatting toch gauw 250 a 300 op liggen.






Verder passeert er weer een vrachtwagen waarin het personeel weer in hangmatjes boven de wagen vol met koeien ligt. De hangmatjes zijn opgehangen aan het rek waar normaal gesproken het dekzeil van de vrachtwagen overheen getrokken kan worden. Als je weet dat de meeste koeien hier puntige horens hebben van meer dan een halve meter lang dan moet je er niet bij nadenken dat zo’n hangmat losschiet….
We horen tijdens het praten enkele malen over trekkende boerenzwaluwen en een paar keer zie ik ook een groepje gierzwaluwen. Rob heeft eergisteren heel hoog in de lucht al een groep van naar schatting 500 gierzwaluwen gezien en zag ook trekkende huiszwaluwen.
Tegen de avond volgt er in de schemering weer naderende regen met daar vooruit weer kleine groepjes gierzwaluwen en boerenzwaluwen. Echte regen blijft echter uit.

Zaterdag 26 februari 2011: Kintampo, na regen komt…

leven ! Het heeft de afgelopen nacht enorm geregend en geonweerd. We hadden extra vroeg willen vertrekken om te kijken of het hier ook werkt om de netten al in het donker opgezet te hebben, maar om 04:30 uur regende het nog steeds na en stond er nog water op de galerij.
We zijn dus toch op de reguliere tijd vertrokken en ook bij aankomst regende het weer licht.
Op de heenweg reden we achter een schoolbus die kennelijk vol zat want er stonden zich 3 scholieren in keurig schooluniform naast elkaar op de bumper van de bus vast te klampen tijdens de hobbelige rit. Of zouden ze hun OV-chipkaart vergeten zijn?
De temperatuur is door de regen flink gedaald en het voelt voor ons gewoon toch wat koud aan. Maar goed, als we eenmaal lekker bezig zijn ervaren we het als een lekkere Nederlandse Juniochtend. Het is duidelijk merkbaar dat de regen de natuur hier weer goed heeft gedaan; de vogels zijn meteen veel actiever en in de loop van de ochtend zien we op steeds meer plaatsen bloemknoppen openen en begint het zaad van de talrijk aanwezige scrub-vegetatie ook open te springen. Op diverse plaatsen zien we bomen met meerdere kleurrijke sunbirds die op de nieuw opengesprongen knoppen foerageren. De scharrelaars zijn weer druk met de balts en ook de Shikra’s laten weer van zich horen.
Bij de eerste netcontrole zien we een yellow billed kite bij één van de netten wegvliegen; die was duidelijk aangetrokken door het geluid. Rob komt ons weer een paar vogels brengen om te ringen; hij heeft inmiddels een Fitis gevangen die zeer waarschijnlijk behoort tot de subsp. Acredula. De vleugellengte is maar liefst 71,5 mm, het gehele verenkleed is vaal en de poten zijn meer grijzig dan oranjegeel. Als we later op de ochtend nog een tweede aangeboden krijgen is het verschil nog overtuigender, deze vogel heeft een vleugel die 11 mm korter is en heeft het ons welbekende verenkleed van de West-Europese fitissen. Het wordt echter pas echt kleurrijk als er een ijsvogel gebracht wordt. In dit geval eens een grotere soort, de bluebreasted kingfisher, weer zo’n echte bos-ijsvogel.

Tijdens het wachten zien we plotseling op meerdere plekken mannen uit het bos komen; het gaat om zeker 20 man. Het zijn jagers die in een brede linie dwars door het bos trekken en middels een drijfjacht de omgeving afstruinen en alles schieten wat ze voor hun loop krijgen en maar interessant voor ze kan zijn. Vandaar dat we vlak daarvoor een schot hoorden. Even nadat de mannen ons passeren horen we weer drie schoten. Op mijn vraag aan Javed wat ze nu in dit lege bos dan nog kunnen schieten krijg ik als antwoord dat het om cane rats en af en toe een duiker (kleine antilopesoort) zal gaan en af en toe ook een vogel. Het is de jachtbuit die uiteindelijk als onherkenbaar vlees op de grillroosters langs de kant van de weg zal belanden; het laatste bushmeat voor Ghana want alle zoogdieren zijn buiten de nationale parken nu toch echt wel bijna allemaal op.

Pas op het scheiden van de markt vangen Peter en ik in de ronde voor het opruimen een bonte vliegenvanger, ditmaal niet bij het nieuwe geluid…. Ook Janne had vanmorgen weer succes, zodat er weer twee vliegenvangers bij op de lijst zijn gekomen. Vlak voor vertrek zien we nog weer een Wespendief roepend rondcirkelen boven de boomtoppen; het is (getuige de opvallende zwartgeblotte borsttekening) zeer waarschijnlijk dezelfde vogel die we vorige week hier ook al zagen.
Omdat het ’s nachts bij zwaar onweer op een zinken dak wel erg slecht slapen is, wordt dat in de middaguren flink ingehaald; ik heb zelfs zo diep geslapen dat ik bij het ontwaken niet eens meer wist dat ik in Afrika was….
Rob, Janne en Javed zijn in de avonduren nog weer voor een poging op stap geweest maar dat bleek volledig vruchteloos. Er was wederom best wel veel activiteit van vogels, maar er kwam er niet één, ook geen andere soort dan een bonte vliegenvanger, in de netten.

Vrijdag 25 Februari 2011: Kintampo, nieuw experiment.

Gisteravond hebben we weer lekker kunnen genieten van een kom fufu met dit keer varkensvlees er bij in waar een dik stuk huid nog op zat met de stukken haar er nog op.
Toen de schaal met daarin de deegbal met soep en vlees voor me werd neergezet dacht ik even tegen de kin van een oude ongeschoren kerel aan te kijken….
Na het eten kwamen er 2 vrolijke vrouwen het eetzaaltje binnen die zich duidelijk om ons vermaakten. Één sprak ons aan en vroeg of wij hun man niet wilden worden.
Maar al snel concludeerden ze dat Peter te donker was en Rob teveel op Jezus leek; daarna wees het vingertje als enige resterende mogelijkheid in mijn richting. Mijn antwoord : ‘happily occupied’ leidde tot een luid geschater bij beide dames waarna ze een illusie armer afdropen. Rob mompelt nog na dat hem dat al sinds zijn 17e wordt nageroepen.
Na de oproep van Hanneke op Ringersnet hebben we vanmorgen één van de geopperde aanpassingen in de vangstrategie meteen in de praktijk gebracht. We hebben een getipt geluid kunnen downloaden (er was gelukkig weer even internet beschikbaar) en dat gebruikt en daarnaast de geprepareerde kerkuil maar na eerdere pogingen maar weer van stal gehaald.
Het geluid betreft de geagiteerde roepjes van een bonte vliegenvanger die zit te panieken om iets, in ons geval dus de uil. Deze combinatie triggert de nieuwsgierigheid van de vogels misschien net genoeg dat ze nog net iets dichter bij de uil willen kijken wat er aan de hand is….
Zo gezegd, zo gedaan. Bij de eerste controle van het net waar deze opstelling is gemaakt zien we inderdaad een aantal vogels van meerdere soorten wegvliegen. En verrek…. Er hangt een vliegenvanger in het net !!!!! Prachtig, voor het eerst sinds een week hebben we er weer één !
Maar goed, op één voorval mag je natuurlijk niet gaan leunen, dus we gaan dit zeker doorzetten.
Het betreft een vogel die al behoorlijk ver op weg is met de rui van de lichaamsveren en de armpendekveren + elleboogveren. De hand- en armpennen hebben ze afgelopen herfst al geruid, dus na deze lichaamsverenrui zijn ze klaar om op te vetten en te vertrekken. En daar willen we nu juist meer van weten….
Janne was vanochtend op het guesthouse gebleven om met de administratie bij te kunnen blijven. Dat breekt je dan op als er dan toch een bonte vlieg gevangen wordt !!! Maar ze had het er graag voor over om alsnog door George opgehaald te worden want nu kon ze immers weer een datalogger aanbrengen. En wat wil dan weer het toeval? Vlak voordat ze weer kan vertrekken roept Javed dat hij er ook één heeft gevangen !!! Wow ! Wat een geluk… Ook deze vogel is al flink aan het ruien, dus we merken meteen al hoeveel er in een week kan veranderen. Een week waarin we de seizoensomslag hebben zien plaatsvinden, een omslag naar uitlopende bomen, balts bij de Afrikaanse soorten, en de inmiddels al dagelijks vallende onweersbuien die vanuit het zuiden optrekken en ook in intensiteit toenemen.
Tijdens het wachten hebben we weer kunnen genieten van alles wat er dan zoal in het bos plaatsvindt. We zagen een paartje blue bellied rollers met hun op een kikker lijkend geluid koerend baltsen waarna het mannetje in een holte in de boom ging zitten om de toekomstige nestplaats maar aan te wijzen. Verder verdrijven van een indringer (na een poging tot schaken van een vrouwtje) gevolgd door balts van een stel forktailed drongo’s en we zagen de grey woodpeckers weer op dezelfde plaats. Boven het bos weer een paar keer een Shikra en een klimmende en afglijdende lizard buzzard.
De vangsten zakten na 9 uur al weer in en leverden slechts nog een niet determineerbare en dus onringbare vrouw sunbird en een African thrush op.

’s Middags krijg ik weer SMS-jes van het thuisfront. Collegaringer Jan Hendriksma blijkt op 85 jarige leeftijd na een dagje ringen plots te zijn overleden.
Bovendien nog de boodschap dat we (de nestkastenwerkgroep van het NIVON) van het landgoed Weldam de sommatie hebben gekregen om vóór 15 Maart alle aluminium spijkers uit de bomen te halen waarmee veel van de bijna 1000 nestkasten op hun landgoed zijn opgehangen. Die spijkers hadden echt onze voorkeur nooit, maar we waren gedwongen tot het gebruik er van doordat de bomen steeds kaler op de stam werden en er dus steeds minder takken beschikbaar waren om de kasten aan op te hangen.
Verder bleken er kasten te hangen buiten de wandelpaden en die moeten worden verplaatst. Tja, die hingen vroeger wel aan een pad maar die paden zijn inmiddels dichtgegroeid en het is van belang voor het onderzoek dat een nestkast in lengte van jaren zo veel mogelijk op dezelfde plek blijft hangen.
En in het terrein Aschpotterveld wil men alle kasten voor 15 Maart helemaal weg hebben omdat er dusdanig veel bomen gekapt gaan worden (kennelijk in het broedseizoen) dat er bomen op de kasten kunnen vallen. Daar moeten we dus nodig met het landgoed over praten want er zijn natuurlijk best alternatieven en mogelijkheden om tot elkaar te komen. Bovendien is zoiets niet eens uitvoerbaar in 2 weken tijd, laat staan zo kort voor het broedseizoen.
Maar ja, dat heb ik weer… zit ik net weer aan de andere kant van de wereld en kan ik niets doen zodat nu het thuisfront het kan proberen op te knappen. Dat worden weer hoge telefoon kosten naar Nederland….
De vrouw op het marktje waar ik bijna dagelijks prepaid telefoonkaarten koop, lacht mij met een groeiende glimlach tegemoet als ze mij ziet aankomen en vraagt inmiddels al om de groeten aan het thuisfront te doen want ze verdient goed aan mij.

donderdag 24 februari 2011

Zonneschijn betekent niet altijd zonnig.........

GHANA 2011; VERSLAG VAN DE DERDE WEEK.

Donderdag 24 Februari 2011: Kintampo, wederom vruchteloos.

Weer met frisse moed van start gegaan op een plek waar Peter en ik nog niet eerder hebben gevangen maar waar Janne wel 1 poging heeft gedaan en op 3 plaatsen bonte vliegenvanger heeft gezien en gehoord. Bij het ter plaatse rondlopen roept er al één en we zetten het net snel op. De andere 2 volgen al redelijk snel want er roepen er meer. Daarna begint wederom het wachten… wederom… We zien ondertussen een paartje copper sunbirds waarvan het mannetje in de zon zit te glanzen als een kerstbal in de boom. Het vrouwtje zien we een paar keer met wapperende afhangende vleugels bedelen om voer of een copulatie maar meneer heeft het voorjaar kennelijk nog niet genoeg in z’n kop. Je ziet het bos nu van dag tot dag groener worden; de afrikaanse berken hebben al blaadjes van ongeveer 1,5 cm lang. Europa: het voorjaar komt eraan !!!!
We zien het paartje shikra’s weer boven onze hoofden baltsen en zien verder nog een african green pigeon en een red eyed dove. Later nog een groepje van 3 northern puffback shrikes die luid kwetterend in een berk zitten te bakkeleien met elkaar. Even later wordt duidelijk dat ze ergens voor zitten te alarmeren en begint er ook een bonte vliegenvanger mee te doen. Peter heeft even daarvoor een eekhoorn in de buurt gezien, maar of ze daar ook van over de rooie gaan?

Hanneke heeft thuis in Nederland een vraag op Ringersnet gepost waarin ze vraagt om de gouden tip waarmee we de bonte vliegenvangers beter in de netten kunnen krijgen. Daarbij een tip die we al tevergeefs geprobeerd hebben en een tip om juist geagiteerd geluid van bonte vliegenvanger te gebruiken. Dat gaan we dan maar eens testen, maar dan moeten we het wel eerst kunnen binnenhalen als het internet hier weer werkt. Ben overigens benieuwd of dat niet gewoon het ‘witt’ geluid is dat we ook al hebben gebruikt….
De vangsten zijn weer fenomenaal…. We vangen welgeteld een grey backed Camaroptera terug en bij het opruimen een tawny flanked prinia. Daar hebben we het dan ook weer mee gehad…. Tijdens het opruimen zien we van dichtbij een paartje grey woodpeckers (grijze spechten) in één van de bomen naast de netten zitten.
We hebben nu sinds onze aankomst in Kintampo NIET ÉÉN bonte vliegenvanger weten te ringen, laat staan vangen. Daar staat tegenover dat we wel veel andere zaken kunnen vaststellen zoals de toch wel onverwacht hoge dichtheden op relatief kleine stukjes resterend savanna woodland en natuurlijk de vele soorten insecten die verzameld worden. Ook hedenmiddag zitten Rob en Javed te puzzelen op de grote opbrengst die vandaag is binnengehaald uit de potvallen.

Woensdag 23 Februari 2011: Kintampo, opgeknapt !

Vanmorgen was ik al dusdanig opgeknapt dat ik het wel weer aandurfde om mee te gaan het veld in. Onderweg is het al weer een drukte van jewelste op de weg; Afrika gaat weer aan de slag. Scheefhangende overladen vrachtwagens klimmen weer dampend de heuvel op en langs de weg staat alweer een bus met pech. In het voorbijrijden zien we al een local die helemaal in
de wielkas is gekropen om te kijken waar het probleem zit; het ziet er uit alsof ie zo door de wielen van het asfalt is opgeschept.
We zijn weer richting plot 1 gereden, waar Peter en ik 4 netopstellingen hebben geplaatst waarvan alleen het ‘shikranet’ uit 2 netten bestond. Er zaten weer diverse bonte vliegenvangers te roepen zodat de plaatskeuze geen probleem was. Hetzelfde effect trad echter weer op, geen respons in de vorm van vangsten, maar hoogstens interesse in het geluid.
M’n maag begon weer een beetje op te spelen zodat ik toch maar even een rustig plekje buiten het onderzoeksplot ben gaan opzoeken alwaar ik op de rotsen toch nog even flink wat uitingen van graffitikunst kon achterlaten. De verf wordt inmiddels al weer wat dikker…..
Teruggekomen bij de netten blijkt Peter inmiddels een grey backed Camaroptera en een pygmy kingfisher te hebben gevangen. Daarna vangen we een soort waarvan we tot op heden de naam nog niet exact hebben kunnen vinden. Niet in de nieuwste birds of Ghana, niet in de birds of Western Africa en ook niet in de, toch wel zeer uitgebreide, Roberts’ birds of southern Africa. We houden het vooralsnog op een cisticola spec. Thuis in Nederland moeten er nog maar meer bronnen op nageslagen worden en contact opgenomen worden met deskundigen. Naast deze vogel vangen we nog weer een little greenbul.

Tijdens het opruimen maakt Peter ineens een spurt naar één van de netten en sprint dwars door de struik met de bijtende oranje mieren die we iedere keer zo zorgvuldig proberen te mijden. Hij denkt een bonte vliegenvanger in het net te zien hangen, maar komt teleurgesteld tot stilstand als het een grey backed Camaroptera blijkt te zijn.
Het is dus weer een vliegenvangerloze ochtend en tijdens de avondvangst (waar ik nog maar even niet aan meedoe) wordt het met de vangst van slechts 1 African Paradise Flycatcher niet veel beter. Om moedeloos van te worden, we overpeinzen er ’s avonds weer wat vanaf om een oplossing tot vangstverbetering te verzinnen. Daarbij staan we weer net te lang buiten te kletsen en zijn we op de kuiten weer lekker te grazen genomen door de mugjes of wat het ook mogen zijn. Je voelt niet dat ze gaan zitten, maar je krijgt er grotere bulten van dan van onze muggen en het vormt na een paar dagen jeuk kleine blaasjes die kapotgaan. Ach ja, de ongemakken van de tropen… dan heb ik het ook nog niet over het feit dat je hier ook gewoonweg niet vegetarisch kunt eten; zelfs bij het eten van koekjes gaat er regelmatig een miertje mee die zich lekker naar binnen heeft zitten vreten in je rantsoen. Gelukkig hebben we hier in Kintampo (nog) minder last van zweetbijtjes.

Dinsdag 22 Februari 2011 : Kintampo… ZIEK !

Een dag om kort over te zijn: koorts, buikkrampen en diarree. Ik blijf de hele dag op bed en op de kamer terwijl de rest in het veld druk is geweest met het plaatsen van insectenvallen. De vangsten van vandaag leverden wederom geen bonte vliegenvangers op.


Maandag 21 Februari 2011: Kintampo, nee hè…. ZIEK !

Vanmorgen opgestaan en de spullen klaargezet voor een vangochtend. Maar als ik een kwartiertje uit bed ben begint m’n maag ineens krampen te vertonen en voor ik het weet zit ik over te geven op de wc en volgt even later ook nog diarree. De sluizen staan helemaal open… foute boel dus en thuisblijven is het devies. En net als vorig jaar in Zambia komt het acuut opzetten nadat het lichaam nachtelijke rust heeft gehad. Ik ga maar weer op bed liggen want het gaat van kwaad tot erger. De rest is met het vangen ook niet echt fortuinlijk geweest; wederom is er niet één bonte vliegenvanger gevangen, hoewel ze weer pal naast de netten hebben gezeten.
Wel werden er in totaal 3 pygmy Kingfishers gevangen, een western violet backed sunbird en een blue spotted wood dove. Ik krijg er niks van mee en heb daar ook m’n hoofd niet naar staan.




zondag 20 februari 2011, van Damongo naar Kintampo.

Na de ervaringen van de inspannende insectenoogst van gisteravond hebben we besloten om vanochtend maar geen veldwerk te gaan doen omdat we voor 12 uur de sleutels van de kamers van het home touch guesthouse moeten inleveren. We verplaatsen ons dus weer naar Kintampo vanwege het gebrek aan accommodatie door het festival. Al vroeg in de ochtend zijn de eerste trommels in de omgeving al te horen en er zit al een gezelschap onder het afdak van de drinking bar te genieten van opzwepende traditionele muziek die luid over het guesthouse klinkt vanuit een openstaande pick-uptruck. Janne en Rob zijn nog even op bezoek geweest bij de Deense ringploeg die vandaag aan het vangen waren op hun CES-locatie in de bush. Een half uur voordat Janne en Rob arriveerden had de ploeg hun eerste bonte vlieg geringd en van een zender kunnen voorzien. Daaruit zal goed te leren zijn hoe de vogels zich hier in hun winterkwartier gedragen. Zitten ze werkelijk op een klein plekje in het bos of maken ze grotere omzwervingen? De Denen hadden in hun team al 2 zieken en 1 persoon die er hier achter was gekomen dat ie niet zo goed tegen warmte kon…

Ondertussen kreeg ik uit Nederland een SMS-je met de mededeling dat ik voor de sollicitatie waar ik hoge verwachtingen van had ben afgewezen. Dat is een zware dreun, 14 jaar heb ik er naar toe gewerkt, heel veel opzij gezet en daarmee veel gevergd van de contacten met mijn naasten om die wens vervuld te krijgen. The story of my life, veel ervaring maar niet de juiste papieren. En ervaring telt in Nederland al lang niet meer, daarom loopt alles ook zo gesmeerd in ons land waarin de opmerking ‘dat weet ik niet, ik werk hier nog maar 2 dagen en volgende week ergens anders… ‘ op vele werkvloeren zo gewoon is geworden.

Om 11 uur is de auto weer tot het dak gevuld en kunnen we vertrekken. De rit wordt weer stoffig en warm, maar na enkele uren staan we in Kintampo en kunnen ons inchecken op het inmiddels welbekende prince of peace guesthouse waar de beheerder ons met een grote glimlach en op z’n Ghanees handenschuddend ontvangt.
We zagen overigens onderweg bij het passeren van de Zwarte Volta-rivier meerdere boerenzwaluwen rondfladderen boven de brug over de rivier en de ondergelopen delen met onder andere stukjes olifantsgras. Interessant genoeg om eens nader te kijken, maar dat past nu niet in ons schema. Die soort gaan we maar eens wat aandacht geven in de vrije uurtjes die we hebben als we weer in Damongo zijn; het meertje daar trekt ons als ringers van de natte Nederlanden immers enorm.
De rest van de middag en avond wordt in alle rust doorgebracht. Peter komt ’s avonds nog even langs met een tractatie. Spiesjes met kruidig vlees van de grill van de overkant van de weg. Kruidig mag echt wel kruidig heten want de vlammen slaan ons uit de keel en het zweet breekt aan alle kanten uit. Maar lekker waren ze wel…

Zaterdag 19 Februari 2011, Damongo : insect sampling by moonlight.

Vanmorgen zijn Peter en ik nog weer op pad geweest voor wederom een poging vliegenvangers te pakken te krijgen. We zijn weer naar dezelfde hoek van het bos geweest waar we gisteren ook zaten. De vliegenvanger bij het lianenbosje liet zich meteen weer horen zodat we daar opnieuw een net hebben neergezet, maar nu net buiten het bosje omdat de vogel in het bosje zelf hoog bleef zitten en wellicht ook op afstand werd gehouden door de African Paradise Flycatcher die hier ook zit en zijn territorium flink verdedigt.
Het betreft hier een mannetje in de witte morph met een prachtige lange staart. Die willen we ook wel graag eens in de hand bekijken, maar goed, het gaat hier om de bonte vliegenvangers
Het tweede net zetten we neer op de plek waar we gisteren het laatst waren begonnen en waar naast een bonte vliegenvanger ook nog 2 spotvogels en een fitis in de boompjes zaten.
Het derde net hebben we over het natte deel van de gully gezet waar het mooi groen is en naar onze inschatting vast veel vogels komen om te drinken. Bovendien krioelt het boven het watertje van de vliegende insecten dus vliegenvangers moeten ook gek zijn op deze plek.
Het wachten kon beginnen.. we zien weer regelmatig purple touraco’s aan ons voorbij vliegen, rond de palmbomen scheren palm swifts krijsend achter elkaar aan en de Senegal parrots gaan weer flink tekeer in de toppen van de Afrikaanse berken waar de bonte vliegenvangers ook zo graag gebruik van maken. Ook zien we nog een haas voor ons uit rennen. Dat zijn hier een soort woestijnhazen die op nog hogere poten staan dan de onze.

De vangsten vielen echter weer flink tegen. De eerste ronde langs de netten leverde niets op en pas later op de ochtend hadden we wat te meten. Het ging om 2 grey backed Camaroptera’s die al een ring droegen. Omdat we hier midden in het gebied zitten waar ook de DOF (de Deense SOVON) onderzoek verricht ligt het voor de hand dat het ringen uit hun project zijn. Dat wordt later bevestigd door Javed die ook al geassisteerd heeft bij het DOF-onderzoek. De derde vogel die we vangen is weer een pygmy kingfisher. Helaas kunnen we die vogeltjes niet ringen omdat van die maat geen ringen aangeschaft zijn.
’s Middags heb ik na een lekkere fufu-maaltijd de siësta maar op één manier gebruikt, slapend…. Overigens nog een leuk voorval in het eethuisje: de serveerster daar kent ons inmiddels wel en komt direct naar ons toe met de mededeling: ‘we hebben geen bier meer’ ‘O.K. doe dan maar een colaatje’ Maar Peter reageert vervolgens door te zeggen dat er toch gewoon bier in de koeling staat? Oeps, ja inderdaad, ‘dat klopt, maar dat zijn kleine flesjes’ is de reactie…. Typisch Afrikaans…

Om 16 uur zijn we weer naar het plot vertrokken om de insectenvallen te gaan legen. Onderweg komen we regelmatig busjes, karren en vrachtwagens volgeladen met mensen tegen. Die zijn allemaal van heinde en verre afkomstig en onderweg naar het naderende festival in Damongo. Het is niet te geloven wat je dan allemaal ziet. Bussen met een stapel van zeker 2 tot 3 meter matrassen. En vaak zitten daar dan nog weer mensen bij tussen, of zitten er alleen maar mensen op het dak die zich aan de dakdragers of aan een touwtje vasthouden teneinde niet door het gerammel en geschud op de wasbordweg van de wagen afgegooid te worden. Tsjonge, wat moeten die mensen geradbraakt zijn en longen vol met stof hebben als ze op hun bestemming aankomen.
Om nog maar te zwijgen over de mensen die met 2 of 3 tegelijk op een bromfiets of motorfiets zitten en in de stofwolken van tegemoetkomend verkeer of achter de bussen aan mogen happen. Wat een bonte stoet.
Voor het verzamelen van de insectenmonsters splitsen we ons op in 3 groepjes en trekken gewapend met GPS (om de plotjes terug te kunnen vinden en uiteindelijk ook de hoofdweg….) Uit de potvallen moeten de insecten geteld en verzameld worden en ook moeten de flight interceptionvallen die in de bomen zijn gehesen naar beneden gehaald worden om geleegd en uitgezocht te worden. Een heel karwei dat over een gebied van ruim een kilometer in de bush moet worden uitgevoerd en op 9 plaatsen met ieder 4 potvallen en een flight-interceptionval gedaan moet worden.
Halverwege de exercitie merken we dat we het niet gaan redden voor het donker. Zelf heb ik daar natuurlijk weer niet op gerekend en heb dus geen hoofdlamp bij me. Dus moeten we de laatste vallen samen legen onder het licht van één lampje.
Ondertussen wordt het later en later en beginnen stof en zweet zich steeds makkelijker op het lichaam te mengen. De laatste plot zit vlakbij de rotsen van de escarpment en 2 maal horen we daar een kerkuil vertrekken voor z’n nachtelijke jachtpartij. De terugweg naar de hoofdweg moet dus ook met 1 hoofdlampje gebeuren en ik kan je vertellen, dat loopt heel raar. Helemaal als je dan ineens moet stoppen omdat je in het schijnsel van het lampje een grote slang voor je ziet kruipen. Het is een zwarte mamba, één van de meest gevreesde slangen van de regio. Hier op deze plek een beet van zo’n beest en je kunt het vergeten…

Eenmaal op de hoofdweg teruggekeerd blijkt de auto nergens te bekennen en gaan we dus maar lopen. We zien in de verte het schijnsel van een voertuig en lopen er maar naar toe.
Het blijken 2 mannen te zijn die vervolgens juist ons om hulp vragen. Ze hebben een gebroken ketting van de motorfiets en geen lampje en staan dus op de tast te voelen wat er aan de hand is. En daar staan we dan, mensen te helpen zonder iets voor ze te kunnen betekenen. Na ongeveer een kwartiertje arriveert George met de auto. Hij blijkt te zijn gestuurd door Rob en Peter die iets vroeger klaar waren en de 4 kilometer maar naar de guesthouse maar zijn gaan lopen. Tsjonge, wat kan een koud biertje na afloop van zo’n karwei dan lekker smaken zeg….

Vrijdag 18 Februari 2011: evenaring…

We zijn onze derde week gestart. Vanochtend zijn we door George gedropt om te gaan vangen op dezelfde locatie als gisteren. Rob, Janne en Javed worden daarna opgehaald om de zelf gefabriceerde insectenvallen te gaan plaatsen. We hebben van Janne 3 waypoints voor de GPS meegekregen van de plekken waar zij gisteravond meerdere bonte vliegenvangers heeft gehoord/gezien. Het eerste deel van de looptocht door de bush lopen we inmiddels op routine, de rest met behulp van de GPS. Na 800 mtr lopen zijn we ter plaatse en staan precies op een vrijgemaaid baantje. We horen daar ook al meteen een bonte vliegenvanger roepen, dus het net staat snel op. Binnen de kortste tijd horen we een andere vogel roepen en die zit op een plek waar ook al niet al te veel gemaaid hoeft te worden. Dat scheelt wel bij een ochtendtemperatuur van toch zeker al 25 graden… De Senegal papagaaien zijn vanochtend weer erg luidruchtig. We zien weer een groepje van 8 stuks en ook een aantal losse exemplaren. Daarnaast weer de zeer luidruchtige purple turaco’s.
De tweede plek blijkt een topplekkie te zijn want al om 8 uur hangt daar een bonte vliegenvanger in het net. Dat is nummer 24 en daarmee hebben we de aantallen van de verkennende drie weken durende expeditie van 2009 geëvenaard. De vogel krijgt de volledige, uitgebreide behandeling en daarna de vrijheid terug in de hoop dat we hem nog eens een keer terugzien of er een terugmelding van ontvangen…
De vangsten vallen na die vogel wel volledig stil. En ook in het bos zien we niet zo heel veel beweging meer. Ik loop nog een flinke luisterronde om nog meer vogels te vinden, en stuit op een groente-akkertje midden in de bush. Er zijn op een veldje van zo’n 30 bij 30 meter keurig bedden met groente en kruiden gemaakt. Er staan in ieder geval tomatenplanten en pepers. Naast de bedden zijn enkele putten gegraven voor de watervoorziening. Deze staan tot de rand vol want het veldje ligt in het laagste deel van de gully die het regenwater van het escarpment (niet permeabele rots) afvoert naar lager gelegen delen. Bij één van de putten vliegt een green backed heron (groene reiger) weg en bij nadering blijkt al snel waarom. Er zitten vele tientallen kleine kikkertjes in en rond de put, snacken voor de reiger dus…
In één van de netten vangen we nog een orange cheeked waxbill, en dan is het met de vangsten gedaan. Maar bij het afbreken zit er natuurlijk weer de gebruikelijke bonte vliegenvanger naast het net…

We sjouwen terug naar de hoofdweg en komen daar toch net ruim een kwartier te laat aan.
De auto staat er echter niet en dus verzend ik een sms dat we klaar staan.
Daar komt geen antwoord op en we wachten dus nog maar een tijdje.
Na een uur komt uit de volledig andere richting dan toch de auto aangereden.
George stopt en begint meteen enorm tegen ons uit te vallen want volgens hem stonden wij op de verkeerde plaats. Hij zou ons hier niet gedropt hebben, maar een eind verderop door de bocht…
Daar stond hij dus te wachten…. Tot op dit moment ben ik er heilig van overtuigd dat hij ons wel op deze plek gedropt had want we hebben gewoon het vertrouwde paadje kunnen volgen dat we de afgelopen dagen ook hebben gelopen. Hadden we op zijn plek gestaan, dan hadden we veel verder schuin moeten doorsteken om ter plaatse te kunnen komen. Maar goed, van een boze Afrikaan win je niet…
We komen op het guesthouse en verfrissen ons even lekker onder de ware douche. Door de boven over het dak liggende leidingen is je eerste douchewater op deze tijd van de dag altijd flink warm. Daarna begint de afkoelende douche dus pas, al is die ook nooit echt koud te noemen….
Na het middageten begin ik eens even aan het uit elkaar peuteren van het door de koeien vernielde net. Dat valt niet mee met al die takjes en bladeren die hier allemaal hard, stug en stekelig zijn. Na een uurtje geloof ik het wel en ga maar eens wat anders doen. Administratie bijvoorbeeld.
Vanmiddag zagen we bij terugkeer uit het dorp een albino jongetje achterop een fiets. Die hebben het hier in deze culturen moeilijk want ze worden vaak voor heksen aangezien, helemaal als het ook nog eens een meisje is.
Over de lotgevallen van deze kinderen gaan de meest vreselijke verhalen rond.