Aan dit verslag wordt nog gewerkt.
Het was een drukke reisdag en na aankomst in het groene Glop moesten we meteen aan het werk... KOEIEN bij de netten wegdrijven. Later meer hierover, nu slapen want de wekker loopt over 6 uurtjes al weer af...
zaterdag 24 juli 2010
vrijdag 23 juli 2010
Daar ben ik weer...
Zo ! Dat is al weer een tijd geleden dat ik een bericht kon plaatsen. Er is dan ook veel gebeurd in de afgelopen bijna 2 maand... uilen ringen, veel 2e broedsels in de nestkasten, afronden van de veldwerkzaamheden op de veluwe, de ringbaan weer gereedmaken voor het volgende seizoen en ga zo maar door.
Het broedseizoen werd in ons werkgebied in Twente weer overschaduwd door de vondst van een vermoedelijk vergiftigde wespendief en een jongen steenmarter, beide in hetzelfde bosgebied en onder verdachte omstandigheden. En ook waren er weer meerdere aanwijzingen van het leegroven van nesten met eieren en/of jongen in de mezenkasten van de vogelwerkgroep. Dit geschiedde bij soorten als bonte vliegenvanger en gekraagde roodstaart. Vooral de laatstgenoemde soort is de laatste jaren erg populair bij voliërehouders die zich bezighouden met wildzang. Een week voor deze roof troffen we nota bene nog wel een verdacht persoon in het bos met een opmerkelijke interesse in onze werkzaamheden; helaas viel het kwartje in ons hoofd te laat om op tijd te realiseren wat de werkelijke bedoelingen van deze persoon waren. Voor de lokale populatie is het voor die gekraagde roodstaarten extra vervelend omdat we daar maar 1 broedpaar hadden zitten. Gelukkig heeft het paartje later in een andere kast nog een nieuw legsel geproduceerd en dat is wonderwel niet ontdekt en dus een geslaagd broedgeval geworden. Gelukkig is de gekraagde roodstaart in de laatste jaren in Twente van bosvogel in een echte boerenerfvogel veranderd en op die erven zitten ze vaak op onbereikbare plaatsen te broeden.
We hebben dit jaar ook te maken met een extreem droge zomer, volgend op een koude winter en koud maar droog voorjaar. Ook dat heeft gevolgen voor veel vogels. Lijsters moeten al wekenlang op een houtje bijten want de wormen zitten diep en onbereikbaar en er komen nu al geluiden als zouden de zwaluwen al doodgevonden worden omdat er te weinig vliegende insecten zijn. Daar merk ik hier ter plaatse nog niets van, maar dat kan een lokaal effect zijn omdat langs het twentekanaal een aantal grote mijnsteendepots zijn ingericht alwaar permanent een laagje van 10 cm stilstaand water op staat. Een perfecte kweekvijver voor muggen. Toch waren de gewichten van de 27 boerenzwaluwen die ik gisteravond tijdens de eerste slaapplaatsvangst van dit seizoen in 1 net ving overwegend erg mager en laag in gewicht. maar ook daar uitschieters ertussen waarbij er al 3 trekvet hadden aangelegd en daarbij 1 exemplaar van 20,3 gram. We ullen zien hoe dit verder ontwikkeld.
Morgen vertrekken we eerst voor 2 weken naar schiermonnikoog alwaar we al beginnen aan het ringseizoen voor de najaarstrek. Jazeker, er zit al beweging in de vogelpopulaties... zo zijn er afgelopen maand al heel wat kruisbekken ons land binnengekomen en zijn er ook al leuke aantallen trekkende witgatten en bosruiters waar te nemen. We zullen zien wat de eerste weken ons gaan brengen. Vanaf nu probeer ik als de tijd het toelaat weer een dagelijks verslag te plaatsen.
Het broedseizoen werd in ons werkgebied in Twente weer overschaduwd door de vondst van een vermoedelijk vergiftigde wespendief en een jongen steenmarter, beide in hetzelfde bosgebied en onder verdachte omstandigheden. En ook waren er weer meerdere aanwijzingen van het leegroven van nesten met eieren en/of jongen in de mezenkasten van de vogelwerkgroep. Dit geschiedde bij soorten als bonte vliegenvanger en gekraagde roodstaart. Vooral de laatstgenoemde soort is de laatste jaren erg populair bij voliërehouders die zich bezighouden met wildzang. Een week voor deze roof troffen we nota bene nog wel een verdacht persoon in het bos met een opmerkelijke interesse in onze werkzaamheden; helaas viel het kwartje in ons hoofd te laat om op tijd te realiseren wat de werkelijke bedoelingen van deze persoon waren. Voor de lokale populatie is het voor die gekraagde roodstaarten extra vervelend omdat we daar maar 1 broedpaar hadden zitten. Gelukkig heeft het paartje later in een andere kast nog een nieuw legsel geproduceerd en dat is wonderwel niet ontdekt en dus een geslaagd broedgeval geworden. Gelukkig is de gekraagde roodstaart in de laatste jaren in Twente van bosvogel in een echte boerenerfvogel veranderd en op die erven zitten ze vaak op onbereikbare plaatsen te broeden.
We hebben dit jaar ook te maken met een extreem droge zomer, volgend op een koude winter en koud maar droog voorjaar. Ook dat heeft gevolgen voor veel vogels. Lijsters moeten al wekenlang op een houtje bijten want de wormen zitten diep en onbereikbaar en er komen nu al geluiden als zouden de zwaluwen al doodgevonden worden omdat er te weinig vliegende insecten zijn. Daar merk ik hier ter plaatse nog niets van, maar dat kan een lokaal effect zijn omdat langs het twentekanaal een aantal grote mijnsteendepots zijn ingericht alwaar permanent een laagje van 10 cm stilstaand water op staat. Een perfecte kweekvijver voor muggen. Toch waren de gewichten van de 27 boerenzwaluwen die ik gisteravond tijdens de eerste slaapplaatsvangst van dit seizoen in 1 net ving overwegend erg mager en laag in gewicht. maar ook daar uitschieters ertussen waarbij er al 3 trekvet hadden aangelegd en daarbij 1 exemplaar van 20,3 gram. We ullen zien hoe dit verder ontwikkeld.
Morgen vertrekken we eerst voor 2 weken naar schiermonnikoog alwaar we al beginnen aan het ringseizoen voor de najaarstrek. Jazeker, er zit al beweging in de vogelpopulaties... zo zijn er afgelopen maand al heel wat kruisbekken ons land binnengekomen en zijn er ook al leuke aantallen trekkende witgatten en bosruiters waar te nemen. We zullen zien wat de eerste weken ons gaan brengen. Vanaf nu probeer ik als de tijd het toelaat weer een dagelijks verslag te plaatsen.
dinsdag 1 juni 2010
Abseilen !
De rupsenpiek in het onderzoeksbos op de Hoge Veluwe zit nu echt wel op z'n hoogtepunt en is er eigenlijk net wel overheen. Inmiddels kun je door het bos lopen of fietsen en ondertussen regelmatig de draden waaraan de rupsen zich als echte abseilers naar de bosbodem laten afzakken door je gexicht voelen gaan. Als de rupsen de bodem bereiken zijn ze nog even bereikbaar voor de vogels, maar daarna verdwijnen ze onder de bladerlaag om te verpoppen in de bosbodem. Vooral vandaag zag je werkelijk overal rupsen, op de bladeren, in de graslaag, op de grond en ook nog op de boomstammen. Op een gegeven ogenblik zagen we op de stam van een beuk waaraan een nestkast hing over een lengte van een meter of 2 wel zeker honderd rupsen van diverse soorten omhoog kruipen, onderweg terug naar de bladeren om toch nog verder te vreten. In dit geval zullen het vooral rupsen zijn die de afgelopen dagen met de harde wind uit de bomen zijn gewaaid. Het lijkt er op dat we met een rupsenpiek van doen hebben die zich in omvang goed kan meten met het gedenkwaardige rupsenseizoen van vorig jaar.
De jonge vogels die we deze dagen meten en wegen op de leeftijd van 15 dagen zijn dan ook perfect op gewicht, de ouders hoeven immers niet ver van huis om voldoende voer aan te slepen. hoe lang dit stand zal houden nu het abseilen inmiddels is begonnen is nog maar de vraag...
De adulte vogels hebben daar zelf nog wel vertrouwen in want we hebben inmiddels veel vervolglegsels maar ook daadwerkelijke 2e broedsels. Daarbij niet alleen koolmeeslegsels maar ook minstens 5 pimpelparen die met een tweede legsel bezig zijn en in 2 gevallen al zitten te broeden. Bij de pimpels zijn het aantal eieren daarbij veel bescheidener dan bij de koolmezen waarvan er zelfs een aantal gewoon weer op 9 tot 11 eieren zitten te broeden. Als die allemaal echt doorzetten dan hebben we voor de 14 jaar dat ik aan het onderzoek meewerk met een recordseizoen te maken ten aanzien van het aantal 2e broedsels. Afachten dus maar. Op meerdere plaatsen zien we inmiddels ook uitgevlogen jonge boompiepers en het nestje met tjiftjaffen dat vlak bij de kantoorcaravan in de bladerlaag op de grond zat is deze week ook uitgevlogen. De vroegste bonte vliegenvangers zijn ook al uitgevlogen. Afgelopen week hebben we 2 dagen in de bossen van het Weldam buiten Goor adulten kunnen vangen voor het RAS-project en hebben we in ieder geval nog net op tijd de vroegste jongen kunnen ringen. Of dat de komende dagen ook nog gaat lukken met de volgende groep is nog maar even afwachten geblazen want ze wachten niet op ons en het gaat om maar liefst 129 broedparen.
De jonge vogels die we deze dagen meten en wegen op de leeftijd van 15 dagen zijn dan ook perfect op gewicht, de ouders hoeven immers niet ver van huis om voldoende voer aan te slepen. hoe lang dit stand zal houden nu het abseilen inmiddels is begonnen is nog maar de vraag...
De adulte vogels hebben daar zelf nog wel vertrouwen in want we hebben inmiddels veel vervolglegsels maar ook daadwerkelijke 2e broedsels. Daarbij niet alleen koolmeeslegsels maar ook minstens 5 pimpelparen die met een tweede legsel bezig zijn en in 2 gevallen al zitten te broeden. Bij de pimpels zijn het aantal eieren daarbij veel bescheidener dan bij de koolmezen waarvan er zelfs een aantal gewoon weer op 9 tot 11 eieren zitten te broeden. Als die allemaal echt doorzetten dan hebben we voor de 14 jaar dat ik aan het onderzoek meewerk met een recordseizoen te maken ten aanzien van het aantal 2e broedsels. Afachten dus maar. Op meerdere plaatsen zien we inmiddels ook uitgevlogen jonge boompiepers en het nestje met tjiftjaffen dat vlak bij de kantoorcaravan in de bladerlaag op de grond zat is deze week ook uitgevlogen. De vroegste bonte vliegenvangers zijn ook al uitgevlogen. Afgelopen week hebben we 2 dagen in de bossen van het Weldam buiten Goor adulten kunnen vangen voor het RAS-project en hebben we in ieder geval nog net op tijd de vroegste jongen kunnen ringen. Of dat de komende dagen ook nog gaat lukken met de volgende groep is nog maar even afwachten geblazen want ze wachten niet op ons en het gaat om maar liefst 129 broedparen.
donderdag 20 mei 2010
Het keerpunt...
Drie dagen geleden was de rek er bij een aantal nesten van boomklevers uit. In één kast lagen 5 dode jongen en buiten de kast trof Marcel Visser de resterende 3 jongen helemaal versmeerd op de grond aan. Het was al snel duidelijk wat er aan de hand was: het is een fenomeen dat ook van spreeuwen bekend is; als de ouders bij schaarste een te eenzijdig pakket voer aanbrengt en het aantal emelten hoger wordt dan 75 procent van het voedsel, dan breken de vliezen van de faeces, kunnen de ouders deze niet meer afvoeren en versmeren de jongen zichzelf in hun nest. De volgende stap in deze kettingreactie is dat ze nat en onderkoeld raken, een longontsteking oplopen en sterven. De drie jongen die buiten de kast werden aangetroffen moeten in een laatste ultieme overlevingspoging de vrijheid vroegtijdig ingesprongen zijn. Vliegen kunnen ze dan nog niet, dus dat maakt ze vervolgens buiten het nest ook erg kwetsbaar voor predatie door diverse rovers die op de loer liggen en op hun beurt in de meeste gevallen ook hongerige monden te voeden hebben...
Dezelfde dag troffen we nog 2 andere nestkasten met boomklevers aan die in dezelfde misére verkeerden. In deze gevallen waren er nog geen jongen dood, maar sprongen enkelen van hen al wel 4 of 5 dagen te vroeg de nestkasten uit. Omdat deze kasten toevallig aan de asfaltweg door het park hangen waaraan ook onze kantoorcaravan staat en dus regelmatig onderzoekers met ladders langs komen fietsen leidde dat meermalen tot het tafereel dat er weer een ladder in de berm gelegd werd en iemand voorovergebogen door de berm liep te graaien om jonge boomklevers te vangen. Op een gegeven moment trof één van ons ook een natuurfotograaf aan die het wel een interessant onderwerp vond om meerdere jonge boomklevers op een plaat te krijgen terwijl ze in volledige wanhoop zaten te rillen en om voer te bedelen. Dat ze er normaal niet zo uitzien wist de man niet eens.... En zo begon aan het eind van die dag de avond met de wetenschap dat er zwijnen rondlopen, de bewoner van de naastliggende woonboerderij 2 katten heeft rondlopen en er zich een boommarterterritorium in dit deel van het park bevindt. De volgende dag waren alle jongen echter nog aanwezig behalve één... die lag amper een half uur na opening van het park al platgereden op het asfalt pal voor de nestkast.
En ja, dan die boommarter: Marcel had nog niet uitgesproken dat het maar goed was dat we met deze slechte resultaten voor de vogels nog geen predatie door een boommarter hadden gehad of..... ik trof de eerste kast aan die leeggevreten was! En verder op de dag nog eens drie kasten waaruit enkele jonge vogels en/of een adulte vogel gesleurd en opgevreten was. Het was duidelijk, om te voorkomen dat er weer flink wat onderzoeksvogels opgevreten zouden worden moesten de marterwerende korfjes maar weer voor de dag gehaald worden. En zo werden er extra krachten van kantoor gehaald om tijdens de drukste dagen van het seizoen een extra klus te klaren. Inmiddels zijn we drie dagen verder en hebben we al twee kasten aangetroffen waarbij de boommarter ons te slim af is geweest; hij/zij heeft gewoon bij de bevestigingsspijker van de bodem zitten knabbelen tot deze er uitviel of de jongen door een klein gat naar buiten te trekken waren. Tja, en zo kun je bezig blijven om weer wat te verzinnen. Vanzelfsprekend maken ook de boommarters onderdeel uit van het ecosysteem, maar het onderzoek zou totaal in het honderd lopen als we aan het einde van het seizoen met tientallen kasten zonder onderzoeksresultaten zouden zitten, dat is het dilemma.
Ondanks de nog steeds koude nachten zijn de vogels over hun dieptepunt heen. Vier dagen geleden troffen we nog jonge koolmezen aan die op hun 9e dag net zo zwaar of lichter waren dan op dag 6, maar omdat het weer overdag aanzienlijk beter is geworden (gisteren en eergisteren leek het zelfs wel voorjaar !) en de rupsen nu echt groter van formaat zijn gaat het ineens stukken beter met de jonge mezen en zit er ook weer iets groei in de blaadjes van de inlandse eiken. Ook de boomklevers hebben het weer prima en vanaf morgen vliegen de eersten waarschijnlijk op de normale berekende uitvliegdag uit.
Leuke waarnemingen van de afgelopen dagen : een prachtige, adulte, geringde havikvrouw op ongeveer 15 mtr afstand naast het pad plukkend van een pas geslagen duif, het aflezen van de kleurcode van een pimpel die 3 uur daarvoor was geringd en vandaag zelfs een pimpel die 10 minuten nadat ik er kleurringen bij had aangelegd al vrolijk zat te badderen in de waterbak naast de caravan.
De koolmezen van het vroegst uitgevlogen legsel beginnen vermoedelijk in de buurtkast inmiddels aan een tweede broedsel. En voor het eerst heb ik het deze week meegemaakt dat er in een kast waarin alle jongen waren doodgegaan gewoon iets nieuw nestmateriaal was aangevoerd en er inmiddels al het eerste nieuwe ei in lag. Dat zal lekker gaan ruiken als het broeden begint.... Ook zwierven er inmiddels een paar families staartmees met pas uitgevlogen jongen door het bos. Nu we het over families hebben : vandaag een pimpelman gevangen die zich gisteren niet liet vangen. Wat bleek : hij was gisteren al eerder gevangen.... in een andere kast met jongen van exact dezelfde leeftijd. Een polygame man dus. Het is bekend dat in heel wat pimpelnesten meerdere jongen met verschillende vaders zitten, maar het gebeurt maar weinig dat die andere vaders ook daadwerkelijk helpen met het voeren van de jongen in meer dan 1 legsel. Ach ja, niks menslijks is hen vreemd....
Dezelfde dag troffen we nog 2 andere nestkasten met boomklevers aan die in dezelfde misére verkeerden. In deze gevallen waren er nog geen jongen dood, maar sprongen enkelen van hen al wel 4 of 5 dagen te vroeg de nestkasten uit. Omdat deze kasten toevallig aan de asfaltweg door het park hangen waaraan ook onze kantoorcaravan staat en dus regelmatig onderzoekers met ladders langs komen fietsen leidde dat meermalen tot het tafereel dat er weer een ladder in de berm gelegd werd en iemand voorovergebogen door de berm liep te graaien om jonge boomklevers te vangen. Op een gegeven moment trof één van ons ook een natuurfotograaf aan die het wel een interessant onderwerp vond om meerdere jonge boomklevers op een plaat te krijgen terwijl ze in volledige wanhoop zaten te rillen en om voer te bedelen. Dat ze er normaal niet zo uitzien wist de man niet eens.... En zo begon aan het eind van die dag de avond met de wetenschap dat er zwijnen rondlopen, de bewoner van de naastliggende woonboerderij 2 katten heeft rondlopen en er zich een boommarterterritorium in dit deel van het park bevindt. De volgende dag waren alle jongen echter nog aanwezig behalve één... die lag amper een half uur na opening van het park al platgereden op het asfalt pal voor de nestkast.
En ja, dan die boommarter: Marcel had nog niet uitgesproken dat het maar goed was dat we met deze slechte resultaten voor de vogels nog geen predatie door een boommarter hadden gehad of..... ik trof de eerste kast aan die leeggevreten was! En verder op de dag nog eens drie kasten waaruit enkele jonge vogels en/of een adulte vogel gesleurd en opgevreten was. Het was duidelijk, om te voorkomen dat er weer flink wat onderzoeksvogels opgevreten zouden worden moesten de marterwerende korfjes maar weer voor de dag gehaald worden. En zo werden er extra krachten van kantoor gehaald om tijdens de drukste dagen van het seizoen een extra klus te klaren. Inmiddels zijn we drie dagen verder en hebben we al twee kasten aangetroffen waarbij de boommarter ons te slim af is geweest; hij/zij heeft gewoon bij de bevestigingsspijker van de bodem zitten knabbelen tot deze er uitviel of de jongen door een klein gat naar buiten te trekken waren. Tja, en zo kun je bezig blijven om weer wat te verzinnen. Vanzelfsprekend maken ook de boommarters onderdeel uit van het ecosysteem, maar het onderzoek zou totaal in het honderd lopen als we aan het einde van het seizoen met tientallen kasten zonder onderzoeksresultaten zouden zitten, dat is het dilemma.
Ondanks de nog steeds koude nachten zijn de vogels over hun dieptepunt heen. Vier dagen geleden troffen we nog jonge koolmezen aan die op hun 9e dag net zo zwaar of lichter waren dan op dag 6, maar omdat het weer overdag aanzienlijk beter is geworden (gisteren en eergisteren leek het zelfs wel voorjaar !) en de rupsen nu echt groter van formaat zijn gaat het ineens stukken beter met de jonge mezen en zit er ook weer iets groei in de blaadjes van de inlandse eiken. Ook de boomklevers hebben het weer prima en vanaf morgen vliegen de eersten waarschijnlijk op de normale berekende uitvliegdag uit.
Leuke waarnemingen van de afgelopen dagen : een prachtige, adulte, geringde havikvrouw op ongeveer 15 mtr afstand naast het pad plukkend van een pas geslagen duif, het aflezen van de kleurcode van een pimpel die 3 uur daarvoor was geringd en vandaag zelfs een pimpel die 10 minuten nadat ik er kleurringen bij had aangelegd al vrolijk zat te badderen in de waterbak naast de caravan.
De koolmezen van het vroegst uitgevlogen legsel beginnen vermoedelijk in de buurtkast inmiddels aan een tweede broedsel. En voor het eerst heb ik het deze week meegemaakt dat er in een kast waarin alle jongen waren doodgegaan gewoon iets nieuw nestmateriaal was aangevoerd en er inmiddels al het eerste nieuwe ei in lag. Dat zal lekker gaan ruiken als het broeden begint.... Ook zwierven er inmiddels een paar families staartmees met pas uitgevlogen jongen door het bos. Nu we het over families hebben : vandaag een pimpelman gevangen die zich gisteren niet liet vangen. Wat bleek : hij was gisteren al eerder gevangen.... in een andere kast met jongen van exact dezelfde leeftijd. Een polygame man dus. Het is bekend dat in heel wat pimpelnesten meerdere jongen met verschillende vaders zitten, maar het gebeurt maar weinig dat die andere vaders ook daadwerkelijk helpen met het voeren van de jongen in meer dan 1 legsel. Ach ja, niks menslijks is hen vreemd....
vrijdag 14 mei 2010
Kom mee naar buiten allemaal.....
Het was vanochtend vroeg merkbaar zachter doordat er een lekker ochtendzonnetje over de Veluwe straalde. En dus trokken de hemelvaart-recreanten er massaal op uit na het sombere en koude weer van gisteren. Ook de vogels reageerden er meteen op; in de nestkasten lagen de jongen in schril contrast tot gisteren er om 9 uur al lekker gezapig bij alsof ze al helemaal volgepropt waren met voer. Dat moet echter een vertekend beeld zijn en slechts veroorzaakt zijn doordat de temperatuur in de kast door het zonnetje een stuk aangenamer zal zijn geweest. Één van mijn collega's meet de gewichten van de jonge koolmezen dit jaar als ze resp. 6, 12 en 15 dagen oud zijn. Vandaag had hij daarbij een aantal jongen die nu op hun 12e levensdag nog lichter of ongeveer even zwaar waren dan op hun 6e levensdag !!!! Daar hoef je niet veel meer van te verwachten als er niet heel snel verbetering in de omstandigheden optreedt. Ik heb vandaag ook nogmaals in de kast met de eerstgeplande uitvliegdatum gekeken. Daar waren de jongen nu inderdaad uit de kast vertrokken, op 2 na... deze 2 hadden het niet gered en lagen nu dus dood in het nest. Toch nog 3 van de 5 jongen die de wijde wereld hebben opgezocht. Een gevaarlijke wereld met veel predatoren en nu ook nog koud weer op de loer en geen gelegenheid om in de grote massa op te gaan. Je krijgt dan als bedelend jong niet alleen de aandacht van je ouders als je op een tak zit te roepen om eten...
Zoals gezegd was het vandaag behoorlijk druk in het park; alle vormen van recreatie dienden zich weer aan, zowel op het land als in de lucht. Ik zat nog maar net met de eerste vogels te meten of ik hoorde op afstand al langzaam maar zeker een luid gegil en gegiegel aankomen en blies de zachte wind al flinke flarden van parfums in diverse geuren mijn kant op. Even later arriveerde een groepje dames met duidelijk Amsterdamse tongval. 'Waar zijn de hertjes meneer?' Was de eerste vraag die zoals altijd op deeze dagen op mij werd afgevuurd. Ik probeerde ze duidelijk te maken dat ze die vandaag niet zouden gaan zien maar dat ze wel een kansje hadden als ze in het park bleven tot vlak voor sluitingstijd en dan wel erg stil moesten zijn. 'We zijn opgelicht' was de vervolgreactie: 'hebben we daar 22,50 euro voor betaald????'. En snel vervolgden zij nu luid mopperend in plaats van giegelend hun weg....
Ik had daarna dezelfde vogel (die de dames niet eens in mijn hand hadden gezien) nog niet eens afgehandeld of de onmiskenbare geur van paarden kondigde zich aan. Een groep van zeker 15 ruiters kwam uit hetzelfde pad. De instructeur/gids riep meteen naar achteren: 'denk om die meneer die hier een beetje vreemd op een ladder zit' en meteen daarna: 'die meneer is hier anders nooit hoor ! ' Ja hoor ! Op zo'n uitleg kan van mij maar 1 reactie komen: 'zeg dat maar niet tegen mijn baas !'
Een paar groepjes fietsers en wandelaars later werd ik wederom geconfronteerd met de vraag: 'meneer, waar kunnen we de dieren zien?' 'We willen graag wilde zwijnen zien'. Enigszins flauw van het feit dat er massa's mensen zijn die bewust een verkeerd beeld van en door het park wordt voorgespiegeld schoot het mij er zo ineens uit: 'dan moet u naar de poelier gaan mevrouw!' Ik had daarmee duidelijk een tere ziel geraakt getuige de mond van de vraagstelster die volledig openzakte. Ik heb snel m'n excuses aangeboden, maar er wel bijgezegd dat dat wel de realiteit van het park was... Jacht is immers een belangrijke, zo niet DE belangrijkste drijfveren van het beheer van het park. Wil je veel jonge dieren hebben, dan moet je gericht op een aantal plaatsen waar weinig 'klanten' komen bijvoeren en vooral 's winters veel schieten zodat de dieren weten dat ze veel jongen op de wereld moeten zetten.
En daar kan na het jachtseizoen dan door het publiek (dat wel weet dat ze een uurtje voor sluitingstijd het park in moeten om wild te zien) van genoten worden. En heb je dan nog geen wild gezien dan kun je altijd voor 175 euro nog een geweitje kopen in de winkel van het bezoekerscentrum.
Door de kou met de hard om voer bedelende jonge vogels als gevolg kun je nu ook haast geen nest met jonge vogels missen. Zo trof ik vandaag een nestje met jonge matkoppen in een holle boom, een nest met boompiepers op de grond tussen de bladeren (dat maakt je intens bewust van het grote gevaar waar deze grondbroeders aan blootgesteld worden door buiten de paden rondbanjerende wandelaars, ruiters en... onderzoekers...) een nest van een gaai en een vinkennestje in een kastanjeboom aan.
Voor al die jonge vogels is het momenteel erop of eronder...
Zoals gezegd was het vandaag behoorlijk druk in het park; alle vormen van recreatie dienden zich weer aan, zowel op het land als in de lucht. Ik zat nog maar net met de eerste vogels te meten of ik hoorde op afstand al langzaam maar zeker een luid gegil en gegiegel aankomen en blies de zachte wind al flinke flarden van parfums in diverse geuren mijn kant op. Even later arriveerde een groepje dames met duidelijk Amsterdamse tongval. 'Waar zijn de hertjes meneer?' Was de eerste vraag die zoals altijd op deeze dagen op mij werd afgevuurd. Ik probeerde ze duidelijk te maken dat ze die vandaag niet zouden gaan zien maar dat ze wel een kansje hadden als ze in het park bleven tot vlak voor sluitingstijd en dan wel erg stil moesten zijn. 'We zijn opgelicht' was de vervolgreactie: 'hebben we daar 22,50 euro voor betaald????'. En snel vervolgden zij nu luid mopperend in plaats van giegelend hun weg....
Ik had daarna dezelfde vogel (die de dames niet eens in mijn hand hadden gezien) nog niet eens afgehandeld of de onmiskenbare geur van paarden kondigde zich aan. Een groep van zeker 15 ruiters kwam uit hetzelfde pad. De instructeur/gids riep meteen naar achteren: 'denk om die meneer die hier een beetje vreemd op een ladder zit' en meteen daarna: 'die meneer is hier anders nooit hoor ! ' Ja hoor ! Op zo'n uitleg kan van mij maar 1 reactie komen: 'zeg dat maar niet tegen mijn baas !'
Een paar groepjes fietsers en wandelaars later werd ik wederom geconfronteerd met de vraag: 'meneer, waar kunnen we de dieren zien?' 'We willen graag wilde zwijnen zien'. Enigszins flauw van het feit dat er massa's mensen zijn die bewust een verkeerd beeld van en door het park wordt voorgespiegeld schoot het mij er zo ineens uit: 'dan moet u naar de poelier gaan mevrouw!' Ik had daarmee duidelijk een tere ziel geraakt getuige de mond van de vraagstelster die volledig openzakte. Ik heb snel m'n excuses aangeboden, maar er wel bijgezegd dat dat wel de realiteit van het park was... Jacht is immers een belangrijke, zo niet DE belangrijkste drijfveren van het beheer van het park. Wil je veel jonge dieren hebben, dan moet je gericht op een aantal plaatsen waar weinig 'klanten' komen bijvoeren en vooral 's winters veel schieten zodat de dieren weten dat ze veel jongen op de wereld moeten zetten.
En daar kan na het jachtseizoen dan door het publiek (dat wel weet dat ze een uurtje voor sluitingstijd het park in moeten om wild te zien) van genoten worden. En heb je dan nog geen wild gezien dan kun je altijd voor 175 euro nog een geweitje kopen in de winkel van het bezoekerscentrum.
Door de kou met de hard om voer bedelende jonge vogels als gevolg kun je nu ook haast geen nest met jonge vogels missen. Zo trof ik vandaag een nestje met jonge matkoppen in een holle boom, een nest met boompiepers op de grond tussen de bladeren (dat maakt je intens bewust van het grote gevaar waar deze grondbroeders aan blootgesteld worden door buiten de paden rondbanjerende wandelaars, ruiters en... onderzoekers...) een nest van een gaai en een vinkennestje in een kastanjeboom aan.
Voor al die jonge vogels is het momenteel erop of eronder...
donderdag 13 mei 2010
Leven of dood... maar dood doet leven.
Vandaag vond duidelijk het keerpunt in de situatie in de kasten met jonge mezen plaats. In 8 van de 10 kasten waarvoor voor vandaag het vangen en meten van de ouders en het ringen van de jongen gepland stond zaten de jongen te schreeuwen om voer of lagen ze koud en bijna bewegingsloos. In alle gevallen waren er al één of meerdere jongen dood of verdwenen. Alle jongen die doodgaan voordat ze goed en wel veren hebben worden door de ouders uit de broedholte verwijderd. Zo trof ik vandaag ook al 2 dode jonge kkolmezen van 5 dagen oud in de wegberm aan. Daar zat al een kluwen van zwarte mieren op die al druk met de verwerking van de jongen bezig waren; dood doet leven dus.
De vrouwtjes van de mezen zitten momenteel echt gedurende lange tijd op de jongen om ze koste wat kost warm te houden. Dit gaat dan echter wel ten koste van foerageertijd en dus de hoeveelheid dagelijks vooer dat de jongen krijgen aangeboden. Tel daarbij op dat de rupsen die nu in de nesten worden aangebracht ook nog eens veel kleiner zijn dan ze nu zouden moeten zijn, dan is het logisch dat je nu jongen aantreft die er 1 of zelfs 2 dagen jonger uitzien. De groei gaat gewoon op een laag pitje, net zoals de ontwikkeling van de blaadjes aan de bomen, en zo probeert de natuur toch naar een soort evenwicht te zoeken in deze barre koude tijd. Maar dan moet er niks extra's tussen komen zoals een groepje van de vele fietsers en wandelaars die vandaag de natuur introkken en hun leenfiets precies tegen een boom aanzetten waar een nestkast hing. De ouders durfden daardoor niet terug naar het nest met als gevolg dat de jongen al bijna dood in de kast lagen. Het laat zich haast raden hoe ik dat nest morgen zal aantreffen. We doen momenteel ook onderzoek naar voederfrequentie middels het aanbrengen van transponders bij de vogels en readers rondom het vlieggat van de nestkast. Op die manier kun je precies registreren welke ouder het vaakst voert en of er 1 ouder wegblijft of soms zelfs beide ouders... de resultaten van dat onderzoek komen nu met dit weer ook in een heel ander licht te staan...
De vrouwtjes van de mezen zitten momenteel echt gedurende lange tijd op de jongen om ze koste wat kost warm te houden. Dit gaat dan echter wel ten koste van foerageertijd en dus de hoeveelheid dagelijks vooer dat de jongen krijgen aangeboden. Tel daarbij op dat de rupsen die nu in de nesten worden aangebracht ook nog eens veel kleiner zijn dan ze nu zouden moeten zijn, dan is het logisch dat je nu jongen aantreft die er 1 of zelfs 2 dagen jonger uitzien. De groei gaat gewoon op een laag pitje, net zoals de ontwikkeling van de blaadjes aan de bomen, en zo probeert de natuur toch naar een soort evenwicht te zoeken in deze barre koude tijd. Maar dan moet er niks extra's tussen komen zoals een groepje van de vele fietsers en wandelaars die vandaag de natuur introkken en hun leenfiets precies tegen een boom aanzetten waar een nestkast hing. De ouders durfden daardoor niet terug naar het nest met als gevolg dat de jongen al bijna dood in de kast lagen. Het laat zich haast raden hoe ik dat nest morgen zal aantreffen. We doen momenteel ook onderzoek naar voederfrequentie middels het aanbrengen van transponders bij de vogels en readers rondom het vlieggat van de nestkast. Op die manier kun je precies registreren welke ouder het vaakst voert en of er 1 ouder wegblijft of soms zelfs beide ouders... de resultaten van dat onderzoek komen nu met dit weer ook in een heel ander licht te staan...
dinsdag 11 mei 2010
De jongenfase is aangebroken.
En dan ben je zo ineens weer ruim 2 weken verder... er is dan ook wel weer het nodige gebeurd en er is al veel werk verzet.
Allereerst nog even de vraag over de onbekende veer van mijn vorige bericht: na goed bestuderen van literatuur en foto's waren we er uit. En hoe hadden we het kunnen vergeten om aan deze vogel te denken in het terrein waar de meeste korhoenders van Nederland worden gepredeerd.... Juist ja, het was dus een veer van een korhoen-vrouw !!!! Voor alle duidelijkheid: we troffen hem niet aan in een nest van die soort, maar een koolmees had enkele veren gebruikt die hij vast en zeker op een plukplaats in de omgeving had gevonden.
In totaal heb ik inmiddels ruim 4100 keer in een nestkast gekeken. Inmiddels is de geboortegolf flink van start gegaan, maar staan de jongen van de allervroegste kast vandaag al op springen. Nou ja, springen... het blijft veel te koud voor de tijd van het jaar. Vooral de nachten zijn zo fris dat er af en toe nog nachtvorst optreedt en het gedurende veel nachten 3 graden is. Dat vroegste nest betrof een kast met 5 jonge koolmezen waarvan de gewichten prima te noemen waren ondanks het feit dat je overal alleen nog maar kleine rupsen ziet die amper lijken te groeien door de lage temperaturen. Het zijn bijna allemaal spanners, waaronder die van de wintervlinder. Vooral Amerikaanse eiken worden al behoorlijk afgevreten en het begint er op te lijken dat er een vergelijkbare voedselpiek als vorig jaar aan zit te komen. Op enkele plaatsen zijn de bladeren van de amerikaanse eiken al voor meer dan de helft opgevreten. De bladeren van de inlandse eik zijn echter door de droge en koude Aprilmaand nog erg klein en hebben slechts heel kleine rupsjes.
De jongste koolmezen doen er dus gewoon verstandig aan om zich thuis nog even lekker door pa en ma te laten verzorgen in plaats van de wijde wereld in te trekken. In het verleden hebben we onder deze omstandigheden al wel eens nestkasten gehad met jongen die tot dag 23 nog thuis bleven.
Vandaag 2 paartejs boomklevers gevangen waarvan de ouders voerden met vooral oorwurmen en rupsjes van het formaat van maximaal 7-10 mm groot voerden. Dit was mooi te zien doordat ze na het vangen het voer nog gewoon in de snavel vasthielden.
Bij 1 van die kasten zag ik overigens wel een pas uitgevlogen jonge pimpel die in z'n uppie om voer zat te bedelen. Het zal wel een jong uit een broedsel in een natuurlijke holte betreffen want hij was ongeringd en de oudste jongen van pimpels in onze nestkasten zijn momenteel nog maar 10 dagen oud en zitten dus nog minimaal 9 dagen in de kast.
En dan nog m'n eigen conditie tijdens deze hectische voorjaarsweken: het lijkt wel een traditie te worden dat ik wel wat oploop bij het veldwerk, is het geen ziekte van Lyme, dan is het wel een peesontsteking in de schouder of een spies van een tak in m'n kop. Dit jaar maar eens wat anders dacht ik: vorige week trof ik een koolmees op het nest die zo agressief was dat de haren en wol van het nestmateriaal in m'n gezicht en ogen vlogen. Bij het uitwrijven van de ogen moet ik daarbij te hard hebben gewreven want een paar dagen later bleek ik een oogontsteking te hebben en was er een stukje van het oppervlak van het hoornvlies weggewreven. Op het moment dat die 2 factoren elkaar ontmoetten leek het wel of er een spijker in m'n oog geduwd werd... maar goed, we zijn onderweg naar de Veluwe toch maar bij het ziekenhuis in Deventer langsgegaan en dat bleek niet overbodig. 2 dagen rust voor het oog en als koning eenoog door het leven. Nu, drie dagen later is het zicht vrijwel geheel weer helder en kan ik weer zien wat ik doe...
Vanmiddag werd ik opgebeld door één van de nestkastcontroleurs van de vogelwerkgroep in Goor. Hij had een nestkast met een pimpelbroedsel aangetroffen die op een heel andere plek hing en een kast waaruit een broedsel van een bonte vliegenvanger compleet met nest en al was verdwenen. Als je bij die gegevens optelt dat Hanneke afgelopen dagen in diezelfde omgeving werd aangesproken door een man die een bovengemiddelde interesse toonde in de methoden die wij gebruikten voor het controleren van de kasten en het aanbrengen van de ringen dan is het duidelijk: eierroof door een illegale kweker of handelaar in wilde vogels. Op precies hetzelfde terrein verdwenen vorig jaar de enigste jonge gekraagde roodstaarten die we in ons hele nestkastgebied hadden en werden ook jonge grote gele kwikstaarten uit het nest ontvreemd. Inmiddels komen uit andere delen van het land vergelijkbare signalen. We moeten met z'n allen de ogen en oren dus goed open houden in het veld....
Allereerst nog even de vraag over de onbekende veer van mijn vorige bericht: na goed bestuderen van literatuur en foto's waren we er uit. En hoe hadden we het kunnen vergeten om aan deze vogel te denken in het terrein waar de meeste korhoenders van Nederland worden gepredeerd.... Juist ja, het was dus een veer van een korhoen-vrouw !!!! Voor alle duidelijkheid: we troffen hem niet aan in een nest van die soort, maar een koolmees had enkele veren gebruikt die hij vast en zeker op een plukplaats in de omgeving had gevonden.
In totaal heb ik inmiddels ruim 4100 keer in een nestkast gekeken. Inmiddels is de geboortegolf flink van start gegaan, maar staan de jongen van de allervroegste kast vandaag al op springen. Nou ja, springen... het blijft veel te koud voor de tijd van het jaar. Vooral de nachten zijn zo fris dat er af en toe nog nachtvorst optreedt en het gedurende veel nachten 3 graden is. Dat vroegste nest betrof een kast met 5 jonge koolmezen waarvan de gewichten prima te noemen waren ondanks het feit dat je overal alleen nog maar kleine rupsen ziet die amper lijken te groeien door de lage temperaturen. Het zijn bijna allemaal spanners, waaronder die van de wintervlinder. Vooral Amerikaanse eiken worden al behoorlijk afgevreten en het begint er op te lijken dat er een vergelijkbare voedselpiek als vorig jaar aan zit te komen. Op enkele plaatsen zijn de bladeren van de amerikaanse eiken al voor meer dan de helft opgevreten. De bladeren van de inlandse eik zijn echter door de droge en koude Aprilmaand nog erg klein en hebben slechts heel kleine rupsjes.
De jongste koolmezen doen er dus gewoon verstandig aan om zich thuis nog even lekker door pa en ma te laten verzorgen in plaats van de wijde wereld in te trekken. In het verleden hebben we onder deze omstandigheden al wel eens nestkasten gehad met jongen die tot dag 23 nog thuis bleven.
Vandaag 2 paartejs boomklevers gevangen waarvan de ouders voerden met vooral oorwurmen en rupsjes van het formaat van maximaal 7-10 mm groot voerden. Dit was mooi te zien doordat ze na het vangen het voer nog gewoon in de snavel vasthielden.
Bij 1 van die kasten zag ik overigens wel een pas uitgevlogen jonge pimpel die in z'n uppie om voer zat te bedelen. Het zal wel een jong uit een broedsel in een natuurlijke holte betreffen want hij was ongeringd en de oudste jongen van pimpels in onze nestkasten zijn momenteel nog maar 10 dagen oud en zitten dus nog minimaal 9 dagen in de kast.
En dan nog m'n eigen conditie tijdens deze hectische voorjaarsweken: het lijkt wel een traditie te worden dat ik wel wat oploop bij het veldwerk, is het geen ziekte van Lyme, dan is het wel een peesontsteking in de schouder of een spies van een tak in m'n kop. Dit jaar maar eens wat anders dacht ik: vorige week trof ik een koolmees op het nest die zo agressief was dat de haren en wol van het nestmateriaal in m'n gezicht en ogen vlogen. Bij het uitwrijven van de ogen moet ik daarbij te hard hebben gewreven want een paar dagen later bleek ik een oogontsteking te hebben en was er een stukje van het oppervlak van het hoornvlies weggewreven. Op het moment dat die 2 factoren elkaar ontmoetten leek het wel of er een spijker in m'n oog geduwd werd... maar goed, we zijn onderweg naar de Veluwe toch maar bij het ziekenhuis in Deventer langsgegaan en dat bleek niet overbodig. 2 dagen rust voor het oog en als koning eenoog door het leven. Nu, drie dagen later is het zicht vrijwel geheel weer helder en kan ik weer zien wat ik doe...
Vanmiddag werd ik opgebeld door één van de nestkastcontroleurs van de vogelwerkgroep in Goor. Hij had een nestkast met een pimpelbroedsel aangetroffen die op een heel andere plek hing en een kast waaruit een broedsel van een bonte vliegenvanger compleet met nest en al was verdwenen. Als je bij die gegevens optelt dat Hanneke afgelopen dagen in diezelfde omgeving werd aangesproken door een man die een bovengemiddelde interesse toonde in de methoden die wij gebruikten voor het controleren van de kasten en het aanbrengen van de ringen dan is het duidelijk: eierroof door een illegale kweker of handelaar in wilde vogels. Op precies hetzelfde terrein verdwenen vorig jaar de enigste jonge gekraagde roodstaarten die we in ons hele nestkastgebied hadden en werden ook jonge grote gele kwikstaarten uit het nest ontvreemd. Inmiddels komen uit andere delen van het land vergelijkbare signalen. We moeten met z'n allen de ogen en oren dus goed open houden in het veld....
Abonneren op:
Posts (Atom)