Drie dagen geleden was de rek er bij een aantal nesten van boomklevers uit. In één kast lagen 5 dode jongen en buiten de kast trof Marcel Visser de resterende 3 jongen helemaal versmeerd op de grond aan. Het was al snel duidelijk wat er aan de hand was: het is een fenomeen dat ook van spreeuwen bekend is; als de ouders bij schaarste een te eenzijdig pakket voer aanbrengt en het aantal emelten hoger wordt dan 75 procent van het voedsel, dan breken de vliezen van de faeces, kunnen de ouders deze niet meer afvoeren en versmeren de jongen zichzelf in hun nest. De volgende stap in deze kettingreactie is dat ze nat en onderkoeld raken, een longontsteking oplopen en sterven. De drie jongen die buiten de kast werden aangetroffen moeten in een laatste ultieme overlevingspoging de vrijheid vroegtijdig ingesprongen zijn. Vliegen kunnen ze dan nog niet, dus dat maakt ze vervolgens buiten het nest ook erg kwetsbaar voor predatie door diverse rovers die op de loer liggen en op hun beurt in de meeste gevallen ook hongerige monden te voeden hebben...
Dezelfde dag troffen we nog 2 andere nestkasten met boomklevers aan die in dezelfde misére verkeerden. In deze gevallen waren er nog geen jongen dood, maar sprongen enkelen van hen al wel 4 of 5 dagen te vroeg de nestkasten uit. Omdat deze kasten toevallig aan de asfaltweg door het park hangen waaraan ook onze kantoorcaravan staat en dus regelmatig onderzoekers met ladders langs komen fietsen leidde dat meermalen tot het tafereel dat er weer een ladder in de berm gelegd werd en iemand voorovergebogen door de berm liep te graaien om jonge boomklevers te vangen. Op een gegeven moment trof één van ons ook een natuurfotograaf aan die het wel een interessant onderwerp vond om meerdere jonge boomklevers op een plaat te krijgen terwijl ze in volledige wanhoop zaten te rillen en om voer te bedelen. Dat ze er normaal niet zo uitzien wist de man niet eens.... En zo begon aan het eind van die dag de avond met de wetenschap dat er zwijnen rondlopen, de bewoner van de naastliggende woonboerderij 2 katten heeft rondlopen en er zich een boommarterterritorium in dit deel van het park bevindt. De volgende dag waren alle jongen echter nog aanwezig behalve één... die lag amper een half uur na opening van het park al platgereden op het asfalt pal voor de nestkast.
En ja, dan die boommarter: Marcel had nog niet uitgesproken dat het maar goed was dat we met deze slechte resultaten voor de vogels nog geen predatie door een boommarter hadden gehad of..... ik trof de eerste kast aan die leeggevreten was! En verder op de dag nog eens drie kasten waaruit enkele jonge vogels en/of een adulte vogel gesleurd en opgevreten was. Het was duidelijk, om te voorkomen dat er weer flink wat onderzoeksvogels opgevreten zouden worden moesten de marterwerende korfjes maar weer voor de dag gehaald worden. En zo werden er extra krachten van kantoor gehaald om tijdens de drukste dagen van het seizoen een extra klus te klaren. Inmiddels zijn we drie dagen verder en hebben we al twee kasten aangetroffen waarbij de boommarter ons te slim af is geweest; hij/zij heeft gewoon bij de bevestigingsspijker van de bodem zitten knabbelen tot deze er uitviel of de jongen door een klein gat naar buiten te trekken waren. Tja, en zo kun je bezig blijven om weer wat te verzinnen. Vanzelfsprekend maken ook de boommarters onderdeel uit van het ecosysteem, maar het onderzoek zou totaal in het honderd lopen als we aan het einde van het seizoen met tientallen kasten zonder onderzoeksresultaten zouden zitten, dat is het dilemma.
Ondanks de nog steeds koude nachten zijn de vogels over hun dieptepunt heen. Vier dagen geleden troffen we nog jonge koolmezen aan die op hun 9e dag net zo zwaar of lichter waren dan op dag 6, maar omdat het weer overdag aanzienlijk beter is geworden (gisteren en eergisteren leek het zelfs wel voorjaar !) en de rupsen nu echt groter van formaat zijn gaat het ineens stukken beter met de jonge mezen en zit er ook weer iets groei in de blaadjes van de inlandse eiken. Ook de boomklevers hebben het weer prima en vanaf morgen vliegen de eersten waarschijnlijk op de normale berekende uitvliegdag uit.
Leuke waarnemingen van de afgelopen dagen : een prachtige, adulte, geringde havikvrouw op ongeveer 15 mtr afstand naast het pad plukkend van een pas geslagen duif, het aflezen van de kleurcode van een pimpel die 3 uur daarvoor was geringd en vandaag zelfs een pimpel die 10 minuten nadat ik er kleurringen bij had aangelegd al vrolijk zat te badderen in de waterbak naast de caravan.
De koolmezen van het vroegst uitgevlogen legsel beginnen vermoedelijk in de buurtkast inmiddels aan een tweede broedsel. En voor het eerst heb ik het deze week meegemaakt dat er in een kast waarin alle jongen waren doodgegaan gewoon iets nieuw nestmateriaal was aangevoerd en er inmiddels al het eerste nieuwe ei in lag. Dat zal lekker gaan ruiken als het broeden begint.... Ook zwierven er inmiddels een paar families staartmees met pas uitgevlogen jongen door het bos. Nu we het over families hebben : vandaag een pimpelman gevangen die zich gisteren niet liet vangen. Wat bleek : hij was gisteren al eerder gevangen.... in een andere kast met jongen van exact dezelfde leeftijd. Een polygame man dus. Het is bekend dat in heel wat pimpelnesten meerdere jongen met verschillende vaders zitten, maar het gebeurt maar weinig dat die andere vaders ook daadwerkelijk helpen met het voeren van de jongen in meer dan 1 legsel. Ach ja, niks menslijks is hen vreemd....
donderdag 20 mei 2010
vrijdag 14 mei 2010
Kom mee naar buiten allemaal.....
Het was vanochtend vroeg merkbaar zachter doordat er een lekker ochtendzonnetje over de Veluwe straalde. En dus trokken de hemelvaart-recreanten er massaal op uit na het sombere en koude weer van gisteren. Ook de vogels reageerden er meteen op; in de nestkasten lagen de jongen in schril contrast tot gisteren er om 9 uur al lekker gezapig bij alsof ze al helemaal volgepropt waren met voer. Dat moet echter een vertekend beeld zijn en slechts veroorzaakt zijn doordat de temperatuur in de kast door het zonnetje een stuk aangenamer zal zijn geweest. Één van mijn collega's meet de gewichten van de jonge koolmezen dit jaar als ze resp. 6, 12 en 15 dagen oud zijn. Vandaag had hij daarbij een aantal jongen die nu op hun 12e levensdag nog lichter of ongeveer even zwaar waren dan op hun 6e levensdag !!!! Daar hoef je niet veel meer van te verwachten als er niet heel snel verbetering in de omstandigheden optreedt. Ik heb vandaag ook nogmaals in de kast met de eerstgeplande uitvliegdatum gekeken. Daar waren de jongen nu inderdaad uit de kast vertrokken, op 2 na... deze 2 hadden het niet gered en lagen nu dus dood in het nest. Toch nog 3 van de 5 jongen die de wijde wereld hebben opgezocht. Een gevaarlijke wereld met veel predatoren en nu ook nog koud weer op de loer en geen gelegenheid om in de grote massa op te gaan. Je krijgt dan als bedelend jong niet alleen de aandacht van je ouders als je op een tak zit te roepen om eten...
Zoals gezegd was het vandaag behoorlijk druk in het park; alle vormen van recreatie dienden zich weer aan, zowel op het land als in de lucht. Ik zat nog maar net met de eerste vogels te meten of ik hoorde op afstand al langzaam maar zeker een luid gegil en gegiegel aankomen en blies de zachte wind al flinke flarden van parfums in diverse geuren mijn kant op. Even later arriveerde een groepje dames met duidelijk Amsterdamse tongval. 'Waar zijn de hertjes meneer?' Was de eerste vraag die zoals altijd op deeze dagen op mij werd afgevuurd. Ik probeerde ze duidelijk te maken dat ze die vandaag niet zouden gaan zien maar dat ze wel een kansje hadden als ze in het park bleven tot vlak voor sluitingstijd en dan wel erg stil moesten zijn. 'We zijn opgelicht' was de vervolgreactie: 'hebben we daar 22,50 euro voor betaald????'. En snel vervolgden zij nu luid mopperend in plaats van giegelend hun weg....
Ik had daarna dezelfde vogel (die de dames niet eens in mijn hand hadden gezien) nog niet eens afgehandeld of de onmiskenbare geur van paarden kondigde zich aan. Een groep van zeker 15 ruiters kwam uit hetzelfde pad. De instructeur/gids riep meteen naar achteren: 'denk om die meneer die hier een beetje vreemd op een ladder zit' en meteen daarna: 'die meneer is hier anders nooit hoor ! ' Ja hoor ! Op zo'n uitleg kan van mij maar 1 reactie komen: 'zeg dat maar niet tegen mijn baas !'
Een paar groepjes fietsers en wandelaars later werd ik wederom geconfronteerd met de vraag: 'meneer, waar kunnen we de dieren zien?' 'We willen graag wilde zwijnen zien'. Enigszins flauw van het feit dat er massa's mensen zijn die bewust een verkeerd beeld van en door het park wordt voorgespiegeld schoot het mij er zo ineens uit: 'dan moet u naar de poelier gaan mevrouw!' Ik had daarmee duidelijk een tere ziel geraakt getuige de mond van de vraagstelster die volledig openzakte. Ik heb snel m'n excuses aangeboden, maar er wel bijgezegd dat dat wel de realiteit van het park was... Jacht is immers een belangrijke, zo niet DE belangrijkste drijfveren van het beheer van het park. Wil je veel jonge dieren hebben, dan moet je gericht op een aantal plaatsen waar weinig 'klanten' komen bijvoeren en vooral 's winters veel schieten zodat de dieren weten dat ze veel jongen op de wereld moeten zetten.
En daar kan na het jachtseizoen dan door het publiek (dat wel weet dat ze een uurtje voor sluitingstijd het park in moeten om wild te zien) van genoten worden. En heb je dan nog geen wild gezien dan kun je altijd voor 175 euro nog een geweitje kopen in de winkel van het bezoekerscentrum.
Door de kou met de hard om voer bedelende jonge vogels als gevolg kun je nu ook haast geen nest met jonge vogels missen. Zo trof ik vandaag een nestje met jonge matkoppen in een holle boom, een nest met boompiepers op de grond tussen de bladeren (dat maakt je intens bewust van het grote gevaar waar deze grondbroeders aan blootgesteld worden door buiten de paden rondbanjerende wandelaars, ruiters en... onderzoekers...) een nest van een gaai en een vinkennestje in een kastanjeboom aan.
Voor al die jonge vogels is het momenteel erop of eronder...
Zoals gezegd was het vandaag behoorlijk druk in het park; alle vormen van recreatie dienden zich weer aan, zowel op het land als in de lucht. Ik zat nog maar net met de eerste vogels te meten of ik hoorde op afstand al langzaam maar zeker een luid gegil en gegiegel aankomen en blies de zachte wind al flinke flarden van parfums in diverse geuren mijn kant op. Even later arriveerde een groepje dames met duidelijk Amsterdamse tongval. 'Waar zijn de hertjes meneer?' Was de eerste vraag die zoals altijd op deeze dagen op mij werd afgevuurd. Ik probeerde ze duidelijk te maken dat ze die vandaag niet zouden gaan zien maar dat ze wel een kansje hadden als ze in het park bleven tot vlak voor sluitingstijd en dan wel erg stil moesten zijn. 'We zijn opgelicht' was de vervolgreactie: 'hebben we daar 22,50 euro voor betaald????'. En snel vervolgden zij nu luid mopperend in plaats van giegelend hun weg....
Ik had daarna dezelfde vogel (die de dames niet eens in mijn hand hadden gezien) nog niet eens afgehandeld of de onmiskenbare geur van paarden kondigde zich aan. Een groep van zeker 15 ruiters kwam uit hetzelfde pad. De instructeur/gids riep meteen naar achteren: 'denk om die meneer die hier een beetje vreemd op een ladder zit' en meteen daarna: 'die meneer is hier anders nooit hoor ! ' Ja hoor ! Op zo'n uitleg kan van mij maar 1 reactie komen: 'zeg dat maar niet tegen mijn baas !'
Een paar groepjes fietsers en wandelaars later werd ik wederom geconfronteerd met de vraag: 'meneer, waar kunnen we de dieren zien?' 'We willen graag wilde zwijnen zien'. Enigszins flauw van het feit dat er massa's mensen zijn die bewust een verkeerd beeld van en door het park wordt voorgespiegeld schoot het mij er zo ineens uit: 'dan moet u naar de poelier gaan mevrouw!' Ik had daarmee duidelijk een tere ziel geraakt getuige de mond van de vraagstelster die volledig openzakte. Ik heb snel m'n excuses aangeboden, maar er wel bijgezegd dat dat wel de realiteit van het park was... Jacht is immers een belangrijke, zo niet DE belangrijkste drijfveren van het beheer van het park. Wil je veel jonge dieren hebben, dan moet je gericht op een aantal plaatsen waar weinig 'klanten' komen bijvoeren en vooral 's winters veel schieten zodat de dieren weten dat ze veel jongen op de wereld moeten zetten.
En daar kan na het jachtseizoen dan door het publiek (dat wel weet dat ze een uurtje voor sluitingstijd het park in moeten om wild te zien) van genoten worden. En heb je dan nog geen wild gezien dan kun je altijd voor 175 euro nog een geweitje kopen in de winkel van het bezoekerscentrum.
Door de kou met de hard om voer bedelende jonge vogels als gevolg kun je nu ook haast geen nest met jonge vogels missen. Zo trof ik vandaag een nestje met jonge matkoppen in een holle boom, een nest met boompiepers op de grond tussen de bladeren (dat maakt je intens bewust van het grote gevaar waar deze grondbroeders aan blootgesteld worden door buiten de paden rondbanjerende wandelaars, ruiters en... onderzoekers...) een nest van een gaai en een vinkennestje in een kastanjeboom aan.
Voor al die jonge vogels is het momenteel erop of eronder...
donderdag 13 mei 2010
Leven of dood... maar dood doet leven.
Vandaag vond duidelijk het keerpunt in de situatie in de kasten met jonge mezen plaats. In 8 van de 10 kasten waarvoor voor vandaag het vangen en meten van de ouders en het ringen van de jongen gepland stond zaten de jongen te schreeuwen om voer of lagen ze koud en bijna bewegingsloos. In alle gevallen waren er al één of meerdere jongen dood of verdwenen. Alle jongen die doodgaan voordat ze goed en wel veren hebben worden door de ouders uit de broedholte verwijderd. Zo trof ik vandaag ook al 2 dode jonge kkolmezen van 5 dagen oud in de wegberm aan. Daar zat al een kluwen van zwarte mieren op die al druk met de verwerking van de jongen bezig waren; dood doet leven dus.
De vrouwtjes van de mezen zitten momenteel echt gedurende lange tijd op de jongen om ze koste wat kost warm te houden. Dit gaat dan echter wel ten koste van foerageertijd en dus de hoeveelheid dagelijks vooer dat de jongen krijgen aangeboden. Tel daarbij op dat de rupsen die nu in de nesten worden aangebracht ook nog eens veel kleiner zijn dan ze nu zouden moeten zijn, dan is het logisch dat je nu jongen aantreft die er 1 of zelfs 2 dagen jonger uitzien. De groei gaat gewoon op een laag pitje, net zoals de ontwikkeling van de blaadjes aan de bomen, en zo probeert de natuur toch naar een soort evenwicht te zoeken in deze barre koude tijd. Maar dan moet er niks extra's tussen komen zoals een groepje van de vele fietsers en wandelaars die vandaag de natuur introkken en hun leenfiets precies tegen een boom aanzetten waar een nestkast hing. De ouders durfden daardoor niet terug naar het nest met als gevolg dat de jongen al bijna dood in de kast lagen. Het laat zich haast raden hoe ik dat nest morgen zal aantreffen. We doen momenteel ook onderzoek naar voederfrequentie middels het aanbrengen van transponders bij de vogels en readers rondom het vlieggat van de nestkast. Op die manier kun je precies registreren welke ouder het vaakst voert en of er 1 ouder wegblijft of soms zelfs beide ouders... de resultaten van dat onderzoek komen nu met dit weer ook in een heel ander licht te staan...
De vrouwtjes van de mezen zitten momenteel echt gedurende lange tijd op de jongen om ze koste wat kost warm te houden. Dit gaat dan echter wel ten koste van foerageertijd en dus de hoeveelheid dagelijks vooer dat de jongen krijgen aangeboden. Tel daarbij op dat de rupsen die nu in de nesten worden aangebracht ook nog eens veel kleiner zijn dan ze nu zouden moeten zijn, dan is het logisch dat je nu jongen aantreft die er 1 of zelfs 2 dagen jonger uitzien. De groei gaat gewoon op een laag pitje, net zoals de ontwikkeling van de blaadjes aan de bomen, en zo probeert de natuur toch naar een soort evenwicht te zoeken in deze barre koude tijd. Maar dan moet er niks extra's tussen komen zoals een groepje van de vele fietsers en wandelaars die vandaag de natuur introkken en hun leenfiets precies tegen een boom aanzetten waar een nestkast hing. De ouders durfden daardoor niet terug naar het nest met als gevolg dat de jongen al bijna dood in de kast lagen. Het laat zich haast raden hoe ik dat nest morgen zal aantreffen. We doen momenteel ook onderzoek naar voederfrequentie middels het aanbrengen van transponders bij de vogels en readers rondom het vlieggat van de nestkast. Op die manier kun je precies registreren welke ouder het vaakst voert en of er 1 ouder wegblijft of soms zelfs beide ouders... de resultaten van dat onderzoek komen nu met dit weer ook in een heel ander licht te staan...
dinsdag 11 mei 2010
De jongenfase is aangebroken.
En dan ben je zo ineens weer ruim 2 weken verder... er is dan ook wel weer het nodige gebeurd en er is al veel werk verzet.
Allereerst nog even de vraag over de onbekende veer van mijn vorige bericht: na goed bestuderen van literatuur en foto's waren we er uit. En hoe hadden we het kunnen vergeten om aan deze vogel te denken in het terrein waar de meeste korhoenders van Nederland worden gepredeerd.... Juist ja, het was dus een veer van een korhoen-vrouw !!!! Voor alle duidelijkheid: we troffen hem niet aan in een nest van die soort, maar een koolmees had enkele veren gebruikt die hij vast en zeker op een plukplaats in de omgeving had gevonden.
In totaal heb ik inmiddels ruim 4100 keer in een nestkast gekeken. Inmiddels is de geboortegolf flink van start gegaan, maar staan de jongen van de allervroegste kast vandaag al op springen. Nou ja, springen... het blijft veel te koud voor de tijd van het jaar. Vooral de nachten zijn zo fris dat er af en toe nog nachtvorst optreedt en het gedurende veel nachten 3 graden is. Dat vroegste nest betrof een kast met 5 jonge koolmezen waarvan de gewichten prima te noemen waren ondanks het feit dat je overal alleen nog maar kleine rupsen ziet die amper lijken te groeien door de lage temperaturen. Het zijn bijna allemaal spanners, waaronder die van de wintervlinder. Vooral Amerikaanse eiken worden al behoorlijk afgevreten en het begint er op te lijken dat er een vergelijkbare voedselpiek als vorig jaar aan zit te komen. Op enkele plaatsen zijn de bladeren van de amerikaanse eiken al voor meer dan de helft opgevreten. De bladeren van de inlandse eik zijn echter door de droge en koude Aprilmaand nog erg klein en hebben slechts heel kleine rupsjes.
De jongste koolmezen doen er dus gewoon verstandig aan om zich thuis nog even lekker door pa en ma te laten verzorgen in plaats van de wijde wereld in te trekken. In het verleden hebben we onder deze omstandigheden al wel eens nestkasten gehad met jongen die tot dag 23 nog thuis bleven.
Vandaag 2 paartejs boomklevers gevangen waarvan de ouders voerden met vooral oorwurmen en rupsjes van het formaat van maximaal 7-10 mm groot voerden. Dit was mooi te zien doordat ze na het vangen het voer nog gewoon in de snavel vasthielden.
Bij 1 van die kasten zag ik overigens wel een pas uitgevlogen jonge pimpel die in z'n uppie om voer zat te bedelen. Het zal wel een jong uit een broedsel in een natuurlijke holte betreffen want hij was ongeringd en de oudste jongen van pimpels in onze nestkasten zijn momenteel nog maar 10 dagen oud en zitten dus nog minimaal 9 dagen in de kast.
En dan nog m'n eigen conditie tijdens deze hectische voorjaarsweken: het lijkt wel een traditie te worden dat ik wel wat oploop bij het veldwerk, is het geen ziekte van Lyme, dan is het wel een peesontsteking in de schouder of een spies van een tak in m'n kop. Dit jaar maar eens wat anders dacht ik: vorige week trof ik een koolmees op het nest die zo agressief was dat de haren en wol van het nestmateriaal in m'n gezicht en ogen vlogen. Bij het uitwrijven van de ogen moet ik daarbij te hard hebben gewreven want een paar dagen later bleek ik een oogontsteking te hebben en was er een stukje van het oppervlak van het hoornvlies weggewreven. Op het moment dat die 2 factoren elkaar ontmoetten leek het wel of er een spijker in m'n oog geduwd werd... maar goed, we zijn onderweg naar de Veluwe toch maar bij het ziekenhuis in Deventer langsgegaan en dat bleek niet overbodig. 2 dagen rust voor het oog en als koning eenoog door het leven. Nu, drie dagen later is het zicht vrijwel geheel weer helder en kan ik weer zien wat ik doe...
Vanmiddag werd ik opgebeld door één van de nestkastcontroleurs van de vogelwerkgroep in Goor. Hij had een nestkast met een pimpelbroedsel aangetroffen die op een heel andere plek hing en een kast waaruit een broedsel van een bonte vliegenvanger compleet met nest en al was verdwenen. Als je bij die gegevens optelt dat Hanneke afgelopen dagen in diezelfde omgeving werd aangesproken door een man die een bovengemiddelde interesse toonde in de methoden die wij gebruikten voor het controleren van de kasten en het aanbrengen van de ringen dan is het duidelijk: eierroof door een illegale kweker of handelaar in wilde vogels. Op precies hetzelfde terrein verdwenen vorig jaar de enigste jonge gekraagde roodstaarten die we in ons hele nestkastgebied hadden en werden ook jonge grote gele kwikstaarten uit het nest ontvreemd. Inmiddels komen uit andere delen van het land vergelijkbare signalen. We moeten met z'n allen de ogen en oren dus goed open houden in het veld....
Allereerst nog even de vraag over de onbekende veer van mijn vorige bericht: na goed bestuderen van literatuur en foto's waren we er uit. En hoe hadden we het kunnen vergeten om aan deze vogel te denken in het terrein waar de meeste korhoenders van Nederland worden gepredeerd.... Juist ja, het was dus een veer van een korhoen-vrouw !!!! Voor alle duidelijkheid: we troffen hem niet aan in een nest van die soort, maar een koolmees had enkele veren gebruikt die hij vast en zeker op een plukplaats in de omgeving had gevonden.
In totaal heb ik inmiddels ruim 4100 keer in een nestkast gekeken. Inmiddels is de geboortegolf flink van start gegaan, maar staan de jongen van de allervroegste kast vandaag al op springen. Nou ja, springen... het blijft veel te koud voor de tijd van het jaar. Vooral de nachten zijn zo fris dat er af en toe nog nachtvorst optreedt en het gedurende veel nachten 3 graden is. Dat vroegste nest betrof een kast met 5 jonge koolmezen waarvan de gewichten prima te noemen waren ondanks het feit dat je overal alleen nog maar kleine rupsen ziet die amper lijken te groeien door de lage temperaturen. Het zijn bijna allemaal spanners, waaronder die van de wintervlinder. Vooral Amerikaanse eiken worden al behoorlijk afgevreten en het begint er op te lijken dat er een vergelijkbare voedselpiek als vorig jaar aan zit te komen. Op enkele plaatsen zijn de bladeren van de amerikaanse eiken al voor meer dan de helft opgevreten. De bladeren van de inlandse eik zijn echter door de droge en koude Aprilmaand nog erg klein en hebben slechts heel kleine rupsjes.
De jongste koolmezen doen er dus gewoon verstandig aan om zich thuis nog even lekker door pa en ma te laten verzorgen in plaats van de wijde wereld in te trekken. In het verleden hebben we onder deze omstandigheden al wel eens nestkasten gehad met jongen die tot dag 23 nog thuis bleven.
Vandaag 2 paartejs boomklevers gevangen waarvan de ouders voerden met vooral oorwurmen en rupsjes van het formaat van maximaal 7-10 mm groot voerden. Dit was mooi te zien doordat ze na het vangen het voer nog gewoon in de snavel vasthielden.
Bij 1 van die kasten zag ik overigens wel een pas uitgevlogen jonge pimpel die in z'n uppie om voer zat te bedelen. Het zal wel een jong uit een broedsel in een natuurlijke holte betreffen want hij was ongeringd en de oudste jongen van pimpels in onze nestkasten zijn momenteel nog maar 10 dagen oud en zitten dus nog minimaal 9 dagen in de kast.
En dan nog m'n eigen conditie tijdens deze hectische voorjaarsweken: het lijkt wel een traditie te worden dat ik wel wat oploop bij het veldwerk, is het geen ziekte van Lyme, dan is het wel een peesontsteking in de schouder of een spies van een tak in m'n kop. Dit jaar maar eens wat anders dacht ik: vorige week trof ik een koolmees op het nest die zo agressief was dat de haren en wol van het nestmateriaal in m'n gezicht en ogen vlogen. Bij het uitwrijven van de ogen moet ik daarbij te hard hebben gewreven want een paar dagen later bleek ik een oogontsteking te hebben en was er een stukje van het oppervlak van het hoornvlies weggewreven. Op het moment dat die 2 factoren elkaar ontmoetten leek het wel of er een spijker in m'n oog geduwd werd... maar goed, we zijn onderweg naar de Veluwe toch maar bij het ziekenhuis in Deventer langsgegaan en dat bleek niet overbodig. 2 dagen rust voor het oog en als koning eenoog door het leven. Nu, drie dagen later is het zicht vrijwel geheel weer helder en kan ik weer zien wat ik doe...
Vanmiddag werd ik opgebeld door één van de nestkastcontroleurs van de vogelwerkgroep in Goor. Hij had een nestkast met een pimpelbroedsel aangetroffen die op een heel andere plek hing en een kast waaruit een broedsel van een bonte vliegenvanger compleet met nest en al was verdwenen. Als je bij die gegevens optelt dat Hanneke afgelopen dagen in diezelfde omgeving werd aangesproken door een man die een bovengemiddelde interesse toonde in de methoden die wij gebruikten voor het controleren van de kasten en het aanbrengen van de ringen dan is het duidelijk: eierroof door een illegale kweker of handelaar in wilde vogels. Op precies hetzelfde terrein verdwenen vorig jaar de enigste jonge gekraagde roodstaarten die we in ons hele nestkastgebied hadden en werden ook jonge grote gele kwikstaarten uit het nest ontvreemd. Inmiddels komen uit andere delen van het land vergelijkbare signalen. We moeten met z'n allen de ogen en oren dus goed open houden in het veld....
zondag 25 april 2010
Broedpauzes
Zowel gisteren als vandaag viel het ons op dat er heel wat legsels onafgedekt waren, maar dat de eieren ook nog niet bebroed waren. De vogels hebben besloten om de timing toch nog een paar dagen te rekken en na 1 of 2 dagen legpauze (vooral op 16 en 17 April j.l.) nu ook nog een paar dagen te wachten met broeden; wat een strategen...
Vandaag wederom een aantal gierzwaluwen boven het bos, en nu ook de eerste 2 zingende fluiters.
We vinden vooral in de kasten met nesten van pimpels veel en veelsoortige veren. Zo zitten daar veren bij van bosuil, wilde eend, houtduif en postduif, houtsnip, havik, buizerd en sperwer bij, maar gisteren haalde een collega een veer uit één van de kasten waar ik de herkomst niet kan plaatsen. Hieronder een foto van de toch wel redelijk grote veer met een mooi contrast in het buitenste deel. Qua vorm lijkt het erop dat het om een flankveer gaat. Wie het weet mag het zeggen.
Vandaag wederom een aantal gierzwaluwen boven het bos, en nu ook de eerste 2 zingende fluiters.
We vinden vooral in de kasten met nesten van pimpels veel en veelsoortige veren. Zo zitten daar veren bij van bosuil, wilde eend, houtduif en postduif, houtsnip, havik, buizerd en sperwer bij, maar gisteren haalde een collega een veer uit één van de kasten waar ik de herkomst niet kan plaatsen. Hieronder een foto van de toch wel redelijk grote veer met een mooi contrast in het buitenste deel. Qua vorm lijkt het erop dat het om een flankveer gaat. Wie het weet mag het zeggen.
zaterdag 24 april 2010
broeden en... de eerste jongen !
Afgelopen dagen zijn er duidelijk meer bonte vliegenvangermannen aangekomen en zijn er ook al een aantal vrouwen in de bossen aanwezig. Op de Hoge Veluwe tot op heden echter nog maar 1 kast waarin de nestbouw al vergevorderd is, om niet te zeggen zo goed als voltooid. Tot nu toe is er 1 mannetje dood in een mezennest aangetroffen die het onderspit heeft moeten delven tegenover een koolmees, en vandaag trof ik op de Buunderkamp een nog levende man op het nest van een pimpel aan. Het voorhoofd van de vogel was grotendeels gescalpeerd, de ogen zaten helemaal dicht en de snavel was totaal weggehakt door de pimpel. De onfortuinlijke bonte vlieg moet zo al langere tijd op het nest hebben gezeten want het bloed was al gestold en hij kon de bek (of wat er nog van over was) niet meer open krijgen. Ook waren van de linkervleugel bijna alle armpennen er uitgetrokken en door de pimpel al in het nest verwerkt. Tja, zo onbarmhartig is de natuur, alleen winnaars mogen reproduceren. Ik heb de bonte vlieg onvermijdelijk uit zijn lijden moeten verlossen.
Vorige week trof ik ook al zo’n vijandigheid in één van de kasten aan; ik hoorde het gekrijs van vechtende mezen, maar hoorde meteen ook dat het uit de eerstvolgende nestkast kwam die ik moest controleren. Voorzichtig opende ik het deksel en trof 2 vechtende pimpels die met de poten in elkaar verstrengeld zaten en met de snavels op elkaar inhakten. Ze waren zo intensief met elkaar bezig dat ze niet eens in de gaten hadden dat ik in de kast keek; op die manier kon ik gewoon in alle rust een foto van ze maken, wat een uniek moment.
De haviken in het bosvak waren vandaag ook weer flink aan het kekkeren en de sporen van een eerdere jachtbuit waren deze dagen in tientallen nestkasten te zien. Er had duidelijk kip op het menu gestaan. Gevolg is meteen dat naast de pimpels nu ook de koolmezen veren als nestmateriaal gaan gebruiken, hetgeen noodzaakt om extra alert te zijn op de grootte van de eieren. En dan heb je pimpels die bij kleine legsels grote eieren leggen en koolmezen die bij grote legsels kleine eieren leggen….. Op de Hoge Veluwe zijn inmiddels de eerste jongen al geboren. Tot nu toe in een legsel van een koolmees en bij een boomklever. Waar is de tijd gebleven dat de zwarte mezen het vroegst waren? De aantallen broedparen vallen in het licht van de strenge winter die we hebben gehad alleszins mee; 113 paren koolmezen, 90 paren pimpels, 17 paren boomklever en 3 paren zwarte mees hebben inmiddels eieren in de nesten liggen. Van de pimpel en koolmees zullen er nog wel een tiental legsels bijkomen, maar dan houdt het wel een keer op. Nog niet eens tegenvallend bij een bestand van 440 kasten.
Van de 4 nesten van zanglijsters en merels die ik tot nu toe tijdens de nestkastcontroles had gevonden is er nog maar 1 succesvol. Dat betreft een merel die vandaag 3 jongen van 4 dagen had en 1 jong van 3 dagen. Van de anderen is het legsel gepredeerd door wellicht gaaien; in 1 geval ligt het nest van een zanglijster op de grond, maar heeft het paartje besloten om meteen maar een nieuw nest te bouwen op exact dezelfde plek van het vorige. Dat zie je maar weinig gebeuren.; meestal wordt dan wel voor een veiliger veronderstelde plek gekozen.
De spechten zijn de afgelopen dagen ook ineens helemaal stil geworden; ook zij zullen inmiddels wel eieren hebben en vanaf dat moment worden ze heel wat heimelijker in hun anders zo luidruchtige gedrag.
En... gisteren zijn de eerste jonge boomklevers geboren, en vandaag ook bij het tweede broedsel. De bonte vliegenvangers zijn ook aan het bouwen van de nesten geslagen. Nadat ik afgelopen maandag het eerste nest trof dat bijna af was hadden we er vandaag maar liefst 7 in diezelfde fase waarbij in 3 gevallen over een legsel van een koolmees heengebouwd. Verder nog 1 dode bonte vliegenvanger die aan het kortste eind had getrokken in een gevecht om een nestkast met een koolmees en maar liefst 3 dode pimpels op hun nest waarvan er 2 gestorven waren aan legnood en 1 door een gevecht. Tja, dan is het maar afwachten wat er in de andere kasten de rest van deze week aangetroffen wordt. Bij het gebouw van de vrienden van de hoge veluwe zagen we een vink met nestmateriaal aan het sjouwen; ze wilde een nest bouwen op één van de uitstekende spanten van het gebouw. We constateerden bij nadere beschouwing dat dit tot nu toe niet echt succesvol was verlopen want er lag een hele hoop mos op de grond en slechts een heel klein plukje mos op de balk waar het allemaal moest gaan gebeuren. Na het slaan van een paar spijkers hopen we dat het vanaf nu succesvoller verloopt.
Vorige week trof ik ook al zo’n vijandigheid in één van de kasten aan; ik hoorde het gekrijs van vechtende mezen, maar hoorde meteen ook dat het uit de eerstvolgende nestkast kwam die ik moest controleren. Voorzichtig opende ik het deksel en trof 2 vechtende pimpels die met de poten in elkaar verstrengeld zaten en met de snavels op elkaar inhakten. Ze waren zo intensief met elkaar bezig dat ze niet eens in de gaten hadden dat ik in de kast keek; op die manier kon ik gewoon in alle rust een foto van ze maken, wat een uniek moment.
De haviken in het bosvak waren vandaag ook weer flink aan het kekkeren en de sporen van een eerdere jachtbuit waren deze dagen in tientallen nestkasten te zien. Er had duidelijk kip op het menu gestaan. Gevolg is meteen dat naast de pimpels nu ook de koolmezen veren als nestmateriaal gaan gebruiken, hetgeen noodzaakt om extra alert te zijn op de grootte van de eieren. En dan heb je pimpels die bij kleine legsels grote eieren leggen en koolmezen die bij grote legsels kleine eieren leggen….. Op de Hoge Veluwe zijn inmiddels de eerste jongen al geboren. Tot nu toe in een legsel van een koolmees en bij een boomklever. Waar is de tijd gebleven dat de zwarte mezen het vroegst waren? De aantallen broedparen vallen in het licht van de strenge winter die we hebben gehad alleszins mee; 113 paren koolmezen, 90 paren pimpels, 17 paren boomklever en 3 paren zwarte mees hebben inmiddels eieren in de nesten liggen. Van de pimpel en koolmees zullen er nog wel een tiental legsels bijkomen, maar dan houdt het wel een keer op. Nog niet eens tegenvallend bij een bestand van 440 kasten.
Van de 4 nesten van zanglijsters en merels die ik tot nu toe tijdens de nestkastcontroles had gevonden is er nog maar 1 succesvol. Dat betreft een merel die vandaag 3 jongen van 4 dagen had en 1 jong van 3 dagen. Van de anderen is het legsel gepredeerd door wellicht gaaien; in 1 geval ligt het nest van een zanglijster op de grond, maar heeft het paartje besloten om meteen maar een nieuw nest te bouwen op exact dezelfde plek van het vorige. Dat zie je maar weinig gebeuren.; meestal wordt dan wel voor een veiliger veronderstelde plek gekozen.
De spechten zijn de afgelopen dagen ook ineens helemaal stil geworden; ook zij zullen inmiddels wel eieren hebben en vanaf dat moment worden ze heel wat heimelijker in hun anders zo luidruchtige gedrag.
En... gisteren zijn de eerste jonge boomklevers geboren, en vandaag ook bij het tweede broedsel. De bonte vliegenvangers zijn ook aan het bouwen van de nesten geslagen. Nadat ik afgelopen maandag het eerste nest trof dat bijna af was hadden we er vandaag maar liefst 7 in diezelfde fase waarbij in 3 gevallen over een legsel van een koolmees heengebouwd. Verder nog 1 dode bonte vliegenvanger die aan het kortste eind had getrokken in een gevecht om een nestkast met een koolmees en maar liefst 3 dode pimpels op hun nest waarvan er 2 gestorven waren aan legnood en 1 door een gevecht. Tja, dan is het maar afwachten wat er in de andere kasten de rest van deze week aangetroffen wordt. Bij het gebouw van de vrienden van de hoge veluwe zagen we een vink met nestmateriaal aan het sjouwen; ze wilde een nest bouwen op één van de uitstekende spanten van het gebouw. We constateerden bij nadere beschouwing dat dit tot nu toe niet echt succesvol was verlopen want er lag een hele hoop mos op de grond en slechts een heel klein plukje mos op de balk waar het allemaal moest gaan gebeuren. Na het slaan van een paar spijkers hopen we dat het vanaf nu succesvoller verloopt.
zondag 18 april 2010
Broedseizoen... de hoogste tijd !!
Jaaa, de hoogste tijd om m'n weblog weer eens bij te werken. Het is allemaal leuk en aardig om een maand lang naar Afrika te reizen, maar er blijft dan wel heel wat werk liggen. In de afgelopen tijd moest er samen met Hanneke hard worden gewerkt aan de eindafronding en de officiële opening van de bomenroute op het landgoed Het Weldam bij Goor; hadden we te maken met de introductie en het leren werken met het nieuwe programma (GRIEL) voor het melden van de ringgegevens bij het vogeltrekstation; verder gewerkt aan het omvormen van de vogelringbaan naar een nieuwe ringplaats met jonge struiken in plaats van (te)hoge bomen, ben ik toch nog bezig geweest met het knotten van wilgen bij Goor, en hebben we de noodzakelijke voorbereidingen getroffen voor het broedseizoen dat inmiddels in volle gang is.
Vandaag ben ik op de Hoge Veluwe begonnen aan alweer de derde ronde langs de kasten. Inmiddels heb ik dit seizoen zo'n 1700 keer in een nestkast gekeken. De bezetting valt, ondanks de winter die sneeuwrijk was en langer duurde dan we de laatste 13 jaar gewend waren, nog niet eens tegen. Op de Veluwe is ongeveer 2/3 van de kasten inmiddels al bezet en zijn er al enkele paartjes koolmezen en de meeste boomklevers aan het broeden. Wederom is de boomklever duidelijk met de timing aan het vervroegen en is voor het 2e jaar op rij de vroegst broedende soort in onze nestkasten, zowel op de Veluwe als bij de vogelwerkgroep Goor. Op de Hoge Veluwe valt op dat er verhoudingsgewijs veel boomkleverlegsels met 9 eieren zijn. Een tweede opvallende verandering van deze soort in de laatste paar jaren.
Het is op de Hoge Veluwe weer een uitgesproken kruisbekkenjaar; iedere dag hoor en zie je er meermalen exemplaren van overvliegen. Twee weken geleden zag ik op amper 50 meter van de caravan een mannetje kruisbek een uitgevlogen en al goed vliegvaardig jong voeren. Vandaag meldde mijn Spaanse collega in het park dat hij ook zo'n tafereel had gezien maar dat daarbij de tak waarop beide vogels zaten was afgebroken en de vogels pardoes een eind naar beneden vielen eer ze door hadden wat er gaande was. In ons werkgebied in de Hof van Twente hebben we tot nu toe in de 5 nestkasten voor grote gele kwikstaarten nog slechts 1 broedgeval, hoewel er wel 2 verse nesten zitten die echter mysterieus leeg blijven.
De bosuilen hebben in een aantal regio's in het land een goed seizoen wegens een hoog aanbod van muizen, maar daar merken we in de Hof van Twente niet echt iets van; we treffen tot nu toe vergelijkbare aantallen broedparen met vergelijkbare aantallen eieren en jongen ten opzichte van de laatste paar seizoenen. De meeste legsels hebben 3 eieren of jongen en de grootste groep daarvan is nu ongeveer 2 weken oud. In niet één van de bezette kasten troffen we muizen of resten ervan aan, maar louter vogelveren van soorten variërend van merel en zanglijster tot gaai, kauw, turkse tortel en zelfs houtduif. Morgen zal ik maar eens een aantal foto's van de bosuilen plaatsen...
Vandaag ben ik op de Hoge Veluwe begonnen aan alweer de derde ronde langs de kasten. Inmiddels heb ik dit seizoen zo'n 1700 keer in een nestkast gekeken. De bezetting valt, ondanks de winter die sneeuwrijk was en langer duurde dan we de laatste 13 jaar gewend waren, nog niet eens tegen. Op de Veluwe is ongeveer 2/3 van de kasten inmiddels al bezet en zijn er al enkele paartjes koolmezen en de meeste boomklevers aan het broeden. Wederom is de boomklever duidelijk met de timing aan het vervroegen en is voor het 2e jaar op rij de vroegst broedende soort in onze nestkasten, zowel op de Veluwe als bij de vogelwerkgroep Goor. Op de Hoge Veluwe valt op dat er verhoudingsgewijs veel boomkleverlegsels met 9 eieren zijn. Een tweede opvallende verandering van deze soort in de laatste paar jaren.
Het is op de Hoge Veluwe weer een uitgesproken kruisbekkenjaar; iedere dag hoor en zie je er meermalen exemplaren van overvliegen. Twee weken geleden zag ik op amper 50 meter van de caravan een mannetje kruisbek een uitgevlogen en al goed vliegvaardig jong voeren. Vandaag meldde mijn Spaanse collega in het park dat hij ook zo'n tafereel had gezien maar dat daarbij de tak waarop beide vogels zaten was afgebroken en de vogels pardoes een eind naar beneden vielen eer ze door hadden wat er gaande was. In ons werkgebied in de Hof van Twente hebben we tot nu toe in de 5 nestkasten voor grote gele kwikstaarten nog slechts 1 broedgeval, hoewel er wel 2 verse nesten zitten die echter mysterieus leeg blijven.
De bosuilen hebben in een aantal regio's in het land een goed seizoen wegens een hoog aanbod van muizen, maar daar merken we in de Hof van Twente niet echt iets van; we treffen tot nu toe vergelijkbare aantallen broedparen met vergelijkbare aantallen eieren en jongen ten opzichte van de laatste paar seizoenen. De meeste legsels hebben 3 eieren of jongen en de grootste groep daarvan is nu ongeveer 2 weken oud. In niet één van de bezette kasten troffen we muizen of resten ervan aan, maar louter vogelveren van soorten variërend van merel en zanglijster tot gaai, kauw, turkse tortel en zelfs houtduif. Morgen zal ik maar eens een aantal foto's van de bosuilen plaatsen...
Abonneren op:
Posts (Atom)